Nader terugkomend op het besluit der
Synode van Utrecht, om voor de toelatingtot de Evangeliebediening in den regel Academische opleiding te vragen, bespreeict Doe. De Cock het feit, dat de Ned*. Ger. kerken vooralsnog eiken band met de Vrije Universiteit missen.
Dit nu acht bij een onhoudbaren toestand, en hij is van oordeel dat kerken, die candidaten examineeren van een Universiteit, waarmee zij als kerken geen officieel verband hebben, haar heiligste rechten prijsgeven en tekort schieten in plichtsbetrachting.
Er moest, zegt hij, om zulke candidaten toe te laten, aan de kerken recht zijn toegekend, om medezeggenschap te hebben in de aanstelling, de schorsing en het ontslag van de hoogleerareti, in de regeling van het onderwijs, en in de tucht der hoogleeraren en studenten.
Hier schuilt een vergissing.
Dat op zichzelf zulk verband wenschelijk is, en als het goed zal zijn, behoort te bestaan, is dezerzijds steeds erkend.
Doch heel iets anders is het, uit den aard en het wezen der Theologie af te leiden, dat eene theologische faculteit in verband m.et de kerken behoort te staan, en heel iets anders, wie ik tot mijn examen voor de bediening des Woords raag toelaten.
En dan geldt wat dit laatste betreft: i*". dat de kerken het recht en den plicht hebben, om praeparatoir en perempcoir allen, die zich aanbieden en beroepen •iA)Xi, zelve7i te onderzoeken; 2". dat dit onderzoek gaat over de belijdenis, het leven, de theologische ontwikkeling en de geschiktheid voor het ambt; en dat wel met dien verstande dat de kerken de verantv/oordelijkheid vcor Azrechtzinnigheid harer nieuw optredende Dienaren nooit op een Universiteit mogen schuiven, maar zelven te oordeelen hebben; 3". dat de stevigste band tusschen Kerk en Universiteit op zichzelf nooit waarborg oplevert voor de onbesmette rechtzinnigheid van een iegelijk die de U iversiteit verlaat en het ambt zoekt; 4". dat zelfs de Theologische School te Kampen, hoewel geheel kerkelijk, hiervoor geen waarborg kan geven, en dat deswege ook de Christ. Geref. kerk nog steeds na afloop der studiën onderzoek naar de rechtzinnigheid van wie zich aanmelden, instelt; S". dat alle kerken, en ook de Christ.
Geref., tot het examen toelaten jonge mannen, die elders hebben gestudeerd, aan buitenlandsohe universiteiten of scholen, waarmee ze als kerk geen verband had noch kon hebben.
Waaruit volgt, dat de band met de kerken door de Universiteit moet gezocht, niet om aan de kerken zekerheid te bieden
voor de rechtzinnigheid der candidaten (wat»' nooit kan), maar hoofdzakelijk omdat de aard en het wezen der Theologie zulk ^e« band met de kerk eischt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 23 juni 1889
De Heraut | 4 Pagina's