Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In het twee-maandelijksch tijdschrift

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In het twee-maandelijksch tijdschrift

8 minuten leestijd

Holland-V laander en, aflev. van i Mei 1889, geeft 2.ain op blz. 390—429 zijn vierde studie over de Nederl. Herv. kerk.

Hij komt in deze vierde studie ook op het Amsterdamsch Conflict en de daaruit gevolgde Doleantie. Geestverwant van de Heraut is hij waarlijk niet. Eer staat hij lijnrecht tegen het geloof der vaderen over. Lees maar wat

hij van den nu overleden Modernen hoogleeiaar Rauwenhofif schrijft: Een man als Prof. L. W. E. Rauwenhöff — helaas! overleden! — is op menige bladzijde van zijne geschriften i^rofeet geweest. Hij was te goed protestant om niet in te zien, dat er nog een ander Christendom is dan het kerkelijk Christendom, en nog een andere godsdienst, dan die in dogmen en ceremoniën bestaat.

De kerklucht was hem te benauwd. Er was iets drukkends in de kerkelijke atmosfeer, terwijl hij zoo diep en vrij ademde daarbuiten.

In die dagen schreef hij: »Ach, wij modernen, wij hebben geen geluk gehad. Hadden wij gestaan tegenover een goed confessioneele Synode, die ons met al de scherpte der wet had geslagen, hoeveel nieuw leven zou er nu reeds zijn gewekt.

Daargelaten het verlammende der verhouding, waarin de moderne predikanten hun taak hebben te volbrengen, is reeds het feit, dat zij in dienst van de kerk staan, genoeg om hun beste pogingen te verijdelen; want de kerk heeft het hart van de beschaafden verloren. Het feit is onloochenbaar. In de kerk ziet men een verouderde instelling, die een bekrompen opvatting van het leven blijft aankweeken, en de algemeene ontwikkeling in den weg staat.

Laten de kerkmannen zich niet te luide over dat harde oordeel beklagen. Wij hebben eene geschiedenis van drie eeuwen achter ons, wa.arop de onkerkelijke leeken tot hun rechtvaardiging kunnen wijzen, en wij hebben een geschiedenis van den dag onder onze oogen, die elk verdediger der kerk in verlegenheid moet brengen.

Mij schijnt het hoogst bedenkelijk, om steeds aan te dringen op handhaving van het kerkverband, en hun geduld te prediken in het afwachten van mogelijke verbeteringen inden toestand, door het hoogste kerkbestuur aan te brengen."

Dit is mannentaal. Rauwenhoff is zelfs door Dr. Jan van Vloten voor deze ondubbelzinnige en kloeke woorden lof toegezwaaid. »Wat baten alle kerkelijke bepalingen, als het aan mannen van karakter ontbreekt? " vraagt Rauwenhoff.

Ook is hij vol-strekt geen lofredenaar van onze houding tijdens het Amsterdamsch Conjlict, Hij schrijft toch: Diezelfde kerkeraad wierp hun echter ook hier een beletsel in den weg; het aangevraagde en vereischte getuigschrift werd hun geweigerd, niet omdat hunne zedelijkheid, maar omdat hun geloof in de oogen dezer kerkelijke keurmeesters van verdacht allooi was. Door deze handehng trad de kerkeraad buiten zijn recht en maakte zich schuldig aan verzet tegen de kerkelijke wet; zoowel naar de letter als naar den geest was hij haar ongehoorzaam.

En verder: Ware dergelijk geval van openbaar verzet tegen de wet en van tartende ongehoorzaamheid aan de bevoegde autoriteit in een burgerlijke gemeente voorgekomen, dan zou er onmiddellijk recht gedaan, dan zouden de leden van den Gemeenteraad, die tot deze eigendunkelijke handeling medegewerkt hadden, onmiddellijk uit hun ambt ontzet zijn.

Zelfs neemt hij een deun op in het Grand Tkéatreh'i] de opvoering van de Walskoning, voor het druk opgekomen schouwburgpubliek gezongen, en die van dezen inhoud was: Mejuffrouw Eendracht op den Dam Stond onlangs vreemd te kijken.

Toen daar een zekere Abraham Als vechtersbaas ging prgken.

Ze riep : Neen, dat is te veel! Hou op, man! hoe brutaal! Daar zaagt hij door het kerkpaneel.

't Is een schandaal, 'n Schandaal.

Ge ziet dus wel, Zain vriend niet.

Maar juist daarom heeft het beteekenis, om nu eens te vernemen, - hoe Zain _ . zich - - over de Doleantie uitlaat. Zie het hier: Sinds Januari r886 is er een breede rij van geschriften uitgekomen, die het onderwerp »doleerende kerken" behandelen. Het was te verwachten, dat na de afzetting der predikanten verschillende pennen in beweging kwamen.

Echter is er éen feit, dat niet onopgemerkt mag blijven. De afgezette predikanten vergaderden dadelijk na hunne schorsing in lokalen.

Een talrijk publiek volgde heui En kwaamt gij in de Ned. Herv. Kerk, dan zoudt gij bemerkt hebben, dat er schier niemand aanwezig was, zelfs bij predikanten, die vóór het ontstaan der doleerende kerk op een aandachtig gehoor konden rekenen.

