Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Naar aanleiding van ons spreken over

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Naar aanleiding van ons spreken over

2 minuten leestijd

de beteekenis van het woord „ei geren", j vraagt men on? , of „ergeren" toch ook niet beduiden kan: „iets doen, waardoor ik een I vroom mensch tot rechtmatigen toorn verwek".

En hierop moet zeer zeker toestemmend geantwoord.

Op die wijs en in dien zin, is heel het I leven der wereld voor 's Heeren volk één gestadige „ergernis"; in zoover ér telkens, o, zooveel in dit wereldleven voorkomt, vvaar Gods kinderen tegen toornen moeten en waardoor ze innerlijk worden gekwetst.

Hieruit volgt dus, dat het ook onder Christenen denkbaar is, dat een minder ontwikkeld Christen nog allerlei dingen zich veroorlooft, die een dieper ingeleid Christen hinderen, en waartegen hij rechtinatiglijk toornt.

En ongetwijfeld geldt het tot op zekere hoogte ook van deze „ergernissen", dat het goed is ze, al ware het slechts uit liefde tot den broeder, te mijden.

Toch vergist men zich, zoo men waant, dat het zeggen: „Indien het mijn broeder ergert", hierop slaan zou.

Dat kan niet, om de eenvoudige reden, dat wie op Christelijk terrein nog zooveel lager staat, ook de liefde nog niet bezit, om enkel ter wille, van zijn broeder iets te kunnen laten.

Dit is wel denkbaar bij iemand die hooger, niet bij iemand die lager staat. En nu, staat men hooger, dan zal men vanzelf zich onthouden van alles wat tegen Gods heilig gebod ingaat, of althans nooit ontkennen, dat het gehouden v/orden moet.

Wat het „ergeren" in den zin van „tot toorn verwekken" aangaat, kan dus alleen als regel gesteld, dat men veler persoonlijke gevoeligheid ontzien zal, door in hun bijzijn, voor zooveel hen amgaat en in zaken waar zij in betrokken zijn, te mijden, wat we nu eenmaal weten, dat hen hindert.

Maar, en dit is het punt, waarop alles aankomt, daaruit volgt nog volstrekt niet, dat in het mijden van hetgeen hen hindert, op zich zelf een meerdere heiligheid zou liggen.

Er wordt alleen mee toegegeven, dat het kan gelaten en mag gelaten, en dat persoonlijke liefde zelfs gaarne mijdt en voorkomt, v/at anderen zeer zou doen.

Zoodra daarentegen dit mijden en nalaten den indruk kon maken, als wierd nu het oordeel van deze lichtgeërgerde broederen voor ons als regel voor ons doen en laten aanvaard, dan moet men weer met Paulus rechtstreeks tegen Petrus ingaan, en geldt de regel: „Geen uwer wijke met onderwerping."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 1889

De Heraut | 4 Pagina's

Naar aanleiding van ons spreken over

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 1889

De Heraut | 4 Pagina's