Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

Zoo bleek dan

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Zoo bleek dan

10 minuten leestijd

Zoo bleek dan duidelijk dat er tusschen Ds. Gravemeyer ^ de Heraut geen geschil bestaat over het Labadisme.

Elke poging, om de eenheid der kerk te verbreken ter wille van de hypocrieten of overtreders, keurt Calvijn, keurt Ds. Gravemeyer en keurt de Heraut beslist af. Maar volgt daaruit nu, dat Calvijn ook de Doleantie afkeurt?

Veroorlove Ds. Gravemeyer, die ook kerkhistorie kent, ons hierbij een vraag.

Toen in den aanvang der 17de eeuw onze toenmalige kerken, om aan de overheersching van het Remonstrantisme te ontkomen, in doleantie g'ingen, deden onze vaderen dit toen in Labadistische sandrift, ja dan neen?

En hij zelt zal getuigen: „Daar was geen quaestie van!”

Maar is dit zoo, eilieve, waarom schuilt er in de doleering onzer toenmalige vaderen dan geen verbreken van de eenheid der kerk op Labadistische gronden, en in de onze wel?

Droeg de tegenwoordige Doleantie, gelijk zij Ie Kootwijk, Voorthuizen, Reitsum enz. begon, ook maar eenigermate een Labadistisch karakter ?

Kwam aan Ds. Gravemeyer van bannen, uitzetten en afsnijden onzerzijds ook maar een tiende ter oore van wat het Synodaal Genootschap in dit stuk bestond ?

En wat het punt der Belijdenis betrof, stemt Ds. Gravemeyer ni-Ji toe, dat de belijdenis der Waarheid zelfs in de Remonstrantsche kerkeraden van die dagen nog heilig was te achten, vergeleken bij wat thans ten onzent in het Genootschap wordt gezien ?

Doch er is meer. Ook Calvijn zal tegen Ds. Gravemeyer getuigen en hem, ongetwijfeld tot zijn spijt, geheel omverwerpen.

Ds, Gravemeyer citeerde Calvijn half. Hij citeerde Calvijn in zooverre hij anti-Labadist was. Maar Calvijn, den feilen kampioen tegen de Hiërarchie en haar innerlijke leugeri, liet Ds, Gravemeyer rusten. Tegen die halfheid nu protesteeren we. Ds. Gravemeyer heeft zoomin als iemand recht, om zich op Calvijn te beroepen, tenzij hij hem ten voeten uit vertoone, met zijn volle gelaat.

En ziehier dan wat Calvijn ook in datzelfde vierde boek van zijn Institutie zegt, en wat Ds. Gravemeyer, zonder onwetenschappelijk, onwaar en onrechtvaardig te worden, niet had mogen overslaan noch weglaten, zoolang hij er prijs op stelt om door zijn lezers voor een waarachtig getuige te gelden.

Calvijn zegt dan Boek IV, cap. II, § i, aan het slot: „Zoo de ware kerk een pilaar en eene vastigheid der waarheid is, is het zeker, dat er geene kerk is, WAAR LEUGEN EN VALSCHHEID ZICH VAN HET BEWIND HEBBEN MEESTER GEMAAKT.”

Is het nu een feit of verzinsel, dat in het Synodaal Genootschap leugen en valschheid zich van het bewind hebben meester gemaakt ?

Durft, kan, zal Ds. Gravemeyer ontkennen, dat het Synodaal bewind van dit Genootschap, dat nu zeventig jaren lang steeds de waarheid gekrenkt, de leugen beschermd heeft, en loochenaren van de Godheid des Verlossers, van de Verzoening door zijn bloed, van zijn Verrijzenis en Zitten aan Gods rechterhand, in zijn vergaderingen liet voorzitten, beantwoordt aan Caivijns zeggen: „dat leugen en valschheid zich van het bewind in dit Genootschap hebben meester gemaakt ? ”

En is dit zoo, l< an het dan ook maar één oogenblik twijfelachtig zijn, of Gods kinderen hebben dit Genootschap zeer beslist, en zonder eenige verbloeming als valsche kerk te verwerpen ?

Voelt onze zoo hooggeachte broeder niet, dat hij zich hier schromelijk heeft vergist? Toch is het alleszins verklaarbaar, hoe hij in deze-dwaling verviel.

Hij heeft namelijk, op ondoordachte wijs, de Oud-Testamentische idéé van een Volkskerk, waar niets van wist noch wilde weten, in Calvijn ingedragen.

