Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

HET MODERNISME EN DE DOLEANTIE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

HET MODERNISME EN DE DOLEANTIE

8 minuten leestijd

In de tijd dat A. Kuyper zich roerde was het Modernisme al over zijn grootste bloei heen 1 . A. Pierson schreef in zijn Zwakheid en Kracht: ' de Moderne Rigting is op vele punten te abstract wetenschappelijk om zich aan te bevelen aan de volle religieuze bewustheid' 2 . Sedert 1867 werd de bestrijding van de kant van de confessionelen met meer élan en succes gevoerd. En binnen het Modernisme waren de meningen over de kerk verdeeld. Mochten zij in een kerk blijven met wier leer zij bijna niets meer gemeen hadden? 3 Pierson schreef: 'De kerk heeft (niet voor de rechtzinnige Christenen maar voor allen die louter humanisme willen) het beste gedeelte van haar schoone taak volbracht' 4 . A. Kuenen verdedigde hun plaats in de kerk met zijn brochure Het goed recht der modernen (1866, Leiden): 'De modernen staan niet vijandig tegenover de kerk, maar vormen in haar midden een reformatorische partij, die haar loffelijk doel kan bereiken zonder dat de kerk haar wezen prijsgeeft: ziedaar wat ik meen aangetoond te hebben' 5 .

Reeds jaren werd er geschreven over een modus vivendi voor de verschillende richtingen. Een commissie, tot het ontwerpen daarvan door de synode aangesteld, kwam niet tot een resultaat. Men dacht aan een boedelscheiding. De Modernen discussieerden hier over druk in De Hervorming, het blad van de Protestanten Bond. Ook Kuyper had in 1872 en 1873 zijn plan gelanceerd voor drie of vier kerken die samengehouden werden door één gemeenschapsband; dit zou dan voorlopig zijn, tot de consolidatie zo ver zou zijn gevorderd dat met behulp van de overheid aan definitief uiteengaan zou kunnen worden gedacht 6 . In 1886 heeft Kuyper dit plan nog eens voorgedragen. De Modernen moesten dus wel enig begrip hebben voor de Doleantie. E. Snellen schrijft in 1884:

'Sedert jaren is het mijn overtuiging dat de onderlinge waardeering zal toenemen in dezelfde mate als de verschillende richtingen vrijer tegenover elkander staan'. En verder: 'Wij hebben het nu eenmaal te aanvaarden — God verklaart zijn wetten! — dat in onzen tijd het confessioneel verschil, dat men een 40, 50 jaar geleden voorgoed begraven achtte, in volle kracht herleeft; dit is geen willekeur, geen heerschzucht van enkele volksmenners, geen booze tijdgeest.... .' 7 . De openingsplechtigheid van de Vrije Universiteit werd door redacteur F.W.N. Hugenholtz van De Hervorming met sympathie besproken als een voorbode van de Vrije Gereformeerde Kerk. Men zag zelfs een parallel — zij het formeel — tussen de stichting van de Vrije Gemeente en het streven der Dolerenden 8 . Ook Pierson stond niet onsympathiek tegenover de oprichting van de V.U. 9 . En in 1886 schrijft de toenmalige redacteur van De Hervorming, J. van Loenen Martinet: 'Dr. Kuyper heeft menigmaal vraagstukken gesteld, die behoorden gesteld te worden; ze dikwijls zóó gesteld, dat ze scherp en juist omschreven werden; menigmaal bij de behandeling ervan een beroep gedaan op het recht-en waarheidsgevoel. Zoo in de thans aanhangige quaestie' 10 .

In de Amsterdamse kwestie stonden de Modernen schouder aan schouder met een deel der rechtzinnigen tegen Kuyper. Dat sprak vanzelf. Maar Van Loenen Martinet waarschuwt hen: Tegen den donkeren achtergrond van dr. Kuypers driest en geweldadig optreden vertoonen de orthodoxen, die de groote meerderheid van het classikaal bestuur van Amsterdam uitmaken, zich voor velen in een voordeelig licht' 11 . Doch in principe staan zij op dezelfde grond. Kuyper gooit de Irenischen en de Modernen op één hoop. Maar de Irenischen zelf doen dat allerminst. Dr. A.W. Bronsveld zegt in zijn 'Kroniek': 'Het zedelijk recht der modernen om lid en leeraar onzer kerk te zijn, wordt door ons evenmin als vroeger erkend. Indien mij een moderne vraagt, of ik hem in onze kerk gelijke rechten toeken als die van een orthodox geloovige, zoo Assen 1935, 43.

zal ik zonder aarzelen ontkennend antwoorden' 12 . En na het synodale vonnis gaf hij (v.L.M.) als zijn mening dat nu alles was opgeofferd aan de fictie van een synodaal kerkverband. Bij de verkiezingen in 1887 in Amsterdam kreeg hij gelijk. Het werd een verschrikkelijke partijstrijd.

Overigens sprak de kerkelijke strijd de Modernen niet zo aan. Prof. J. Reitsma zei in een lezing: 'De kerk wordt voorgesteld als een zieke die plotseling ernstig is. De moderne richting kenmerkt zich daarbij door een groote mate van kalmte. Zij maakt zich niet warm over de conflicten . . . Niet de wetenschap maar het clericalisme en het kerkrechterlijke is aan het woord. Het geldt vaak oude kwesties, die ons niet meer interesseren' 13 .

