Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In de Roeper wordt ons nadere toelich­

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In de Roeper wordt ons nadere toelich­

5 minuten leestijd

ting verzocht van wat we over Dr. Bavincks benoeming tot Hoogleeraar aan de Vrije Universiteit schreven.

De redactie van de Roeper zegt hiervan : .

Uit hetgeen Dr. K. hier terneerschrijft, zou men kunnen opmaken, dat er - hoewel het ten stelligste ontkend is - -toch onderhandelingen tusschen Kampen en Amsterdam, ter aanvankelijke verbinding van onze Theologische School en de Vrije Universiteit, hebben plaatsgehad

Op de Synode te Kampen is daarover geen sprake geweest.

Het is ons niet duidelijk geworden, wie de personen zijn, bij wie een tijdlang sprake geweest is, om het onderwijs aan beide Scholen aanvankelijk te verbinden. Ook niet, welke de overwegende bezwaren zijn, die tegen zooda nig plan gerezen zijn.

Om de schrijvers in de Gereformeerde Kerk niet een stok in de handen te geven, ware wat duidelijker uiteenzetting van het genoemde plan wel wenschelijk.

Van een plan ter aanvankelijke verbinding van de Theol. School te Kampen en de Vrije Universiteit kon toch moeielijk sprake zijn, zonder wederzijdsche onderhandelingen.

Heel het bijschrift, ook het gedeelte dat wij niet overnamen, komt ons wat raadselachtig voor.

Misschien komt dit, omdat wij niet tot de ingewijden behooren.

Kwade suspicie leidt gemeenlijk op een doolweg.

Zoo ook hier.

Mogen we de redactie daarom uit den droom helpen?

Zij wete dan, dat Universiteiten steeds gewoon waren en nog dikwijls zijn, om niet tot de benoeming van een geleerde over te gaan, zonder hem vooraf te hebben gepolst, of hij c. q. zulk eene benoeming zou aanvaarden.

Zulk polsen geschiedt dan gemeenlijk niet officieel, maar officieus.

Zco nu is het ook hier toegegaan.

Eer men tot de benoeming van Dr. Bavinck overging, is meer dan eens met dezen geleerde gesproken, en zijn zelfs brieven met hem gewisseld, om te vernemen, of zulk eene benoeming bij hem op een gunstig onthaal zou mogen rekenen.

Eer men tot de benoeming van Dr.

Bij die onderhandelingen, die natuurlijk alle na de Synode te Kampen vallen, stond dezerzijds steeds op den voorgrond, dat de School te Kampen geen schade moest lijden, en dat geen struikelblok aan de Vereeniging der kerken mocht in den weg gelegd.

Allerlei plannen en denkbeelden zijn daarbij te berde gebracht met het doel om de belangen van beide Scholen zoo goed mogelijk te vereenigen, maar op geen dezer plannen durfde Dr. Bavinck ingaan, en het einde was dan ook, dat hij zijnerzijds verklaarde, geen uitzicht op aanneming van een eventueele benoeming te kunnen geven.

Eerst daarna hebben heeren Curatoren en Directeuren der Vrije Universiteit gemeend Dr. Bavinck voor het feit der benoeming te moeten plaatsen; met het gevolg dat men kent.

Hieruit kan de Roeper zien, dat er van ingewijden of niet ingewijden hier geen sprake viel; dat er noch iets raadselachtigs, noch iets geheimzinnigs in deze geheele zaak - ligt; en dat ze hoegenaamd niets uitstaande heeft met-het vertelsel van E!r.

Van Ronkel.

Toch willen we, nu ook de Roeper hier weer op terugkomt, zijn redactie, ook wat dit punt betreft, wel i}it den droom helpen.

Ons namelijk was het van den beginne af geen oogenblik onduidelijk, waarop het praatje van Dr. Van Ronkel doelde, en we zien er volstrekt geen been in, om dit publiek te maken.

En dan wetc men, dat in 1878 toen, nu elf jaren geleden, het eerst het denkbeeld om een Vrije Universiteit op te richten, een meer concreten vorm aannam, bij velen onzer de wensch leefde, dat de Vrije Universiteit van meet af met de School van Kampen mocht ineensmelten.

Onder vrienden, waar ook Dr. Van Ronkel denkelijk bij was, hebben hierover toen nu en dan besprekingen plaats gehad; nooit op eenige oificieele vergadering; en het is bij deze losse besprekingen, waaraan echter geen der Kampener heeren ooit deelnam, dat zoo wel eenslosweg besproken is, hoe men dit c. q. met de katheders zou kunnen schikken.

Maar dit is dan ook al. Een los gesprek onder eenige vi lenden der Vrije Universiteit, hoe zulk een ineensmelting c. q. tot stand zou kunnen komen.

Dat het niet verder kwam ligt aan Ds.

Donner.

Immers toen schrijver dezes, die sterk voor onverwijlde ineensmelting was, zich in die dagen bij Ds. Donner vervoegde, dien hij, als het meest met hem bevriend, eens over dit denkbeeld polsen wilde, en in het algemeen de vraag met hem besprak, of zulk een oprichting van een Vrije Universiteit niet gemeenschappelijk kon plaats hebben, ontving hij van Ds. Donner ten antwoord: „U bij Kampen hiervoor aan te melden zou u op het oogenblik niets baten. Ga stil uw gang. Doe eerst wat ge meent te moeten doen. En dan later, kan men zien, wat er van ineensmelting kan komen".

Uitgaande van de overtuiging dat Di.

Donner's inlichting juist en vertrouwbaar was, heeft men zich dezerzijds toen van eiken stap onthouden, en is de Vrije Universiteit opgericht, zonder dat er met Kampen pourparlers plaats hadden.

Hieruit blijkt: i**. dat het denkbeeld om beide Scholen door ineensmelting tot één krachtig bolwerk voor het Calvinisme te maken, niet pas nu oprees, maar reeds in 1878 bestond; 2". dat het toen losgeUten is, na pertinente verklaring van een der best onderrichten in de Christelijke Gereformeerde kerk, dat het beter was, alvast maar te beginnen; 3". dat er wel eens losweg over een mogelijke schikking van katheders is gesproken, maaralleen onder vertrouwde vrienden, in een tot niets bindend gesprek, en zonder dat de Kampener heeren hiervan iets wisten of ooit gehoord hebben; en 40. dat alle verdere legenden die men over dit denkbeeld in omloop bracht, niets dan leuke pogingen waren, om te zien, hoe men het kerkelijk publiek wel kon beetnemen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 12 mei 1889

De Heraut | 4 Pagina's

In de Roeper wordt ons nadere toelich­

Bekijk de hele uitgave van zondag 12 mei 1889

De Heraut | 4 Pagina's