Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ia het Kerk. Weekblad dient een inzen­

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ia het Kerk. Weekblad dient een inzen­

5 minuten leestijd

der ernstig protest in tegen den dwang, dien de hoogere Synodale Besturen aan Sliedrecht willen opleggen, door te zeggen: e „Gij moet en zult Dr. Lieftinck als uw leeraar ontvangen, of de kerkelijke ban ligt voor u gereed."

Dit is uitnemend. Maar wat té denken van een zeggen, dat in ditzelfde schrijven voorkomt en ongeveer aldus luidt: „Laat hen Dr. Lieftinck stil te Rauwerderhem laten".-'

Van tweeën één: Dr. Lieftinck is een van Christus gezonden herder of hij is het niet. Indien ƒ«, dan mag geen wilkeur de Sliedrechters op debeen brengen, om zijn komst te willen beletten. Formeel immers was zijn beroep wettig.

Maar indien niet, en dit juist beweert het Kerk. Weekbl., is dit zeggeh dan niet uit den geest van Kaïn? Kaïns geest uitte zich in het woord: „Ben ik mijns broeders hoeder.'"' En deze inzender zegt: Wat gaat mij de kerk van Rauwerderhem aan.? Zoo Sliedrecht maar t verschoond blijft.

En nu weten we wel, dat deze inzender t antwoorden zal: Gij vergist u, want in Rauwerderhem is geen oppositie; daar is Dr. Lieftinck nu eenmaal en men neemt met zijn dienst genoegen. Te Sliedrecht daarentegen moet hij nog komen, en daar verzet men zich.

Maar snijdt dit hout.? Hangt het dan van den zin en de keuze der gemeenteleden af, of de Christus in zijn kerk geloochend of gepredikt zal worden .•'

Of moest niet omgekeerd elk gemeentelid, dat met den dienst van een loochenaar van Christus vrede nam, reeds deswege onder censuur gebracht en van alle stem in de kerk beroofd worden.?

flet gaat toch om de eere Christi en der zielen zaligheid.

En doet het er nu niet toe, of de Christus in de kerk van Rauwerderhem gehoond wordt, en de leden dezer kerk leven buiten het Evangelie, zoo Sliedrecht maar verschoond wordt.?

Dit is immers alleen op het standpunt van Kaïn te verdedigen.

Ben ik mijns broeders hoeder.? Wat gaat mij de kerk van Rauwerderhem aan.? Of erger nog de geest van het Sanhedrin: Gif moogt toezien!

Nu zouden we hier niet op komen, zoo het een losse uitlating was zonder consequentie.

Maar dat .is het niet. Deze zon^de vaa den kerkelijken Kaïnsgeest is in heei ons kerkelijk leven ingedrongen.

Zoo ik maar een goede prediking vind. Zoo mij maar de Sacramenten zuiver bediend worden. Als ik maar kerkelijk heb, wat ik behoef. Aldus denkt en spreekt men. En uit dit fatale, zondige beginsel vloeit het dan voort, dat heel de kerkelijke strijd er in opgaat, om maar plaats te vinden voor een orthodox prediker en gelegenheid om dien man te hooren.

Reeds in mijn eigen kerk deert het dan niet, of er duizenden Modernen en Groningers met mij in saamleven. Die moeten dan maar thuis blijven en heil bij hun „Protestantenbond" zoeken. Ben ik mijns broeders hoeder.? Wat gaan mij die Modernen aan.?

Evenmin deert het mij dan, hoe het in een ander dorp toegaat, en of daar misschien gansch geen prediking der waarheid "is. Alweer: Ben ik mijns broeders hoeder.? Wat gaat mij die andere kerk aan? Of wordt de conscientie wakker, zeer goed, dan zendt men er een Evangelist heen. Dan hebben daar wie hooren willen toch ook wat. En die anderen dan, die toch ook van de kerk zijn.? Nu ja: Wat ben ik mijns broeders hoeder! Zij mogen toezien!

. Deze Kaïnsgeest nu bant alle broederliefde, breekt de gemeenschap der heiligen, en is oorzaak dat elk kerkelijk besef van saamhoorigheid en medeverantwoordelijkheid te loor gaat.

Als ik in Zuid-Holland woon, gaat mij niet aan wat in Friesland geschiedt. En zoo ik maar voor Sliedrecht opkom, wat verscheelt mij dan de kerk van Rauwerderhem ?

Meer nog. Over Dr. Lieftincks beroep wordt nu luid gebazuind.

En dit is goed. Maar als Dr. Lieftinck nu eens niet naar Sliedrecht gaat, is daarmee in Sliedrecht dan alles gelijk het zijn moet.?

Of is Dr. Lieftinck dan niet door Sliedrecht beroepen.?

Wie zijn daar de mannen, die dit gedaan hebben.? Wie hebben dat beroep onderteekend en hem toegezonden?

Staan die mannen dan niet even schuldig ? En waarom wierd Dr. Lieftinck geroepen.?

Waarom anders dan omdat te Sliedrecht zooveel loochenaars van den Christus zijn, die een prediking naar hun smaak wenschten.? En blijven dan alle dezen tot het heilig Avondmaal toegelaten.? En moeten ze zoo maar voortleven?

En toch dit alles vloeit voort uit den Kaïnsgeest, die op kerkelijk terrein slechts kerkelijke zelfzucht kent.

Zoo ik maar heb, wat ik wensch, wat zou ik dan meer willen.?

Aldus neemt men de kerk voor zichzelf en ontrooft ze aan den Christus.

Dit toch is de wortel van deze zonde, dat een iegelijk, die op deze paden wandelt, vergeet met den Christus, verzuimt met den Koning der kerk te rekenen, en niet vraagt: Wat wil Hij?

Zóó toch kan de vraag naar de eere Christi niet in ons hart post vatten, of alle verschil tusschen de kerk van Sliedrecht en Rauwerderhem is weggevallen. In beide dorpen is het zijn kerk.

En in beide dorpen moet Hij tot zijn eere gebracht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 september 1889

De Heraut | 4 Pagina's

Ia het Kerk. Weekblad dient een inzen­

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 september 1889

De Heraut | 4 Pagina's