GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

„Geen Plaats in de herberg.”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„Geen Plaats in de herberg.”

7 minuten leestijd

En zij baarde haren eerstge boren zoon, en wond hem in doeken, en Jeide hem neder i de kribbe, omdat voor henlie den geene plaats was in d herberg. Lukas 2 : 7.

„De vossen hebben holen en de vogelen de hemels nesten, maar de Zoon des menschen heeft niet waar hij het hoofd nederlegge." Zo was het in de jaren, toen Jezus van stad to dorp toog. En zoo was het eveneens, toen h op aarde kwam: »Geen plaats voor hem in d herberg!”

Het was geen vijandschap tegen Jezus, da er te Bethlehem, in wat wij het logement zou den noemen, geen kamer voor Jozef en Mari vrij was. Lukas zegt duidelijk, dat het kwam door de overvolle.

De beschrijving naar de stammen en geslach ten had plotseling een ongewoon groot aanta menschen naar Bethlehem doen reizen; wan vooral die familiën, die nog op een of ander wijze oorspronkelijk in de koningsstad van David thuishoorden, waren trotsch op hu afkomst, en bleven om geen prijs weg.

Vandaar, dat er opeens een heele schare va reizigers in het stedeke kwam opdagen; en gelijk men begrijpt, daar was het logement o de herberg niet op berekend.

Het zal al veel geweest zijn, zoo er voo twee dozijn reizigers tegelijk slaapvertrekke waren; en nu stond opeens heel het huis vo van menschen.

Natuurlijk, wie het eerst kwam, wierd he eerst geholpen. Zoodoende was al spoedig d laatste kamer weggegeven. En toen nu laat in den avond ook nog Jozefmet Maria het stedek binnentoog, kon de waard hen met den besten wil niet meer helpen; en al wat hij hun aan

kon bieden was, dat zij zich behielpen met een rustplekje in het hooi in den stal. Het was dus geen hardheid.

Het was niet, dat er wel plaats was, maar dat men Maria niet op wilde nemen. De waard had geen kamer om te vergeven. De stal was al wat hij vrij had!

En ook, er sprak allerminst vijandschap tegen Jezus uit; want wie kende Maria? En meer no^, wie kende het heilig kind Jezus, dat ze nog ongeboren onder het hart droeg?

Dat de Heiland der wereld in een stal geboren wierd en in een kribbe zijn eersten levensnacht gesluimerd heeft, is dus geen uiting van menschelijke hardvochtigheid, maar een Goddelijke beschikking.

De Heere heeft het zoo gewild.

Er is hier een Goddelijke symboliek, waarin het mysterie der Vleeschwording als gehuld ligt.

Immanuel had in het hooge der wereld kunnen geboren worden. Kunnen geboren worden te Jeruzalem. In het vorstelijk palels. Geboren kunnen worden uit een koninklijke prinses. Geboren in een prachtzaal. En aldus reeds van zijn eersten levensnacht met allen praal en alle weelde der wereld kunnen omringd zijn.

Maar dit heeft de Heere niet gewild. Door zijn bestel was niet Jeruzalem, maar het vergeten Bethlehem aangewezen. Niet een koninklijke prinses als moeder verkoren, maar een vergeten meisje in haar nederheid. En zoo nu ook is het door Gods bestel, en door dat bestel alleen, dat hier niet slechts alle praal en weelde verre bleef, maar zelfs het noodzakelijkste ontbrak. Die stal in de herberg is van Godswege voor de geboorte van Immanuel bestemd.

En zoo is het dan hier de Heere, die iets groots op aarde staat te doen, ja, het grootste dat ooit op aarde bestaan is, maar die juist daarom, al wat onder menschen groot of hoog of eerbaar geacht is, wegwerpt en uitsluit, en er lust aan heeft, om het nedere, lage en verachte als uitgangspunt te kiezen.

Zoo toch alleen wierd alle menschelijke grootheid neergeworpen, en zoo alleen was het enkel Goddelijke grootheid, die in dit menschelijk verachte blonk.

Hierin nu is al de glorie van het mysterie der Vleeschwording.

De Vleeschwording is de nederbuigende liefde, het zich nederbuigend ontfermen des Heeren HEEREN !

Ze is het ingaan niet maar in deze wereld; en niet maar het optreden onder de kinderen der menschen; neen, maar het ingaan in onze gevallene en vernederde menschelijke natuur.