Calvijn kent slechts twee soorten van kerken. De a/gemeeneAierk door heel de wereld, en de bijzondere kerken in steden en dorpen. Een derde soort kerk bestaat er voor hem niet, dan ter uitdrukking van een complex.

Hoore Dr. Grravemeyer nogmaals Calvijn zelf in Boek IV, c. i, § 9:

»0m dit stuk kort en klaar te verstaan, moeten wij als bij deze trappen voortgaan, t. w.: dat de Algemeene Kerk is eene menigte van , mensehen, uit allerlei volken vergaderd, die wel in onderscheidene plaatsen verspreid en verstrooid is, maar nochtans in dezelfde waarheid der Goddelijke leer overeenstemt, en door den band van denzelfden godsdienst tezamengebonden. En dat onder deze alle bijzondere Kerken, die naar vereisch der menschclijke noodzakelijkheid alom in steden en dorpen opgericht zi)n, zóó begrepen worden, dat iedere van dezelve met recht den naam en het gezag van Kerk bezit.”

En aan het slot van deze § voegt hij er dan nog bij:

«Maar anders moet men oordeelen van de menigte eener bijzondere Kerk: want als die de bediening des Woords en die der Sacramenten heeft en in eere houdt, zoo verdient zij zonder twijfel voor eene Kerk gehouden en erkend te worden, dewijl het zeker is, dat zij altijd eenige vrucht voortbrengt. Op deze wijze behouden wij de eenheid der Algemeene Kerk, die de duivelsche geesten altijd hebben getracht te verscheuren; en tevens berooven wij de wettige vergaderingen, die naar de gelegen heid der plaatsen hier en daar gevestigd zijn, niet van haar gezag.”

Duidelijk spreekt Calvijn hier dus uit, dat men in zijn oordeel over de ware en de valsche kerk voorzichtig en onderscheidenlijk te werk zal gaan, en afzoriderlijk oordeelen zal over een plaatselijke kerk en zekere verzameling van kerken die zich als één geheel aandient.

Omdat het complex van kerken, dat men ten onzent de Ned. Herv. kerk noemt, een valsche kerk is, daaruit volgt nog geenszins, dat ook alle particuliere kerken, die onder haar begrepen waren, elk voor zich reeds valsche kerken waren.

Calvijn wil integendeel, en ook Ds. Beuker zij zoo vriendelijk er op te letten, dat we elke plaatselijke kerk^ in steden of dorpen opgericht, afzonderlijk beoordeelen zullen. En indien nu, zegt Calvijo, in zulk een plaatselijke kerk nog de zuivere prediking des Woords is, zij het ook met eenig gebrek, en nog de ware bediening der Sacramenten wordt gevonden, zij het met eenig^e tekortkoming, zoo geelt niets ons recht zulk een plaatselijke kerk voor valsch te verklaren.

Calvijns uitspraak zouden v/e wel met gulden letteren in elks conscientie willen schrijven: „Elke plaatselijke kerk bezit met recht den naam en het gezag van kerk." Wat men ook tegenbazele, zoodra uitgemaakt is, dat in een particuliere kerk de merkteekenen van Woord en Sacrament ontbreken, is deze geen kerk Christi meer. Dat er tóch in te zien, omdat er nog gedoopten zijn, en omdat de kandelaar er weer kan worden opgericht, is een naturalistische en in den grond pantheïstische beschouwing, die ernstig moet bestreden worden.

Maar ook omgekeerd, al zijn van de 1200 kerken in een Genootschapskerk 800 kerken valsch geworden, dit maakt de resteerende 400 nog geenszins valsch, zoolang in deze 400 nog een draaglijke prediking des Woords en bediening der Sacramenten aanwezig is.

De 400 goede kerken maken de 800 kwade niet goed, maar ook de 800 kwade de 400 goede niet kwaad.

Hieruit volgt dus, dat men lerbeoordeeling van het geheel der kerken, dat zich als Synodaal Genootschap aandient, niet oordeelen kan noch mag naarde gesteldheid dezer particuliere kerken, maar zulk een Genootschap beoordeelen moet naar zijn ei^en bestand en optreden.

Handhaaft een Synodaal genootschap van kerken, voor zooveel hem aangaat, de zuivere prediking des Woords en de goede bediening der Sacramenten, zoo blijft het in zijn goed recht, ook al wierden 800 van de 1200 kerken vcrvalscht; omdat het dan deze 800 ook allengs zal afsnijden.

