Gelijk te voorzien was, zal het nog eeni-
Amsterdam, 22 Nov. 1889,
gen tijd duren; eer , de heeren Dr. Van den Bergh en Dr. Geesink het hoogleeraarsambt aan de Vrije Universiteit aanvaarden.
De classis van Rotterdam is zelfs nog niet saam geweest, om te beslissen, of zij Dr. Geesink uit den dienst der kerken ontslaan kan; en de classis van Harderwijk heeft pas zoo even besloten, om aan Dr. Van den Bergh die toestemming niet te weigeren. Zelfs kwam ons ter core, dat Dr. Van den Bergh de zitting der Synode in Juni wenscht af te wachten, om de verhouding van de Theologische faculteit der Vrije Universiteit tot de kerken vooraf te doen regelen.
Voegt men hier nu bij het zeer begrijpelijk verlangen én van de kerk te Rotterdam én van die te Voorthuizen, om niet plotseling verstoken te worden van leeraars, wier dienst zij op zoo hoogen prijs stelden, dan is licht aan te nemen, dat we van Kerstmis naar Paschen schuiven, eer dit scheepke van stapel loopt.
Een zeker voor de Universiteit niet gcwenschte toedracht van zaken.| Maar in onze zoo abnormale toestanden wist de Vrije Universiteit zich sinds lang aan het genot van het normale te spenen.
Reeds het vooruitzicht, dat binnen eenige maanden dan toch de Theologische faculteit compleet zal zijn, geeft tot het vrooüjk dragen van het kruis van het abnormale moed.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 24 november 1889
De Heraut | 4 Pagina's