Er is in dit mysterie een zoeken van wat verloren was, en daarom een afdalen naar de diepte, waar dit verlorene lag. Ja, zoo diep kon dit verlorene niet liggen, of Immanuel dook nog dieper in deze gevallenheid, om zelfs het diepst verlorene te ondervangen.

Bij wat zich nog ophield of scheen op te houden; bij wat zich nog opboog of scheen op te buigen; bij wat nog iets ophief of hoog hield, kon Immanuel zich niet aansluiten. Integendeel, dat alles moest eerst nog naar beneden getrokken, eer het gered kon worden. En juist naar wat reddeloos neerlag, strekten de armen der eeuwige ontferming zich uit.

En wat toont nu de uitkomst?

Maar immers, dat de geboorte van Immanuel niet half zoo roerend en aangrijpend zou geweest zijn, indien in die herberg wel plaatse voor hem ware geweest.

Stel u voor, dat Jozef en Maria een halven dag vroeger waren aangekomen en nog een goed slaapvertrek hadden gevonden, hoeveel aangrijpende poëzie ware teloor gegaan, en hoeveel minder zou u die geboorte van dat Kindeke hebben toegesproken. Hoeveel roerends en goddelijk schoons zouden we hebben gemist.

Ge moet uw Heiland in die schreiende tegenstelling hebben, en anders is hij uw Heiland niet.

Niets van de aarde, niets van de wereld, zelfs geen slaapvertrek en geen wieg.

En nu eerst in die diepgaande tegenstelling blinkt voor u Immanuel in zijn hemelsche glorie en in zijn goddelijke grootheid.

Uit die kribbe spreekt dat heilig Kindeke u hetl anders toe, dan uit een rijk gevulde wieg; uit dien stal veel roerender en aangrijpender, dan zoo het geboren ware in een zaal der vorsten.

Juist omdat er nu niets van de wereld is, is er zoo alleen de hemel.

Uw oog wordt niet afgetrokken.

Er is niets dan Immanule, en in Immanuel de ondoorgrondelijke barmhartigheid van uw God.

En niet anders is het met het volk des Heeren, met de kudde die de Herder op aarde weidt.

Ook hij haar en voor haar heeft het Gode beliefd diezelfde schreiende tegenstelling te beschikken.

In de kerken van hout, zegt een oud rijmpje, waren de predikers van goud ! En steeds is het door Jezus' kerk ervaren, dat ze in den stal er beter bij voer dan in een tempel, die veel weg had van een der vorstelijke paleizen

De herberg is ook een symbool. Symbool van het gemeenschappelijk wereldleven. Want in een logement slapen allerlei reizigers, die anders niet bij elkaar hooren, saS, m onder één dak.

En nu, in dat gemeenschappelijke wereldleven, daar hoort de kerk van Christus niet. Daar is voor haar geen plaats Daar yindt ze de stilte niet voor haar goddelijke rust.

Vandaar, dat de kerk van Christus nooit dieper zonk, dan als ze uit den stal weer naar de herberg kroop en volkskerk of staatskerk zocht te worden; en niet eer kwam ze weer op in geestelijken bloei, dan als de Heere haar uit de herberg weer opjoeg en weer terugwees naar den stal.

Of wilt ge zonder beeldspraak.

Zoo dikwijls de kerk haar kracht zocht in geld en goed, in hooge geleerdheid, en in wat roem en eer bij menschen geeft, en aldus gezien bij de wereld wilde wezen, vermagerde en verarmde ze inwendig.

Tot er bij den Heere dan weer gedachten van ontferming waren, en Hij vijandschap tusschen. haar en die wereld zette, en ze weer tevreden moest zijn ia nederiger positie.

En dan ging ook deze Maria v.'eer naar den stal.

Maar in dien stal kon ook deze Maria dan weer het heilig kind Jezus aan haar hart drukken

Of wilt ge ook hier zonder beeldspraak, ook aan de kerk van Christus wierd in die nederiger positie de gemeenschap met haar heerlijk Hoof J herschonken.

Meest in den stal der nederheid zijn ze geboren, de geestelijke kinderen van onzen God.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 25 december 1887

De Heraut | 4 Pagina's

„Geen Plaats in de herberg.”

Bekijk de hele uitgave van zondag 25 december 1887

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken