Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In sommige kerken, die in Doleantie zijn,

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In sommige kerken, die in Doleantie zijn,

5 minuten leestijd

maar voorshands nog van den dienst van een eigen leeraar verstoken zijn, tobt men niet zelden op hoogst droeve wijze, om in den Dienst des Woords te voorzien.

Allerlei onregelmatigheid komt hierbij zelfs voor. En ook o. i. gaan de dassen hierbij niet al te streng te werk. In abnormale toestanden moet vaak raad geschaft.

Vandaar de waardeering, die vele Oefenaren vinden. Vandaar de zegen, die in menige plaats op het lezen eener predikatie rust.

En vandaar ook dat enkele Evangelisten en Ouderlingen, die daartoe min of meer gave bezitten, niet zelden der kerken een goeden dienst bieden, door te helpen.

Toch blijft dit altoos noodhulp& \ax^\.\ het is niet naar den regel.

Voorzichtigheid blijve daarom den kerkeraden aanbevolen.

Vooral waar het jonge mannen geldt.

Zoo zegt men, dat er zelfs jonge leerlingen van enkele cursussen voor de opleiding van catechiseermeesters zijn, die zich reeds bevoegd en gequalificeerd achten, om tot tweemaal toe op één dag, in eene dezer kerken op te treden.

Iets wat derwijs ongerijmd is, dat men in een dezer kerken hiertegen reeds openlijk geprotesteerd en aan zulk een misstand op staanden voet, midden onder de godsdienstoefening, een einde gemaakt heeft.

Gelukkig heeft ook de kerkeraad van Amsterdam, zoodra hij kennis van dit kwaad kreeg, een maatregel genomen om het te stuiten, en aan de leerlingen van zijn cursus zeer iostantelijk verboden, om. op zulk „prediken" uit te gaan, tenzij ze als ouderling of anderszins eenige kerkelijke qualificatie hebben.

Mogen andere kerken dit voorbeeld volgen, en breke alzoo spoedig de dag aan, waarop door meerdere energie zulk een spelen met het heilige voorgoed worde afgesneden.

Tegen den herdoop van kinderen, die in de Ned. Geref. kerken den Doop ontvangen hadden, heeft dan toch eindelijk een vriend der Synodalen, en geen minder dan Dr. J. J. van Toorenenbergen, zijn toornende stem verheven.

Die herdoop was en is kort en goed niets minder dan een breken met alle Christelijke en Gereformeerde usantie; een aanranding van het wezen van den Doop ; een opzettelijk hoonen van wat den broeder heilig is.

Toch hebben tot dit droevig besluit in de Haagsche Synode mannen van alle richtingen medegewerkt. Ook dusgenaamde Orthodoxen en kwansuis Gereformeerden.

En dat niet alleen; maar ook buiten de Synode hebben geleerden en ongeleerden van allerlei naam en faam bij dit Synodaal besluit in de handen geklapt.

Waarlijk het werd tijd, dat een man van kennis en karakter eens een kneppel onder deze Synodale hoenderen wierp. En dat heeft Dr. Van Toorenenbergen thans op de Utrechtsche Predikanten-conferentie, naar de bladen melden, niet zon­ der toorne noch zonder energie gedaan.

Reeds nu komt dus uit wat we voorspelden, dat men eerlang in zou zien, hoe men zich voorbij had gepraat, en na niet lange jaren, evenals eertijds ten opzichte der Afgescheidenen, zou moeten erkennen, dat men in Synodale drilt en hiërarchische boosheid had gehandeld en alsnu terug kwam op zijn verkeerde stappen.

We komen op dit advies van Dr. Van Toorenenbergen terug, bij het bespreken van zijn nu verschenen referaat.

Dr. J. J. van Toorenenbergen velt, hoe kon het anders, in zijn critiek op het ongerijmd besluit van de Haagsche Synode om herdoop te gelasten, ook over de Doleantie zelve vonnis.

Bij dat vonnis ontkomt ook deze historicus niet aan den invloed der partijschap.

Ook volgens hem toch is het Conflict gezocht; ists wat wij voor het aangezicht Gods steeds zoo pertinent mogelijk blijven ontkennen.

Ook volgens hem is er onzerzijds geweld gepleegd. Zelfs de naam van „Doleerende" is niet eerlijk genomen, maar „geroofd".

Intusschen merkten we met genoegen, hoe in zijn oordeel toch reeds billijker matiging doorstraalt.

Hij dringt er op aan dat de Synodalen wel onderscheiden zullen tusschen de „ondernemers van het Conflict" en de misleide volgelingen. Hij is van 'oordeel dat men een „gedeporteerd" predikant niet op één lijn mag stellen met een leeraar die om kwade practijken is afgezet. Hij blijft de „Doleerenden" erkennen als behoorende tot de kerk van Christus. En scherp keurt hij de dubbelhartigheid der Haagsche Synode af, die voor alle rechtbanken laat pleiten, dat de „Doleerenden" eigen kerken hebben opgericht, en in zake van den heiligen Doop hun zelven het recht van „eigen kerk" te zijn betwist.

Slechts één nieuw bezwaar brengt hij tegen hen in. Dit namelijk, dat de Doleerenden van d; i i6e eeuw „met behoud en op grond van de bestaande kerkorde" doleerden, terwijl de „Doleerenden" van thans de bestaande kerkorde opzij hebben gezet.

Hierin vergist Prof. Dr. Van Toorenenbergen zich.

Op drieërlei wijs.

Ten eerste is het niet waar, dat de toenmalige machthebbenden de „kerkorde" van 1586 erkenden, en dat er alzoo tusschen hen en de toenmalige Doleerenden geen breuke ook van „kerkorde" lag.

Eer integendeel hielden zij die toen de macht hadden, zich aan de Staatsche kerkenordening van i S91 en kwamen de Doleerenden destijds hiertegen in verzet, om zich te houden aan die van 1586.

Ten tweede, doordien hij voorbijziet, hoe de Doleerenden van thans, die tot inzicht van de onwettigheid van de organisatie van 1816 kwamen, zich eenvoudig onderwierpen aan de nog altoos geldende en nog nimmer wettig afgeschafte kerkenordening van 1586 of 1619.

En ten derde, doordien hij niet in het oog houdt, dat Doleantie al naar het geval staat, zich óf meer principieel tegen de geüsurpeerdé kerkorde, óf meer in beginsel tegen de ketterij kan en moet richten.

Zijn opmerking, die oppervlakkig iets scheen te beteekenen, blijkt dus bij nadere toehchting een opmerking te zijn die geen hout snijdt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 2 juni 1889

De Heraut | 4 Pagina's

In sommige kerken, die in Doleantie zijn,

Bekijk de hele uitgave van zondag 2 juni 1889

De Heraut | 4 Pagina's