Officieele berichten uit de ned Geref. kerken.
HIJKERSMILDE en KLOOSTERVEEN. In de Herv. Gem. te Hijkersmilde en Kloosterveen, waar reeds sedert geruimen tijd door eenige broederen naar de vrijmaking hunner kerk van dé synodale organisatie biddend werd uitgezien, kwam het eindelijk tot een begin van reformatie.
Toen de meerderheid des kerkeraads hardnekkig weigerde gehoor te geven aan de billijke bede van onderscheidene leden, om de reformatie ter hand te nemen, brak een der ouderlingen, broeder M. Pernhout, de gemeenschap met hun college af, om zonder hen naar zijne roeping te handelen.
De door hem opgeroepen stemgerechtigde leden der gemeente voegden hem in eene vergadering, onder leiding van den consulent, op Woensdag den i3den Maart, door hunne keuze als ambtsdragers toe de broeders: Steffen Grit (ouderling) en Jan Bakker en Hendrik Vos (diakenen).
Na voorafgaande beproeving werden de gekozenen op Donderdag den 28sten Maart jl. door den consulent in hunne ambten bevestigd.
Onmiddellijk na de godsdienstoefening werd door den kerkeraad, in wettige vergè, dering saamgekomen, besloten tot terzijdestelling van de synodale organisatie van 1816 en tot wederinvoering van de Kerkenordening van den jare 1619.
De kerkeraad, dat besluit ter kennis brengende van de Nederd. Ger. kerken, verzoekt hare gemeenschap en voorbede.
Zijn adres is: M. Fernhout te Smllde.
Namens den Kerkeraad, K. FERNHOUT, v. d. m. te Zwartsluis, consulent.
Classicale conferentie te Voorthnhen.^ Donderdag 14 Februari 1889.
Nadat Ds. Mulder aangewezen is tot voorzitter, en ouderling Chevalier tot secretaris, opent de voorzitter de vergadering met het laten zingen van Ps. 79 : 4, waarna hij voorgaat in het gebed.
Na voorlezing van Maleachi 3, wordt de inhoud ervan toegepast op de ware reformatie der kerk, als van onze zijde een afgesneden zaak, maar van Gods zijde in Christus gewaarborgd en door zijne drie ambten uitgevoerd.
Daarna verkrijgt Ds. Middelkoop het woord, tot bespreking der tuchtoefening in de gemeente. Haar grond, wezen, toepassing en vrucht worden uit Gods Woord gestaafd en ook in de bepalingen der kerkenorde aangewezen. Bij de bespreking wordt hoofdzakelijk gehandeld over de wijze van tuchtoefening tegenover hen, die nog niet met de reformatie meegaan, en eindelijk besloten aan alle ambtBdragers van het Hervormd Genootschap in de classis een vermanend en waarschuwend schrijven te richten, zoo de classicale vergadering hiertoe besluiten kan. Met het oog hierop wordt aan de predikanten Dr. Van den Bergh, Middelkoop en Mulder opgedragen, voor de aanstaande class, vergadering een concept in gereedheid te brengen.
Op verzoek van broeder Koopsen uit Harderwijk wordt thans punt 20 der agenda besproken : Op hoedanige wijze zal het doen van belijdenis geregeld worden, zoo voor volwassenen ah voor minderjarigen. De wenschelijkheid wordt uitgesproken, dat in alle kerken dezer classis eenstemmig worde gehandeld. Verder wordt er op gewezen, dat de zoogenaamde, bevestiging van lidmaten ons eigenlijk terugvoert naar het Roomsche Vormsel, daar de bevestiging zelve eigenlijk telkens aan het Heilig Avondmaal geschiedt. Een openbare ondervraging en belijdenis, waarbij de gemeente toe gang heeft, moest aan de toelating tot het H. Avondmaal voorafgaan. Verschillende conscientiegevallen, die zich in dezen voordoen, worden broederlijk besproken, en nadat afgevaardigden van" verschillende-kerken meegedeeld hebben, hoe de toelating tot het H.. Avondmaal in hunne kerk geschiedt, wordt de morgenvergadering door broeder Van Loo met dankzegging gesloten.