Maar ook omgekeerd, bevordert dit Synodaal genootschap voor zooveel aan hem hangt, niet de zuivere prediking des Woords en de zuivere bediening der Sacramenten, maar strekt zijn actie integendeel om die beide te ontheiligen, dan is dit genootschap eo ipso een valsche kerk, ook al is het, dat nog 400 goede kerken in zijn geheel besloten zijn.

En is het nu in confesso, dat de Haagsche Synode, voor zooveel aan haar hing, nooit iets deed om de zuivere prediking des Woords en de zuivere bediening der Sacramenten te bevorderen, rnaar integendeel al haar kracht uitputte, om de prediking der leugen naast de prediking des Woords te handhaven, en alle maatregel totheilighouding van het Saciament te verijdelen, dan kan er geen oogenblik quaestie van zijn, of, naar Calvijns oordeel, is deze Genootschapskerk in den volsten en sterksten zin des woords eene valsche kerk.

Nooit hebben onze Reformatoren ook maar één oogenbhk geaarzeld in het opstellen van de merkteekenen der ware en der valsche kerk. Altoos stelden ze die, niet'iw de hoedanigheid der leden, noch in de persoonlijke gesteldheid der ambtsdragers, maar eeniglijk in de daden Christi in zijn kerk, in zooverre hij het Woord prediken laat en zijne Zegelen doet bedienen. Zoolang die twee goed liepen, hebben ze om geen gebrek noch feil ooit de kerk voor valsch verklaard; maar ook waar deze twee feil gingen, nooit een oogenblik geaarzeld het brandmerk van valschheid op zulk een kerk te drukken.

En dit wel, — hier lette - men scherp op — onderscheidenlijk voor elke culiere kerk en voor een complex van kerken. Beide moesten afzonderlijk gekeurd.

Om de deugdelijkheid van het complex mocht geen enkele particuliere kerk, die vervalscht was, nog voor goed gehouden. En evenzoo, om den deugdelijken toestand van eenige particuliere kerken, mocht nooit het complex van kerken vrij uitgaan.

Bij beide, én bij de particuliere kerken, én bij het complex moest de maatstaf afzonderlijk aangelegd, en bij beide dezelfde maatstaf.

En op dien grond nu oordeelen de kerken in doleantie:

1°. dat onderscheidenlijk moet geoordeeld over het Synodaal Genootschap als complex, en over de particuliere kerken in al onze steden en dorpen;

2°. dat in elke particuliere kerk afzonderlijk moet nagegaan of de prediking er zuiver en de Sacramentsbediening er ongeschonden is; en dat die particuliere kerken, waarin de prediking de leugen de waarheid verdrong en het Sacrament in een ceremonie ontaardde, als valsche kerken te verwerpen en ti verlaten zijn; maar omgekeerd die kerken, die nog zuivere prediking en goede Sacramentsbediening hebben, als kerken zijn te eeren;

3°. dat in het Synodaal bewind derwijs de leugen en de valschheid is ingedragen, dat het de zuivere prediking des Woords niet eert noch ook aan de zuivere bediening der Sacramenten de hand houdt; maar integendeel de leugen eert en Sacramentsontheiliging in bescherming neemt; en op dien grond, voor zooveel het zich kerk noemt, als valsche kerk is te verwerpen.

4°, dat de Besturen zoo der ware als der valsche particuliere kerken, die de valsche Genootschapskerk nog als van Christuswege regeerende, wagen te eeren, hierdoor medeplichtig worden aan den Synodalen gruwel, en op dien grond niet als Besturen van die nog goede en ware particuliere kerken mogen erkend worden;

en 5°. dat het derhalve plicht van deze Besturen of kerkeraden is, om zich van dit valsche bewind los te maken, alle gezag aan de Synode te betwisten, en in gehoorzaamheid aan Christus alle kracht in te spannen om de nog ware particuliere kerken aan den giftigen invloed dezer valsche Genootschapskerk te onttrekken. Of ook dat het, waar en voor zoolang deze Besturen dit weigeren, of daartoe den zedelij ken moed missen, plicht van het ambt der geloovigen is, om een ander bestuur in deze ware kerken op te richten. En nu weten we wel, dat Ds. Gravemeyer hiertegen inbrengt: Ja, maar ook de Synode, zie Art. XI maar, staat nog op de basis van de Drie Formulieren van eenjgheid, — doch daarover een volgend maal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 november 1888

De Heraut | 4 Pagina's

Zoo bleek dan

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 november 1888

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken