GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

„Buig iK mijne knien!”

Bekijk het origineel

Bladeren
+ Meer informatie

„Buig iK mijne knien!”

7 minuten leestijd

Om deze oorzaak buig ik mijne knieën tot den Vader van onzen Heere Jezus Christus. (Ef. 3 : 14).

In de Roomsche kerken knielt men, bij ons gemeenUjk niet; en uit dit tastbaar verschil ontsproot, in meer dan één kring de meening, alscf knielen eigenlijk niet' goed ware en beter wierd nagelaten.

Doch 's Heeren Woord zegt van den Zoon: dat hem eens alle knie zal gebogen worden en alle tong hem zal belijden" (Fil. 2 : lo).' Reeds bij den profeet (Jes. 45 : 23) riep de Heere, en Paulus herhaalt het van zijn glorie, Rom. 14 : 11: Want er is geschreven: k leef, zegt de Heere; voor Mij zal alle knie zich buigen, en alle tong zal God belijden."

Hetgeen waar Satan het meest aan hecht is dan ook dat Jezus > -> nedervallende hem zal aan bidden", omdat juist in dat knielen de goddelijke eere lag.

Bij Baal is het beslissende, »of men voor Baal zijn knieën gebogen heeft", en Johannes wordt op Pathmos van den engel bestraft over zijn knielen, niet alsof dit knielen niet mocht, maar overmits dit knielen alleen voor God te pas kwam. »Zie dat ge dit niet doet. Ik ben ook uw mededienstknecht. Aanbid God!" "Voor God zich nederbuigen, voor God den Heere op de knieën vallen, en voor zijn Majesteit zich op de aarde neder te werpen, is dan ook in Oud en Nieuw Verbond de practijk van Gods heiligen geweest.

Wat alles afdoet, we lezen van Jezus zelven in Gethsémané, dat hij nederknielde en daarna bad (Luk. 22 : 41), en daarna dat hij van dit knielen «opgestaan zijnde", vertroost wierd door de engelen Gods.

Wel verre dat in dit zich nederbuigen uitsluitend belijdenis van zonde zou liggen uitgedrukt, hooren we veeleer ook van de hemelen daarboven en van het nieuw Jeruzalem, dat de martelaren en de ouderlingen zich bij elke aanbidding nedenverpen voor den Heere, die ze gemaakt heeft.

Nu laten we het kerkgebruik ditmaal rusten. Of men in de kerken knielen zal, is een vraag die op zich zelve staat; en wie in Roomsche landen en in de Engelsche kerk gezien heeft, hoe weinig het zich neerbuigen een werkelijk knielen is, en hoe men ook hierop afdong, en met een halve lichaamsbuiging of zelfs met een kwart-plooiing genoegen nam, die verstaat het hoe onze vaderen er afraakten.

Doch dit ruste, het knielen in de kerken is een op zich zelf staande zaak, die deels afhangt van, het geheiligd karakter der vergadering en deels van plaatsruimte. In dicht opgepropte verzamelplaatsen te knielen is eenvoudig onmogelijk.

En nu is hier volle vrede meê te hebben, mits dit kerkgebruik ons maar niet alle knielen verleere.

Knielen moet, knielen hoort en past bij de aanbiddinge des Eeuwigen, en dit volstrekt niet enkel om zonde te belijderf, maar ook buiten alle zondebelijdenis om als daad van aanbidding.

Ook-al ware er nooit zonde gekomen, toch zouden we ons hebben neer te werpen voor den Heere onzen God.

Ook de engelen buigen zich neder. Jezus zelf buigt de knieën.

Paulus, zijn heilige apostel, buigt de knieën voor den God en Vader van onzen Heere Jezus Christus.

En ook nog in de hemelen ziet Pathmos' ziener de gezaligden zich neerbuigen voor den Troon.

Er is alzoo een zich neerbuigen op de knieën in angst, er is een knielen voor God uit verslagenheid, om te roepen om erbarming, maar er is ook een knielen voor den Heere onzen God gelijk het den creaturen tegenover den heiligen, heerlijken Schepper betaamt.

Maar hoe ook dit knielen genomen worde, altoos ligt in dit knielen een geven aan God den Heere van een goddelijke eere die Hem alleen toekomt.

Vandaar dat het buigen van de knie voor God, het buigen van de knie voor menschen uitsluit.

Het zeggen: Ge zult eens een voetval voor me doen, is een goddelooze hoovaardij. Zich voor menschen op de knieën te werpen is huldebetoon dat alleen mag zoo op zulk een persoon de majesteit des Heeren is o-ele^d en zelfs dan wordt het beter nagelaten. ° ° '

Wij, gereformeerden, blijven ook voor koningen en rechters staan.

