Van de poging om nu reeds op eenigs-
Amsterdam, 12 April 1889.
zins rechtstreeksche wijze den strijd tegen Art. 168 (171) der Grondwet aan te binden, verwachten we weinig heil.
Kunstmatig voor zulk een denkbeeld in beide Kamers der Staten-Generaal eene meerderheid te formeeren, is met de handen aan den hemel reiken.
In de Tweede Kamer vindt ge op de honderd leden hoogstens een twintigtal, dat voor zulk een keer van zaken zou te vinden zijn, terwijl voor Grondwetswijziging twee derden, dus minstens 6^ stemmen vereischt worden.
Tot dit cijfer nu komt ge door electoralen dwang nooit. Want wel kunt ge bij de stembus besluiten geen ander candidaat te kiezen dan die met u Art. 168 wil doen vallen; maar dan valt in acht van de tien gevallen uw candidaat, en blijft Art. 168.
Ge hebt in dien strijd tegen u vooreerst de Roomschcn, ten tweede de Liberalen, en ten derde de Synodalen onder uw eigen vrienden, terwijl vóór dit denkbeeld alleen gewonnen zijn enkele Radicalen en Antirevolutionairen.
Reeds in de Tweede Kamer lukt u dit dus nooit.
Maar dan staat achter de Tweede Kamer nog altoos de Eerste, waarin zulk een denkbeeld niet één enkele stem voor zich zou hebben, en in lengte van dagen hoogstens drie a vier stemmen zou kunnen winnen, en dat op de vijftig.
Hieruit blijkt, dunkt ons, overtuigend, dat van een rechtstreekschen aanval niet het allergeringste succes ware te hopen.
Dat zulk een aanval neer zou komen op pure krachtsverspilling. Erger nog, dat zulk een strijd door eigen machteloosheid geoordeeld zou zijn.
En hieruit nu volgt een ernstige conclusie: Indien het alzoo staat, dan mist ge voor zulk een rechtstreekschen aanval zelfs het zedelijk recht.
Immers die strijd moet gevoerd op politiek gebied; en zoo iets vaststaat, dan wel dit, dat uit zedelijk oogpunt op politiek terrein slechts die wijzigingen in ons staatsrecht geoorloofd zijn, waar de publieke opinie der kiezers in hun groote meerderheid voor gewonnen is.
Dit nu is ontegenzeggelijk op ditoogenblik op verre na nog niet het geval.
Hieruit blijkt dus, dat er onzerzijds op verre na nog niet gedaan is, wat gedaan moet worden, om de publieke opinie in deze richting te bewerken, en onze medeburgers te doen inzien, dat het heil van het vaderland metterdaad door een losmaking der financieele banden tusschen Kerk en Staat zou gebaat worden.
Let hier toch wel op. Ot ge bij de politieke stembus al heil voor ziw kerk in zulk een maatregel ziet, geeft nooit den doorslag. Wie zóó rekent, Is op en top clericaal.
Neen, de grondslag van uw actie moet breeder genomen.
Ge moet van uw speciaal kerkelijk belang weten over te stappen op het aan allen gemeene belang van het vader land.
Op alle wijzen, door onze actie op kerkelijk terrein, door onze ofïeïvaardigheid, door ons moedig doortasten, moet het openbaar worden, dat een deel onzer burgerij, uit hooger begin.sel en ter wille van een heilige overtuiging, bestendiging van staatsinvloed op kerkelijk terrein acht niet te moeten noch te mogen dulden.
Uit deze feiten moet het onrecht, aan dit deel der burgerij aangedaan, a\ meer in het oog springen, om dusdoende allengs de overtuiging te vestigen, dat men in Nederland tegen alle rechtsleren king in, den bestaanden toestand niet mag bestendigen.
Maar veel meer nog moet ons voorbeeld toonen, dat metterdaad de vrije kerken beter aan haar doel beantwoorden j ook op het burgerlijk leven heilzamer invloed oefenen ; en dat derhalve zoov/el de zaak der Religie als die van den Burgerstaat er beter door zal gebaat, zijn, als eenmaal een andere en betere toestand in het leven mag treden.
Er moet gepleit voor de onloochenbare waarheid, dat deze onnatuurlijke saamkoppeling van Staat en Kerk onze politieke verhoudingen verwikkelt en vervalscht, en aan de dege hervorming van ons Staatsbestuur in , den weg staat.
De wensch, de roep moet algemeen worden naar een toekomst voor ons vaderland, waarin aan deze onzalige twisten de mond worde gestopt. Een toekomst waarin de Religie haar geestelijk karakter en haar geestelijke eere zal kunnen handhaven, door op geen andere macht dan de macht van den Christus te steunen.
En een toekomst niet minder, waarin de burgers van onderscheidene belijdenis, op politiek terrein zullen kunnen saam werken voor het heil van het gemeenschappelijk vaderland.
Eerst als zulk een overtuiging levendig wordt, zal de vrucht aan den tak rijper worden.
En ge zult haar plukken niet steelsgewijs en door gewelddadigen ruk, maar rechtens en als loon op uw arbeid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 14 april 1889
De Heraut | 4 Pagina's