Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

We zouden aan de redactie van de

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

We zouden aan de redactie van de

6 minuten leestijd

Vaderlander w-sl willen verzoeken het kleine terrein, dat ons nog gemeenschappelijk is, onaangerand te laten.

In ons nr. van I8 October jl. schreven we.­

Gelijk er de laatste vijftig jaren door velen gepredikt is, en nog door niet weinigen gepredikt wordt, bestaat er tusschen het stuk dat een predikant en het stuk dat een oefenaar voortbrengt, niet zelden alleen dit verschil, dat menig oefenaar meer torstichting der gemeente Gods bijdraagt, dan de geordende predikant-Jarenlang is de prediking in onze vaderlandsche kerken geen prediking des Woords meer geweest. Het was voor een deel het Woord wegpreeken, in plaats van aanpreeken. Kwansuis wierd er nog een tekst bij opgegeven, maar die tekst deed slechts dienst, om den spreker gelegenheid te bieden ter uitstalling van zijn eigen ideeën. De tekst hing er bij als een bef-etiketje aan een flesch cantemerle, waarin geen drop zat, die uit bezien in Cantemerle geplukt, was uitgedrukt.

Er werden zekere oude verroeste rails gelegd in den vorm van afgezaagde en versletene indeelingen, zonder eenig denkbeeld van coördinatie, en tusschen die verroeste en knarsende rails liep het woordentreintje dan op en neer. En voegt men daarbij, dat menige predicatie de duidelijkste sporen droeg van schier geheel ongepraepareerd te zijn; door geen stille gebedsoefening te zijn ingeleid ; en dat ze bovendien slordig wierd geïmproviseerd en slordig voorgedragen; ja, wat nog Het ergste was, buiten het geestelijk worstelen der gemeente oinging, — dan behoeft wel nauwlijks meer gezegd, hoe diep deze prediking gezonken was.

f Nu neemt de Vader lander \\\e: xvz.vi2S\.e: e.'a. t deze woorden over: »Jarenlang is de pre b diking in onze vaderlandsche kerken geen f prediking des Woords meer geweest."

Hierop nu merkt ze aan: Men zou zoo vragen, hoe zoo'n redacteur dat weet.

Hij geeft als bewijzen de fouten, die, naar verluid werd, op een aantal predikers kleven.

Maar wat geeft hem recht tot 200 algemeen oordeel ?

In de Vaderlandsche kerken zijn een paar duizend predikanten.

Dat „een paar duizend predikanten" is althans voor de predikanten van de Vaderlander wel wat hoog in 't cijfer. Het Genootschap telt er 1600 met 300 vactttures; per resto 1300. Doch misschien rekent de Vaderlander er de Luthersche, Remonstrantsche, Doopsgezinde en Christ. Geief. bij, en dan haalt ze bijna de twee duizend.

Slechts zij opgemerkt, dat wij „kerken" van de plaatselijke kerken bedoelden; en met name van de predikanten in de Christ. Geref. kerken een veel hoogeren dunk hebben.

Doch dit is bijzaak.

Hoofdzaak is ons, dat de Vaderlander ons zal toestemmen, dat er voor vijftig jaren en lang daarna gansch geen prediking des Woords te vinden was.

Als men zich terugdenkt in de jaren van 1840 en het decennium dat daarachter ligt en daarop volgde, zal ook naar het oordeel van de Vaderlander de toestand wel in dezer voege te schetsen zijn, dat er ja, als een witte raaf, hier of daar op een klein dorpje nog een enkel trouw belijder van den Heere Jezus op den kansel stond, maar dat op de 1600 predikanten stellig geen 8 pCt. den vollen raad Gods verkondigden.

Dat in dien toestand een zoo gelukkige keer kwam, danken we deels aan den Réveil, deels aan de Utrechtsche Theologie, en deels aan de taaiheid van de Nachtschool onder het volk.

Vandaar dat deze drie machten dan ook aanvankelijk met een eenparigen schouder tegenover de Modernen, Groningers en Supranaturalisten stonden, en het is aan die vereenigde pogingen te danken, dat metterdaad thans de 8 pCt. van toen allicht tot 60 pCt. geklommen is, zoo men onder „prediking des Woords" verstaat, de prediking van den Christus als God geopenbaard in het vleesch en de prediking van de verzoening door het bloed des kruises.

Dit is ons gemeenschappelijk verleden, en daardoor het gemeenschappelijk terrein, waarop we een stuk van ons leven saam doorleefd hebben, en de Vaderlander zal dunkt ons goed doen, met dit onaangerand te laten.

Deelde hij dan ook heel onze zinsnede aan zijn lezers mede, zoo zouden die lezers terstond zien, dat we ten onrechte beticht zijn.

En dat te meer, nu de tegenstelling tusschen een" Oefenaar en een Dienaar des Woords duidelijk maakte, hoe „prediking des Woords" hier in praegnanten zin wierd genomen.

Evangelieprediking en bediening van de sleutelen des hemelrijks zal toch ook in het oog van de Vaderlander lang niet geheel hetzeltde zijn.

En ddt was het punt, waarop het bij de tegenstelling met den Oefenaar aankwam.

Toch willen we om oprecht te zijn, niet verzwijgen, dat nu niet formeel, maar materieel genomen, de prediking van de vrienden van de Vaderlander ons voorkomt geen prediking van het Woord in vollen zin te zijn.

De Vaderlander zelf teekent aan het slot van zijn artikel aan, dat onze artikelen ., ., dat de genade particulier is" eigenlijk de wigge zijn geweest, die het hout splijten deed.

Nu zal de redacteur van de Vaderlander niet ontkennen, dat de Drie Formulieren van eenigheid zoo beslist mogelijk tegen de algemeene verzoening, en voor de particuliere genade partij kiezen.

Hij zal dus ook moeten toestemmen, dat de leer der Gereformeerde kerk geen andere prediking toelaat; want dat elke andere prediking Semi-pelagiaansch is.

En al nemen we nu aan, dat de mannen der algemeene verzoening zich sterk maken om met Gods Woord hun goed recht te verdedigen, dan mag toch van den anderen kant niet onopgemerkt blijven, dat de

Utrechtsche Theologie allengs het begrip van Gods Woord geheel vlottend heeft ge-; maakt.

Week aan week worden de studenten te Utrecht er op gewezen, dat Gods Woord niet de Schritt, maar in de Schrift is, en nu wordt al wat tegen het eigen stelsel ingaat, kort en goed buiten deze categorie gesloten.

Zoo wordt het een cirkelredeneering; Wat Gods Woord in de Schrift is maken de predikanten uit; en wat ze als Gods Woord erkennen, hangt af van wat hun waarheid schijnt.

Feitelijk mist men dus eiken vasten grondslag, en een ernstig debat is onmogelijk.

Doch juist om die omstandigheid mag het ons dan ook niet euvel geduid, dat wij geen volle prediking des Woords kunnen zien in de prediking van een stelsel, dat nog heel wat verder afwijkt van wat voor onze Vaderen het Woord was, dan voor twee eeuwen het stelsel van Arminius, Episcopius en Uytenboogaart.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 17 november 1889

De Heraut | 4 Pagina's

We zouden aan de redactie van de

Bekijk de hele uitgave van zondag 17 november 1889

De Heraut | 4 Pagina's