Heeft men zich wel afgevraagd, wat de oorzaak is van dit verschijnsel ? Zou het niet zijn, dat velen de oogen geopend zijn geworden voor den onhoudbaren toestand, waarin de volkskerk zich bevindt? Allerlei richtingen en partijen zijn er ontstaan, en daaruit volgt, dat zij elkander hinderen. Ieder wil, en moet naar zijne overtuiging, zijne beschouwing van de kerk in de praktijk geldende zien.

Vandaar die afmattende strijd, waarbij het gaat om de macht en iedere partij steeds op de andere moet toezien, dat ze haar geen kwaad doet. Juist door het ontstaan van de doleerende kerk geefc deze partij het bewijs, dat hun zaak een GELOOFSZAAK is, in de eerste plaats. Het geloof, dat jarenlang door hen gepredikt was, moest op de kerkinrichting ontbindend werken. Het oogenblik scheen voor hen aangebroken, oni zich te organiseeren en een beslissenden stap te doen De Synode heeft hen ongehinderd laten prediken; de leer der Gereformeerden is zonder eenig beletsel verkondigd; maar nu zij de toepassing van die leer op het leven willen maken en de kerk gereformeerd willen hebben, nu spreekt de Synode het veto uit en verbant hen. Zou het hier geen geloofszaak zijn in den volsten zin des woords?

De kerkelijke bakens zijn verzet door het veto van de Synode-Waar vroeger de orthodoxie de vrijzinnige partij een hamer voor de borst zette, daar richtte zij nu haar strijd tegen het confessionalisme.

En verder op pag. 427: De Ned. Herv. kerk heeft zelden een tijd doorleefd, die zoo hachelijk voor haar was, als de tegenwoordige.

Waar de doleerenden inschrijvingen voor hunne geldleeningen openen tot den bouw van kerken, daar is binnen een minimum van tijd de leening volteekend.

Amsterdam is voorgegaan, Rotterdam is gevolgd.

Den isten April was voor de ruim 370 i vacante predikantsplaatsen bij de Ned. Herv. 1 Kefk geen enkele candidaat meer beroepbaar. Lichtpunten zijn niet te ontdekken aan den kerkdijken horizon. De krachten zijn te verdeeld om gezamenlijk den strijd te volbrengen.

In den strijd gebruikte Voetius telkens zijn troostwoord: »'tls maar een wolkje en het zal wel voorbijtrekken." De Voetiussïn onzer dagen dachten zoo ook over »de doleerende kerk".

Maar dat wolkje trekt niet voorbij. Het wordt steeds grooter. Het neemt over het geheele vaderland toe in kracht en macht. Dit feit te ontkennen of te verbloemen is tot niets nut, tot veel schadelijk. De doleerende kerk met haar vasthouden aan de beginselen van vóór driehonderd jaar, gaat sinds 1886 vooruit, zonder zich te storen aan het geglimlach ter linker-of aan het getoorn ter rechterzijde.

De Ned. Herv. Kerk klaagt over de onverschilligheid, die ze bij het publiek ondervindt; de predikanten klagen over achteruitgang van kerkelijk leven; de samenkomsten worden minder bezocht, en de offervaardigheid voor kerkelijke doeleinden sleept een kwijnend bestaan voort.

Heinrich Lang heeft in 1865 gezegd: »Zoo dwaalt de Kerk door de nieuwe wereld rond als een voortvluchtige koningin zonder scepter en zonder kroon. Zij, die in 't begin vol blijden moed, zeker van haar zegepraal, over de puinhoopen eener uitgeleefde beschaving wandelde en een nieuwe wereld in het leven had geroepen, is sedert langen tijd achteruit gegaan en verkwijnt met lederen dag meer. Zij, die eenmaal als de algemeen gehuldigde alleenheerscheres, alle deelen van het maatschappelijk en huiselijk leven in beslag had genomen, moet nu aanzien, hoe het individu, zonder naar hare stem te luisteren, gelooft zooals het kan en wil; hoe de beschaving haar versmaadt, de wetenschap haar afwijst, de school zich van haar los maakt; hoe het burgerlijk leven haar met lederen dag meer en meer de gehoorzaamheid opzegt. Zij, de verkondigster van Gods genade, moet om genadebrood bedelen bij de kinderen van dezen tijd, en vragen: Waar vind ik nog een plaatsje onder de duizenden richtingen onzer dagen? " Zóó heeft Heinrich Lang geprofeteerd in T865, en die profetie is werkelijkheid geworden.

•'Het is goed en nuttig ook voor zulke stemmen een luisterend oor te hebben.

Zulk een stem bemoedigt.

Maar ook ze maant tot verootmoediging en omzichtigheid.

Laat ons toch nimmer vergeten, dat het niet goed is en nooit goed gepraat kan, dat de belijders des Heeren in dit goede land, in plaats van arm in arm en trouwhartig ia den Heere verbonden tegen de machten van ongeloof en bijgeloof over te staan, hun kracht en tijd verspillen in een altoos onverkwikkelijken broederoorlog.

En daarom moet verzoening, mits niet ten koste van de waarheid, onverbiddelijk onze leuze blijven.

De Christus moet boven alles gaan. En daarom juist moeten allen, die den Christus in onverderfelijkheid liefhebben, weer saam komen te staan in hetzelfde gelid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 2 juni 1889

De Heraut | 4 Pagina's

In het twee-maandelijksch tijdschrift

Bekijk de hele uitgave van zondag 2 juni 1889

De Heraut | 4 Pagina's