in de zaak van Dr. Lirftinck is de
In de zaak van Dr. Lieftinck is de beslissing ter tweede instantie dan gevallen.
Het Classikaal Bestuur van Sneek had den kloeken moed, om de loochening van de Godheid des Heeren te beschouwen als iets, waardoor iemand onbekwaam wierd, om als Bedienaar des Evangelies in de Ned. Herv. kerk werkzaam te zijn, en droeg hem daarom voor ter ontzetting uit zijn ambt.
Thans had het Prov. Kerkbestuur van Friesland te spreken, en dit oordeelde juist omgekeerd, dat er in deze zijn loochening van den Christus ^een reden tot ontzetting van Dr. Lieftinck uit zijn ambt gelegen was,
In dit Bestuur zitten, naar luid der jongste opgave, de heeren Ds. H. J. G. Greebe, Dr. M. N. Ringnalda, Ds. Jansonius Kijlstra, Ds. Brugsma, Ds. Florison, Dr. A. A.
Hingst, Ds. W. F. K. Klinkenberg, Mr. J.
Mierema Buma, iVlr. J. C, Bergsma en Dr.
M. van Staveren.
Wat nu.?
Het Prov. Kerkbestuur van Friesland heeft mannen als Ds. Ploos van Amstel, Ds. V. Kasteel, Dr. Wagenaar, br. Els-
Ds. V. Kasteel, Dr. Wagenaar, br. Elshout en zoovele anderen, zonder aarzeling uit hun ambt ontzet, niettegenstaande al deze broederen den Heere Christus zuiverlijk beleden, alleen maar omdat : 2e, naar hun innerlijke overtuiging, niet langer mochten medewerken, om Het Koningschap van Christus in zijn kerk met voeten te laten treden.
Nu het daarentegen een man als Dr.
Lieftinck geldt, die voor dit Koningschap van Christus ter wereld niets voelt, en naar het oordeel van elk Christenmensch niet anders te beschouwen is dan als een volstrekt afvallige en ongelonvige, die geheel en al met alle Christelijke Belijdenis gebroken heeft, nu ontzet ditzelfde Bestuur Opnieuw dus een bevestiging van v/at we steeds uitspraken : In de Néd. Herv. kerk is plaats voor elk die er in wil sijn; zelfs voor den godloochenaar; maar plaats voor geheel trouwe belijders van den Heere Christus is erniet.
Deze toch-kunnen er alleen zóó'lang ia blijven en arbeiden, als ze de struisvogelpolitiek volgen, om zich aan te stellen als zagen ze het kwaad niet, en goedvinden Evangelisten te zijn in stede van Bedienaars des V/oords in Jezus' kerk.
Zóó toch gaat een kind van God niet op de kerkelijke beginselen door, om trouw aan zijn Heere en Koning te bewijzen of aanstonds valt het Damocles-zAfaard en ge zijt ontzet.
Een loochenaar van den Christus daarentegen, die nooit in een conflict komen kan, omdat hij voor de souvereiniteit van Jezus en zijn kerk niets voelt, leeft er op zijn gemak en in stillen vrede tot zijn einde toe voort; en ook al mocht een lager bestuur het hem lastig maken, de hoogere besturen zijn fluks bij de hand, om het .schild hunner toegeeflijkheid over den bemoeilijkte op te heffen.
Vrage slechts, wat zal men thans in Sliedrecht, wat in het Classikaal Bestuur van Sneek doen .•' Er is A gezegd.
Zal er een B volgen.?
Of kruipt men nu weer in zijn schulp?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 23 juni 1889
De Heraut | 4 Pagina's