Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dr. Van Ronkel zong

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dr. Van Ronkel zong

5 minuten leestijd

Dr. Van Ronkel zong reeds als student. Sinds hing hij de harp aan de wilgen. Maar thans spookte Dr, Schaepmans genius zoolang om zijn ètudeercel, tot hij plotseling weer aan het dichten sloeg, en ons twee poëmen tegelijk bood: een apostrophe tegen den.Doctor van Rijssenburg en een gedicht , pv-er de Worsteling der eetiwen.

Met het eerste zal Dr. Van Ronkel geen eere inleggen. Hijvoelde dit zelf, toen hij schreef, dat de indignatio (verontwaardiging) er de grootste verdienste van zou uitmaken. Iets wat we^intusschen niet met hem eens zijn. Indignatio boeit aXs ze echt vuur, niet wanneer ze vi(urwerk is. En dat deze indignatio niet ecli't kan zijn, waarborgt ons Dr. Van Ronkels kennis van landen en volken. Hij weet, evengoed als wij, dat in landen als Oostenrijk, Beteren, België enz. waar alles Roomsch is, - in onze dagen de Gereformeerden eer irleer dan minder vrijheid bezitten en genieten dan in ons dusgenaamd vrije Nederland. E" hij weet ook, dat het deel der Roomsche bevolking ten onzent zoo verre in het cijfer beneden dat der niet-Roomsche staat, dat er, ook al wilden de Roomschen Icwaad, nooit eenige zweem van kans om kwaad te doen voor hen ontstaan zou. En als we dan Dr. Van Ronkel hooren zingen: „EIr liep ik oude man te bedelen langs de straat", en hij het dus voorstelt, alsof binnen uiterlijk twintig jaren de Roomschen de vrije prediking van Gods Woord hier te lande zouden kunnen beletten, dan berust heel deze »indignatio" op zulk een totaal valsche voorstelling, dat een man als Dr. Van Ronkel nooit onder dichterlijke inspiratie, maar hoogstens in een dichterlijken roes zulk een extravagantie op het papier kon brengen.

Zijn „indignatio" tnaakt dan ook niet den minsten indruk.

Rien n'est beau que Ie vrai.^ zong Boileau, en juist die waarheid ontbreekt hier.

En dat te meer, daar hij, om toch eenigen glimp aan zijn pcëzie te geven, er dejon^ren van Calvijn bijhaalt, en deze voorstelt als met Rome .saamspannend, om „de vrije prediking des Evangelies, " aan banden te leggen.

Wel voegt hij er ia zijn voorrede bij, dat hem van zekere zijde verzekerd is, dat de „jongeren van Calvijn" hisr geen plan op hebben. Maar reeds dit bericht is zoo naief, dat men , geheel buiten het leven moet staan, om niet te gevoelen, hoe dwaas het klinkt.

Maar bovendien, hij gelooft dit bericht, of hij gelooft het niet. Zoo hij het geloofde, waarom dan die laelijke woorden in het vers niet geschrapt.? En zoo hij het niet gelooft, waar zijn dan de gezonde zinnen.? Verbeeld u, ons Calvinistisch volk Dr. Van Ronkel naar den brandstapel leidend, omdat hij het Evangelie v/il prediken.

Zulk zeggen, wekt zelis geen indignatio. Het is eenvoudig potsierlijk.

De verdienste van dit poëem ligt voor ons dan ook in het minst niet in de echte indignatio, die juist ontbreekt, maar in enkele echt dichterlijke strophen, waarvan we deze het hoogst stellen :

Werp over den Vulkaan, gereed om 't vuur te braken. Dat in zijn opwaartsvaart het steengevaart doet kraken. Usv dunnen priesterrok. — Werp deor den open muil Den lavagloed terug, die opborst uit den kuü; Werp naar het dreunend hol en kreunende ingewanden, Die trilden van den schok, bij 't springen van hun banden, Terug die brokken rots, dien stroom van golvend vuur... Zet eer der zee ten perk een brossen, leem.en muur. Eer gij den golfslag en den stortvloed der gedachten Terugdringt naar haar bron of opsluit in uw grachten.

In de Worsteling der eeniven ontvingen we een zang in profetisch Da Costiaanschen toon, die in zijn strekking onze sympathie heeft, en waar menige gedachte in schittert, die Van Ronkels zin voor de worsteling der geesten eert.

De verdienste van dit stuk ligt in bet vol d'oiseau, het overzien met één blik van de onafzienbare reeks ^^/«? 7 worstelingen, die in den loop der eeuwen in de breedte der landen en in de veelheid der volken is en wordt uitgestreden.

Dr. Van Ronkel resumeert die worstelingen ; legt u den draad op de vingers om uw weg door dezen doolhof te vinden; en toont u hoe het onder alles door altoos één strijd is, voor of tegen den Heere der heir-Echaren.

Toch zou ook dit stuk zooveel machtiger indruk hebben gemaakt, als het meer historisch geëncadreerd ware geweest en in het eeuwjaar der Fransche Revolutie die schrikbarende omwenteling tot uitgangspunt en haar gedachte tot leiddraad had genomen.

Nu zweeft het te zeer.

Het is te ijl. Te wilkeurig in zijn gang en ontwikkeling, om duurzaam bijdrage voor onze nationale poëzie te worden. Te abstract; voor een echt poëem te weinig concreet. Meer een schitterend berijmde preek, dan een eeuwig geurende bloesem aan den stengel der poëzie.

Toch stellen we ook in dezen vorm dit poëem zeer op prijs.

De dichters die in Da Costiaanschen geest in het probleem der geesten durven indringen, zijn schaarsch geworden. Beets blijft meer in de oppervlakte. Ten Kate leeft t« v/einig zelf in die worsteling mee. Hasebroek zoekt Jonathan weer op. Een retour h sa jetmesse.

Juist daarom zou het ons een verrassing zijn, zoo Dr. Van Ronkel door deze eerste proeve ons de profetie bood van een herfstbloei, die ons eerlang nog van zijn poëdsch talent te wachten stond.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 7 april 1889

De Heraut | 4 Pagina's

Dr. Van Ronkel zong

Bekijk de hele uitgave van zondag 7 april 1889

De Heraut | 4 Pagina's