Voor Kinderen.
BECREPEN.
De prediker Oberlin, die gewoon was zijn liefdegaven zonder voorafgaand onderzoek uit te reiken, werd daarover door zijn vrienden menigmaal bestraft. De blijmoedige gever beantwoordde die bestraffingen gewoonlijk, door op genoeglijke wijze de volgende geschiedenis te verhalen.
Toen ik candidaat in de theologie was, reisde ik _ eens van S naar N Het was midden in den winter, en door de sneeuw waren de _ wegen als het ware onbegaanbaar.
Toen ik bijna de helft van den weg had afgelegd moest ik, midden in de bergen door loomheid overvallen, nederzitten. Al spoedig werd ik zoo machteloos, dat ik meende, dat dit de voorbode des doods was, en mijzelf Gode aanbevelende, liet ik af om er mij tegen te verzetten, en geraakte weldra in diepen slaap.
Na verloop van eenigen tijd — hoe lang weet ik niet — ontwaakte ik met schrik, want ik werd hevig geschud en bevond mij in tegenwoordigheid van een voerman, wiens gespan maar weinige schreden van mij verwijderd stond. Nadat hij door middel van drank en voedsel er in was geslaagd om mij tot bewustzijn te brengen, hielp hij mij op zijn kar, en zoo kwamen wij gelukkig in een nabijgelegen dorp. Daar bedankte ik hem zeer hartelijk voor zijn vriendelijke hulp en bood hem een geldstuk aan; maar hij weigerde beslist om het aan te nemen, en zeide dat de geringe dienst, door hem aan mij bewezen, niets was dan wat men elkander verschuldigd is, en dat het schande zou zijn om zich daarvoor te laten betalen.
Toen zeide ik: »Zeg mij dan ten minste uw naam, die mij even dierbaar zijn zal als de herinnering aan u, en dien ik in mijn gebeden hoop te gedenken." Maar hij weigerde ook dit.
Toen zeide hij: »Ik bemerk dat gij een geestelijke zijt. Ik bid u, zeg mij, hoe heette de barmhartige Samaritaan? "
Hierop kon ik niets antwoorden, want die naam was mij toen, zooals ook nu nog, niet bekend.
Met een vriendelijken lach op zijn gelaat zei hij toen: > > Welnu, veroorloof mij dan ook mijn naam niet te noemen, " en voortgaande verdween hij spoedig uit mijn gezicht.
»Nu heb ik, " zoo vervolgde Oberlin, »sinds dien tijd begrepen, dat noch de naam van den gever, noch die van den ontvanger, van eenige waarde is, als het er op aankomt om wel te doen."
Dit laatste nu is zeer waar. Maar toch zou 't onverstandig wezen maar te geven, zonder te weten of het noodig is. Voor den voerman was het duidelijk wat hij te doen had.
VOOE WEErGRAGE LEZEES.
Zagen we een vorige maal, dat onze taal niet zoo rijk aan vormen is als menig andere? daartegenover staat, — wat wel zoo goed is — dat we het in rijkdom van woorden, uitdrukkingen en zegswijzen velen afwinnen, en in vrijheid om de dingen te zeggen naar het best is, niemand behoeven te benijden,
_ Hoe het komt, dat onze taal zulk een onuitputtelijken woorden& oki'^i bezit, hebben we een poos geleden reeds besproken. We zullen daarom hier alleen maar opmerken, dat het des te . meer verkeerd en jammer is, als men dien schat ongebruikt laat en leent wat men heeft. Als iemand b. v. zegt, dat hij boven een café op de derde étage woont, dan zou men haast denken, dat hij in die hooge lucht wat raar in 't hoofd is geworden en zijn moeders taal verleerd heeft. Misschien werkt echter ook de grondlucht slecht, zoodat iemand kan zeggen, dat hij in een sousterreiffvfoont. 'tEen is even bespottelijk als 't ander, — en nog wel erger dan bespottelijk.
Onze taal dan is rijk en vrij, Niet alsof zij alles bevat, en ook alles maar goed ware wat men blieft te zeggen, 't Is dikwijls ver van makkelijk uit te maken hoever men gaan kan, wat geoorloofd is en wat niet. Dat is trouwens met alle vrijheid 't geval, en toch blijft zij een kostelijk ding.
Er zijn lieden die 't heel nauw nemen en veel afkeuren; b. v. als men zegt:
»Deze deur gesloten zijnde, gelieve men beneden aan te schellen."
»Zulke praatjes geef ik niets om." »Dat moet afgedaan."
»De meisjes gingen hun vriendinnetjes afhalen."
»Hij wou 't wel zeggen, maar hij dorst niet." »Dat boek leest pretdg; " dan zeggen zij: dat deugt niet. Dat is geen Nederlandsch en zij brengen daarvoor allerlei goede redenen bij, die soms klinken als een klok. De jongelui die dit lezen mogen mij echter gerust gelooven, als ik hun zeg dat er even goede redenen, en als 't er op aankomt nog wel zeer oude, zijn aan te geven, waarom 't ook wel geoorloofd is. Het best is dus mis schien in deze onze vrijheid te gebruiken, en daartoe zal 't ook wel komen. Want spreken als we 't zoo even aanhaalden doet ieder; de vraag is maar of men 't ook schrijven mag.
Waarom niet?
Er was een tijd, toen men nooit anders schreef dan: de zaak waarover ik denk; de tijd waarvan ik spreek. Doch een beroemd schrijver, die door velen gelezen werd, dacht bij zichzelf, waarom is 't niet evengoed te schrijven; de zaak waar ik over denk; de tijd waar ik van spreek? Dat zegt men toch zoo dikwijls. Kort en goed begon hij 't ook te schrijven en thans doet het iedereen.
We moeten evenwel, als ik zei, nu niet denken: alles is maar goed. Niet goed b. v. is wat niet duidelijk is. Als ik zeg: »Jan ging met
Piet uit en hij gaf hem een appel", dan is niet duidelijk wie de appel kreeg. Ook is 't niet goed te veel woorden te gebruiken of te weinig. Schrijft iemand in een brief: »ik hoop als dat gij mij spoedig komt bezoeken", of wel: »ik heb daar veel op tegen"; dan zijn dat »als" en »op" eenvoudig overbodig en leelijk. Doch evenzeer is 't verkeerd een brief te beginnen met: »hebbe de eer u te melden", want er staat niet bij wie de eer heeft, en dat dient men toch wel te weten. JEn eindelijk is 't niet goed uitdrukkingen te gebruiken die uit andere talen zijn genomen en dus niet Nederlandsch zijn, b. v.: j»Hij wg^sclit uw kennis te maken'', moet zijn; kennis met u te maken.
»Hij verheugt zich op het komend Kerstfeest", moet zijn: in 't vooruitzicht op enz.
Doch overigens heeft een Nederlander ook in zijn taal de vrijheid lief, en houdt haar in in waarde. En dat is een kostelijke zaak, die men zichzelf niet gegeven heeft. Alleen dient opgepast dat wij haar behouden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 28 juli 1889
De Heraut | 2 Pagina's