De namiddagvergadering werd gehouden van 2 tot 4 uur en door den voorzitter met gebed en het laten zingen van een psalm geopend; de secretaris van de morgenvergadering ouderling Chevalier, die vertrokken is, wordt vervangen door A. Ouvveliand.
Eerst werd besproken de toestand der kerken te Elspeet, Putten, Garderen, Hierden, Elburg, Ernst, Hatteni, Heerde, Oene, Oos.terwolde, Vaassen, Veessen, Vorchten, Waperivelde en Wezep, plaatsen in de classis Harderwijk, waar de reformatie der kerk nog niet werd terhandgenomen. Uit de verstrekte inlichtingen bleek, dat in bijna alle genoemde plaatsen enkele of meerdere personen zijn, die de noodzakelijkheid inzien, dat ook voor hunne kerk de banden met de Synode worden verbroken. De wenschelijkheid wordt uitgesproken, dat deze personen hun verlangen aan hun kerkeraad bekend zullen maken, dat zij verder vermanend en waarschuwend optreden, terwijl de predikanten Ds. van den Bergh, Middelkoop en Mulder zich bereid verklaarden bidstonden te leiden in genoemde plaatsen voor de reformatie der kerk, voorzoover daartoe het verlangen kenbaar gemaakt is.
Een voorstel, om bij zooveel arbeid een oefenaar voor de classis aan te stellen, werd onraadzaam geacht, wijl in geen der opgenoemde plaatsen een kerkeraad is, onder wiens opzicht de oefenaar gesteld kan worden.
Besproken werd, dat ouders, die bezwaar , hebben hune kinderen te laten doopen in kerken en door predikanten, die nog onder de Synode zijn, dit kunnen laten doen in Geref kerken en door wetdge predikanten, zoo de ouders vooraf hun kerkeraad hebben vermaand en gewaarschuwd.
Eindelijk werd ter sprake gebracht de vraag: Welke gedragslijn voortaan te volgen in kerken, ahvaar reeds een Chr Geri kerkeraad bestaat. Medegedeeld werd, wat er reeds geschied is om tot hereeniging met de Chr. Ger. te komen en wat dit heeft uitgewerkt. Aan hen, die, alvorens tot benoeming van een ker keraad over te gaan, in bespreking willen komen met den Chr. Ger. kerkeraad van de plaats hunner inwoning, wordt door een der predikanten geraden te wijzen op de volgende punten:
1". De leden der Chr. Ger. Kerk hebben voor hun overgang de kerkeraden niet vermaand en gewaarschuwd.
2". Het blijft af te keuren, dat de Chr. Ger. Kerken erkenning des Konings hebben gevraagd, hoewel zij er door het lijden toe gebracht zijn.
3". De Chr. Geref achten het niet hun bijzondere roeping te arbeiden onder degenen, die nog onder de Synode zijn.
Van onze zijde dient noodzakelijk belijdenis gedaan te worden van de volgende verkeerdheden:1*. Liever bleef men onder een goddelooze Synode, dan zich te stellen onder een gebrekkigen Chr. Geref kerkeraad.
2". Niet genoeg is gevoeld de noodzakelijkheid van de eenheid van Christus' kerk.
S". De bezwaren, die tegen het Chr. Geref standpunt bestonden, zijn te weinig aan de Chr. Geref meegedeeld.
Daarna wordt meegedeeld, om welke redenen van staatsrechtelijken en kerkrechtelijken aard men geene vrijmoedigheid had zich dadelijk onder den kerkeraad der Chr. Geref te voegen, tenzij die bezwaren worden weggenomen.
De volgende conferentie zal te Epe op den tweeden Donderdag in Mei, wederom na de gewone class, vergadering, gehouden worden.
Nadat aan Ds. Middelkoop door de vergadering het verzoek gericht was het referaat, door Z Eerw. in de morgenvergadering geleverd, door den druk te doen verspreiden, werd deze belangrijke samenkomst door den ouderling W. Van de Bleek met dankzegging geëindigd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 7 april 1889
De Heraut | 4 Pagina's