En wat in onbezonnen hartstocht zoo vaak vernomen wordt, dat een jongman om de gunst en de liefde van een jong meisje te winnen

i) In ons artikel" van 26 Juni schreven we dat een steen niet valt in het luchtledig. Hiermee is natuurlijk bedoeld, dat een steen niet vallen zou in het volstrekt ledige, waarin geen lucht, noch iets was om de steen neer te trekken. zich voor haar op de knieën werpt, en dat het meisje dit juist eigenlijk wil, om eerst daarna zich gewonnen te geven, is schuldige afgoderij van den jongman en zich als een godin te willen zetten van de jongedochter. Beide zonden die God de Heere vloekt.

Als God iemand, wien dan ook, voor een medeschepsel, geknield ziet liggen, dan roept Hij uit den hooge en toornt Hij in de conscientie en zal het eens thuis zoeken in den gerichte: »Ik zal mijne eere aan geen ander geven, noch mijnen lof den gesneden beelden."

Maar bij God den Heere zelven, ja, dan hoort het knielen er wel bij.

Niet natuurlijk alsof het in dit knielen zelf zat, want wat zou het buigen uwer enkels en spieren zijn, zoo niet even tegelijk het trotsche ik zich voor den Heere nederboog in de verborgenheid uwer ziele.

En ook niet alsof dat knielen aan uw roeping en uw smeeking eene meerdere waardij zou bijzetten, want geen van uw gebeden heeft voor God ook maar eenige waardij, en al wat ze kunnen is ter gedachtenisse opklimmen, om door het bloed des Lams ontzondigd te worden, en zoo eerst te komen voor den Troon.

Maar dat knielen moet, omdat het Gode nu eenmaal beliefd heeft u niet als een »ziel" te scheppen, maar u te scheppen naar ziel en lichaam, en ge dus tweedeelig of tweeledig bestaat, en alle daad in u dan eerst haar volle kracht uit, zoo ze én naar de ziel én naar het lichaam toegaat, en zoo heel uw persoon omvat.

Bij alle heftiger gemoedsbeweging trilt daarom het lichaam meê. Hoe dieper een zaak van leed en vreugd ons aangrijpt, hoe stelliger ze een traan aan ons oog ontlokt of een' lach van vreugde oiu onze lippen zal plooien.

Daaroiu vouwen we dan ook de handen en sluiten de oogen, en voelen zelf, dat eigenlijk alleen zoo het bidden recht toegaat.

We konden ook met de handen los en het oog open bidden, maar het zou minder rustig, minder ernstig aanbidden zijn; ook al neemt ge bij het schietgebed deze lichaamswerking niet in acht.

En zoo nu is het ook met dit knielen. In plotseling levensgevaar werpt ook wie nimmer knielde zich vanzelf op de knieën en roept God om genade aan.

Als er pestilentiën rondwaren worden er knieën gebogen, die anders o, zoo stug bleven. Als er een lief pand in uw huis. in doodsgevaar ligt, wordt er een lenigheid in de knieën gevonden, waarover dan niemand zich schaamt en die toch den toeschouwer verrast. De natuur zelve onderwijst u in deze.

En zoo gold het dan ook dusver als regel, dat een ieder én des morgens én des avonds zijn knieën voor zijn God boog, en eerst daar­ ­ na stond men op, om zijn goddelijk [beroep te gaan uitvoeren, of zich neder te leggen in den slaap.

Maar, helaas, ook dit neemt thans af.

Dat knielen hoeft niet meer. Van twee keeren krimpt men het op één in, waar Daniël driemalen daags zijn knieën voor zijn God boog. En is het zoo reeds van tweemaal op éénmaal ingekrompen, o, dan komt zoo spoedig ook die ééne keer in gevaar van nalating.

Het gaat ook zittende wel.

Soms voelt men zich stram en stijf. Waarom zou het ook niet liggende op uw legerstede gaan als de slaap u reeds half begint te overmannen en vanzelf u de oogen sluit.

o, Zie toch toe, en wacht u voor geestelijke schade.

Van nature knielt het schepsel liever niet dan al; en eens uit de usantie weg, gaat het te loor voor u en voor uw kinderen en voor uw omgeving, misschien voor heel uw nakomelingschap tot in verre geslachten.

En onder dat niet-knielen zelf dan. lijdt het gebed

Het wordt korter; - sneller afgebeden; minder rustig; niet dat ge er zoo eens den tijd voor neemt om uw God aan te bidden.

Vooral de aanbiddinge van uw God kwijnt bij wie niet knielt zoo Ücht weg.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 juli 1887

De Heraut | 4 Pagina's

„Buig iK mijne knien!”

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 juli 1887

De Heraut | 4 Pagina's

Bladeren