Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Nog altijd zijn er vrome, lieve broeders

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nog altijd zijn er vrome, lieve broeders

6 minuten leestijd

en zusters, die onder de Haagsche Synode blijven zitten.

Dit komt vooral voor ia dorpen en steden, waar het Haagsche bestuur nog orthodoxe dominees heeft aangesteld.

Zoo zijn er nog tal van dorpen, waar de predikant niet anders bedoelt dan de waarheid te leeren; waar de leden van den kerkeraad tot den laatsten man toe de Gereformeerde v.'aarheid liefhebben; en waar zelfs de koster en de voorlezer goed Calvinist ïij.o. Dorpen zelfs waar nooit moeilijkheden met Modernen voorkomen, eenvoudig omdar deze vreemde vogels er niet zijn.

Dorpen dus waar de kerk van Christus heel de bevolking van het dorp omsluit, en waar alles zóó toegaat, dat als men morgen den dag de Synodale organisatie buiten het dorp zette, schier alles in orde zou zijn, ea het leven der kerk bijna zonder schok kon worden voortgezet.

Meer dan één nu, die in zulk een dorp woont, redeneert aldus: „Ta, in die andere plaatsen is het schriklijk! Verbeeld u eens, in zoo'n stad als Amsterdam nog vier Christusloochenaars op den predikstoel; en zes trouwe Dienaars van Gods Woord afgezet. Dat noemde Dr. Hoedemaker in zijn betere dagen niet ttn onrechte KaïnsmoordV' o. Als ik in zoo'n stad of dorp woonde, ik zou dadelijk overgaan. Ik zou het niet kunnen uitstaan. Niet kunnen dulden. Daarvoor heb ik nog te veel liefde voor mijn Christus en te veel trouw aan mijn broederen in het hart. — Maar waarom zou ik hier in mijn dorp drukte of moeite maken? Hier zijn geen Godloochenaars ot loochenaars van den Christus! Onze dominee preekt best. Onze kerkeraad is goed. Niemand komt ons hier storen.

En waarom zouden we dan al dien strijd over ons halen? Vooral daar toch niet allen meegaan. En dan komt erscheuring. Neen, dat nooit!" Nu moet men al bijster vf eemdeling in het menschelijk hart zijn, om niet zeer wel te verstaan, dat zulke overleggingen zelfs in een vroom gemoed opklimmen, en de conscientie tot zwijgen brengen.

De geldquaestiezit den Synodalcn dominees in den weg, maar vaak in zulke dorpen niet aan de gemeenteleden. Daar waar heel het dorp goed wil, is A\Q f "j k 800 traktement van het Rijk met / 16 meer collecte per week opeens gevonden. Dus ƒ 8 per beurt. D. i. als er beide malen dooréén 800 personen opkomen, één cent meer.

Dal is het dan ook niet, wat hun in den weg zit.

Zeker, het mogelijke of bijna zekere verlies van kerk en pastorie en diaconiegoed weegt zwaarder; maar toch op geldelijk terrein zijn de „vromen" meegevallen. Het is soms verbazend, wat er geldelijk deze drie jaren door een kleinen kring op één dorp is saamgebracht. De menschen kregen soms schik in het geven.

Neen, voor de vrome kinderea Gods is de hoofdzaak maar, dat hun dominee nog goed is, en dat de Dienst des Woords en der Sacramenten er nog redelijk toegaat.

Juist daarom wordt het tijd dat we dezen broederen eens duidelijk maken, waar eigenlijk hun fout zit.

Onze Heiland, dat weten deze kinderen des Heeren wel, is van God den Vader gezalfd tot onzen Leer aar, onzen Hoogepriester en onzen Koning.

Alle drie moet Christus dus in zijn kerk zijn. En deze drie hooren zoo bijeen, dat ge nooit het één van het ander moogt scheiden.

Doch wat hebben nu de vijanden van Christus gedaan?

