Amsterdam, 31 Mei 1889.
Een der gelukkigste teekenen van den tegenwoordigen kerkelijken toestand is ongetwijfeld de genegenheid, die zich almeer openbaart, om zelf in de kosten van zijn kerkelijk leven te voorzien.
Reeds wijlen Ds. Smytegelt, de geliefde en gevierde prediker van Middelburgs kerk, had in zijn dagen voorzien, dat het hiertoe komen zou, en met profetisichen blik reeds in 1734 de actie die in 1834 en 188Ó doorbrak, voorspeld.
Toen toch reeds in zijn dagen de tegenstand tegen de aloude Belijdenis onder de leeraren veld won, ca de kerkeraden en classes maar al te nalatig, soms ? ielfs weigerachtig bleken, om het kwaad te stuiten, rijpte bij hem almeer de overtuiging, dat ten slotte de geloovigen zelven de handen uit de mouw zouden moeten steken, en eigener autoriteit en op eigen kosten hun eeredienst instellen.
Althans in Smytegelts levensbeschrijving, ons geleverd door zijn opvolger, Ds, De Beveren, en geplaatst voor y, Des Ghrütens heilcieraaf\ 's-Gravenhage 1744, 2de druk, lezen we op p. 37 dit: »I-Iet was veel zijn woon: de Ledematen zullen de waerheijt moeten bewaeren, en de rechtzinnighe zullen blijde zijn, wanneer zij zelve een predikant zullen mogen onderhouden.''' ÏJasirtoe is het thans metterdaad gekomen. Sn^tegelts profetie is vervuld. De weg door hem aïiySgewezen is ingeslagen.
En in datzelfde Middelburg, waar hij eens (jods volk verkwikte, bestaan nu i'eeds drie See.rk^o.rmatiën, gevormd uit „ledematen"^ van Smytegeltf oude Gereformeerde kérlt, waarinde rechtzinnigen blijde zijn, zelvenhun leeraar te mogen onderhouden.
Eigenlijk ligt hierin en hierin alleen de groote ommekeer, die sinds 1834 en 1886 in onze kerkelijke toestanden kwam.
Zoolang men de kunst van geven niet wilde aanleeren, kon men geen kerkelijke vrijheid genieten.
Eerst toen men die heerlijke kunst begon aan te leercn, ontsloot men zich den weg tot kerkelijke vrijmaking.
Wat nu nog duizenden bij duizenden onder het Synodale juk houdt, is niets dan het geld. Niet in dien zin, alsof geen andere motieven meewerkten, maar zóó, dat als morgen den , dag traktementen en bezittingen aan uittredende kerken verzekerd bleven, minstens nog vijfhonderd kerken met pak en zak overliepen, en al de fraaie redeneeringen over histori.sch en kerkelijk verband in het water tuimelden.
Slechts beelde men zich niet in, dat rnen in deze kunst van het geven reeds is, waar men wezen moet.
Er zijn vorderingen. Maar geen twijfel oi het zal nog veel, veel verder komen.
Schotland en Amerika zijn ons daar waarborg voor-Misschien zijn we halverwege.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 2 juni 1889
De Heraut | 4 Pagina's