Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het geschil over de theologische faculteit

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het geschil over de theologische faculteit

3 minuten leestijd

Het geschil over de theologische faculteit, dat men in 1876 dacht begraven te hebben, heeft toch de zerk die op het graf lag weer opgetild, stak reeds een hand door de reet, en is bezig er het hoofd weer uit te werken.

Hadden de h^ifen, die in 1876 aan deze begrafenis meededen, geweten wat er komende was, dan zouden ze waarschijnlijk wel gezorgd hebben, dat althans Amsterdam van de verplichting, om een theologische faculteit te organiseeren, ontslagen wierd.

Maar in hun overmoed verzuimden ze dit. Er moesten en zouden nu niet minder dan vier volledige theologische faculteiten in den lande bestaan; en gelijk het meer gaat, wie het onderste uit de kan wil hebben, dien valt de klep op den neus.

In Amsterdam staat nu reeds heel deze faculteit op losse schroeven.

De radicalen en een deel der liberalen hebben reeds openlijk een voorstel om haar op te heffen ingediend, door aan der^eering zulk een wijziging van de wet van 1876 te verzoeken, waardoor de opheffing mogelijk zal worden.

Nu, dit wierd dan ook tijd.

Een theologische faculteit toch, zooals Amsterdam er een bezit, is de meest excentrieke faculteit, die in eenigland ter wereld denkbaar is. Daarin toch zitten twee Doopsgezinden, twee Lutherschen én twee Synodalen; waar dan nog bijkomen één Hersteld Luthersche en twee Synodalen als „kerkelijke" hoogleeraren. Of ook naar de geestesrichtingen, zitten in deze faculteit, één radicaal, twee modernen, één Ritschliaan, één irenisch man, één ethisch, en als buitenwacht nog één Scholtiaan, één ethisch-Luthersche en bestaat één vacature.

Een ware staalkaart dus! Jammer slechts, dat de Joden er niet nog een opperrabijn, de Roomschen een deken, de Christelijke Gereformeerden b. v.

Ds. Gispen, en de Doleerenden een hunner predikanten bij hebben gevoegd. Dat stond hun natuurlijk vrij, evengoed als de Hersteld Lutherschen dit gedaan hebben.

Maar ook zonder zulk een bizarre bijvoeging, is deze faculteit dan toch reeds uit wetenschappelijk oogpunt een onding.'

Vraag, om u hiervan te overtuigen aan deze heeren maar eens, of ze u hun Encyclopaediesch handboek willen geven, waarin natuurlijk allen het in hoofdzaak eens moeten zijn.

Feitelijk is het een faculteit op een goedkoopje. Het klinkt zoo goed een faculteit van zes man, met een reserve van nog drie mail buitengaats.

En om dat koopje meester te worden, stelde men dan ook feitelijk geen zes man aan, maar deed het met twee (Prof. Van Toorenenbergen en Prof. Chantepie de la Saussaye), en gaf voorts aan vier andere mannen, die toch reeds hoogleeraar waren, een kleine aanvulling bij hun traktement en voorts den titel van Universiteitshoogleeraar.

Op die wijs is deze faculteit meer bij elkaar gescharreld dan gevormd.

Gevolg waarvan natuurlijk is, dat bij deze faculteit al!e eenheid van beginsel en gedachte ontbreekt; dat de studenten niets dan een potpourri van allerlei geleerd-heid, maar g^een wetenschappelijk onderwijs ontvangen; en dat de ééne hoogleeraar afbreekt .wat de andere opbouwt; een verhouding waarbij de af breker als altijd het aan invloed van den opbouwer wint.

Dat hebben de beschreven vaderen van Amsterdams gemeenteraad dan ook zoo diep gevoeld, dat ze als echte kooplieden liever gecijferd dan wetenschappelijk geredeneerd hebben.

De eenige die wetenschappelijk redeneerde was Mr. Heemskerk. En de overige pleitten óf op den dwang dien de wet oplegt óf op het fïnancieele argument.

Heel die faculteit was een soort van stadswinkel, met velerlei kamerverJauurders en gaarkeukenhouders als commanditaire vennooten.

Die winkel kostte aan de stad zóó en zooveel, maar bracht aan de commanditaire vennooten zóó en zooveel op.

En op grond van die rekensom de faculteit blijven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 20 oktober 1889

De Heraut | 4 Pagina's

Het geschil over de theologische faculteit

Bekijk de hele uitgave van zondag 20 oktober 1889

De Heraut | 4 Pagina's