In onze aitikelen over het Collegiaal stelsel hebben we het breedvoerig aangetoond.

Zie, ze hebben gezegd: „Laat Jezus in de kerk Leeraar en desnoods Priester blijven, maar Koning mag hij niet meer zijn.

Dat hebben ze niet maar bedektelijk, neen, openlijk gezegd. En met dien verklaarden toeleg hebben ze een Organisatie uitgedacht, ingericht en ingevoerd, die er op was aangelegd, om Christus nog wel als Doctor ot Leeraar te huldigen, maar als Koning af te zetten in zijn kerk.

Ze wilden dus wel toestaan, dat de prediking nog goed zou zijn. o. Zoolang men Christus alleen als Z^tfr««r geliefde te eeren, en er vrede mee nam dat hij als Koning

af had gedaan, had de Synode ook niets op u tegen.

Daarom oordeelt de Synode ook van u en uw dorp: „Zoolnng die goede menschsn er vrede mee hebben, dat Jezus alleen Leeraar bij hen zijn zal, en ze er geen vin voor verroeren, dat Je^us ook als Koning zal erkend worden, zuilen we hun ter wille zijn.

Laat ze dan hun rechtzinnigen dominee houden. Dat hindert ons niet. Daardoor wordt aan ons gezag niet tekort gedaan.

De Synode blijft de koningin, want.zij heeft de „hoogste wetgevende, rechtsprekende en besturende macht; " en voorts kan het ons niet schelen, ot gij liever zulk een prediker hebt of een anderen."

Zoo ziet ge dus, wat ge doet met uw zeggen : „Als ik maar een goeden dominee heb"! Daarmee loopt ge juist in de val, die de Synode voor u heeft opgezet.

Zoo houdt ge daa in uw dorpskerk Jezus als Leeraar, maar op conditie dat ge u medepUchtig stelt aan de sonde der Synode, om yezus als Koning te onttronen.

En kunt ge dat nu voor uw geweten verantwoorden ?

Gij zijt vader in uw eigen huis. Maar denk nu eens even dat uw vrouw en kinderen morgen den dag tegen u opstonden, en tot u zeiden: „Lieve vader, gij zijt wel lief, en we houden, o, zooveel van u; en daarom als u ons iets leeren, ot voorhouden of vermanen wilr, doe dat vrij.

Daar hebben wij niets op tegen-Dat vinden we zelfs heel aangenaam. Maar één ding kan niet langer: Gij kunt niet langer baas in uw huis zijn. U gehoorzamen doen we niet meer. Daar kan niets meer van inkomen!" Maar immers dan zoudt gezeggen: Kinderen! ik ben geen meester in een school, om enkel te leeren, maar vader en koning in vtijn huis, om mijn huis te regeeren.

Uw zeggen is opstand, is verzet tegen Gods gebod. Dit mag ik niet dulden. I!i zal en moet koning blijven. Zonder dat geeft mijn leeren nieis! En dat nu is de zaak ook in uw kerk.

Gij zegt feitelijk tot den Heeie Jezus: „Heere Jezus, ik heb u zeer lief, en wij allen hebben u lief, en stellen prijs op uw leer, en zouden het niet dulden kunnen, dat Cf een onrechtzinnig leeraar kwam; maar Koning in uw huis kunt gij niet meer wezen ! Ddt is de Synode geworden. En daar schikken we ons nu onder. Anders verliezen we onze kerk en ons geld en komen in allerlei nood! Blijf gij dus onze Leeraar, en laat de Haagsche Synode koningin over ons zijn!" Wie dat eens helder inziet, die ziet ook zijn sonde.

En nu, die zijn er meé. zonde ziet, die breke

De Heere onze God is heilig!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 november 1889

De Heraut | 4 Pagina's

Nog altijd zijn er vrome, lieve broeders

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 november 1889

De Heraut | 4 Pagina's