Kuyper schreef in 1871 zijn brochure Het Modernisme een Fata Morgana op christelijk gebied. Hij beschrijft drie punten van overeenkomst: a. Het Fata Morgana is boeiend en schoon, b. Het is naar vaste wet verschenen, c. Edoch, van werkelijkheid ontbloot. Onder punt a. beschrijft hij het bloeiend systeem van J.H. Scholten. Het modernisme verschool zich nog in de plooien van het oude bijbelse gewaad, b. In grote eeuwen ontstaan grote ketterijen. Het Modernisme wilde het christendom verdedigen tegen het materialisme: 'In stede toch van fier en moedig, gelijk het bij ernstig pogen voegt, onze schuldige eeuw in het aangezicht te striemen, om zich een zedelijk overwicht te verzekeren over haar zondig streven, boog het Modernisme veeleer de knie voor haar hoogheid en zocht in vergelijk heil' 14 . En punt c. Het Modernisme is reeds antiek geworden! Zie C. Busken Huet, Pierson en vele anderen, die zijn rijen hebben verlaten. Daarna spreekt Kuyper over de theologische tekorten: God is een abstractie geworden, het gebed is onmogelijk. De rede is het enige instrument tot oordelen. De Modernen zijn zelf dogmatisch, wie met hen niet belijdt, mag geen aanspraak maken op de titel van modern mens 15 . En met hoeveel recht kunnen zij nog spreken van 'kerk'? Zijn zij niet als een Teetotaller-vereeniging, die na verloop van tijd een distilleerzaak drijven gaat? ' 16 . Maar met al deze bezwaren ziet Kuyper het Modernisme toch als een noodzakelijk verschijnsel.

In 1909 schreef B.D. Eerdmans een artikel over de theologie van A. Kuyper 17 . Hij heeft daarin eenzelfde kritiek als ook Pierson reeds had en later door C.B. Hylkema zou worden vertolkt 18 .

Kuyper meent de gereformeerde leer met de tijdgeest te kunnen verzoenen, maar 'Wat den volke getoond wordt als uit den slaap opgestaan is een geheel andere theologie, met wat kleeren en sieraden van de overledene getooid' 19 . Hij bekritiseert de theorie der wedergeboorte. De kerk heeft daarbij geen betekenis voor de redding der mensen. Kuyper wijkt af van de predestinatieleer. Het wonder wordt verkeerd geexegetiseerd. De Schriftbeschouwing is ongereformeerd en tweeslachtig. Tenslotte zegt Eerdmans' 'Bij "liberalen" geldt dr. Kuyper als den man der reactie, die terug wil naar een overwonnen standpunt. Men kan zulk een oordeel alleen vellen, wanneer men over dr. Kuyper spreekt zonder te lezen wat hij schrijft. Door den invloed van Kuyper wordt een groot gedeelte van ons volk gebracht tot ander denken en tot het aanvaarden van waarheden, die het waarschijnlijk van niemand dan van hem zou willen hooren. Dr. Kuyper is een man van den "vooruitgang", die door zijn optreden niet minder bevorderd wordt, dan door de meest radicale theoriën van de uiterste linkerzijde. Maar zijn theologie is niet gereformeerd. Zij wil het toch zijn. Dit behoort echter tot de middelen, waardoor deze vooruitgang wordt verkregen.

Zonder dit middel zou ons "Christenvolk" hem het vertrouwen opzeggen en zich door geen trekken van den teugel tot een enkele pas voorwaarts laten bewegen. De onervaren ruiter slaat een paard, dat steigert van schrik en het verder gaan weigert, zonder ander gevolg dan dat het erger steigert en harder achteruit springt. Zoo werkt op ons "Christenvolk" de zweep der liberale wetenschap. De kundige ruiter echter laat het schichtige dier het voorwerp van alle kanten in zijn onschadelijkheid zien en leidt het er gemakkelijk langs. Zóó werkt de theologie van dr. Kuyper' 20 .


1. K.H. Boersma, Allard Pierson, 's-Gravenhage 1924, 180.

2. K.H. Roessing, Verzamelde Werken I, Arnhem 1926, 161.

3. A. Fiolet, Een kerk in onrust om haar belijdenis, Nijkerk 1953, 91.

4. Dr. A. Pierson aan zijne Laatste Gemeente, Arnhem 1865, 26.

5. A. Kuenen, Het goed recht der modernen. Leiden 1866, 39.

6. J. Lindeboom, Geschiedenis van het Vrijzinnig Protestantisme, Dl. III,

7. E. Snellen in De Hervorming, 1884, 153. Het betoog gaat verder met de constatering dat natuurwetenschap en wereldbeeld de oorzaak zijn.

8. Lindeboom, Geschiedenis, 43.

9. A. Pierson, Studiën over Johannes Kalvijn, Dl. I, Amsterdam 1881, 8vv.

10. De Hervorming, jg. 1886, 26.

11. De Hervorming 23-1-1886.

12. Citaat in De Hervorming 6-12-1886, 22.

13. Lezing 9-7-1886 te Leeuwarden. In De Hervorming, jg. 1886, 22.

14. A. Kuyper, Het Modernisme een Fata Morgana op Christelijk gebied, Amsterdam 1871, 26.

15. Kuyper, Modernisme, 45.

16. Kuyper, Modernisme, 47.

17. B.D. Eerdmans, 'De theologie van dr. A. Kuyper', in Theologisch Tijdschrift, jg. 43 (1909), 209-237.

18. C.B. Hylkema, Oud- en nieuwcaluinisme, Haarlem 1911.

19. Eerdmans, 'De theologie', 209.

20. Eerdmans, 'De theologie', 237.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1986

DNK | 84 Pagina's

HET MODERNISME EN DE DOLEANTIE

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1986

DNK | 84 Pagina's

PDF Bekijken