Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De regeling en ontwikkeling van het

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De regeling en ontwikkeling van het

4 minuten leestijd

Diaconaat zal in. de Gereformeerde kerken almeer de aandacht tot zich roepen.

Dit ambt is verwaarloosd.

In de Roomsche kerk was het geheel van zijn eigenaardig karakter beroofd en van den Dienst der tafelen gescheiden.

Toen de Reformatie doorbrak, leefde het weer op, maar zonder tot krachtige ontt/ikkeling te kunnen geraken. Dit lag daaraan, dat de kerk aan een Diaconaat ontwend was; dat de Diaconen zelven het geestelijk karakter vaa hun ambt te veel voorbij zagen; en dat de plaatselijke magistraat te veel de hand in het armbestuur wilde houden.

Toen hier nu nog bijkwam dat ter onzaliger ure de passie naar het bezit van groote gestichten losbrak, zoodat almeer in de verzorging van deze stichtingen de room van de diaconale melk opging, wierd de toestand onzer Diaconieën geheel gedenatureerd, en kon er geen sprake van zijn, dat onze Diaconie met den klimmende socialen nood ook harerzijds in kracht zou toenemen.

Vandaar de buitenkerkelijke philanthropic, die vaak wel zoo geestelijken indruk maakte, als de regentenkamers en de bedeelingspartijen. Het kon dan ook niet anders, of de vrijmaking van vele Gereformeerde kerken moest de aandacht weer in zeer bijzondere mate op onze Diaconieën richten.

Hiertoe drong de noodzakelijkheid om de buitenkerkelijke philanthropic weer kerkelijk te maken. Hiertoe drong de sociale nood. Hiertoe drong ook het herlevend besef, dat ook de Diaconie ambtelijk in Christus' kerk werkte, en haar eigenaardige roeping vond in den Dienst der barmhartigheid.

Gelijk Christus niet alleen predikte het Evangelie des koninkrijks, maar ook allen nood en alle lijden lenigde, zoo ook moet de kerk van Christus de wereld v/eer ingaan, om én de waarheid die uit God is te prediken, én de ontferming die des Heeren is te openbaren.

De taak, die hierdoor op onze Diaconieën wordt gelegd is zoo ontzettend omvangrijk en moeilijk, dat men eigenlijk om diaken te worden wel eerst studeeren mocht.

Niemand toch zal wanen, dat de eigenaardige gaven, die heden ten dage voor hst weibedienen van het Diaconaat noodig zijn, behalve haar geestelijke, ook niet heur historische en theoretische zijde hebben.

Wie goed diaken wil zijn, heefc dan ook een geheele literatuur door te worstelen, waarvan de omvang dagelijks toeneemt.

Een literatuur over de sociale quaestie, een literatuur over de staathuishoudkunde, een literatuur over de „Innere Missso.i", een literatuur over allerlei onderdeden van de philanthropic, en een literatuur over de paedagogie. En al is nu niet wel denkbaar, dat men spoedig eenige honderden broederen zal vinden, die in staat zijn deze litteratuur te volgen en den tijd hebben er zich aan te wijden, toch ware het zeer wenschelijk dat althans enkele broederen zich geheel aan het Diaconaat wijden konden, en elke andere levensroeping opgaven.

Het Diaconaat moet geëleveerd; niet door uitwendige machtsuitbreiding, maar door verhoogde innerlijke levenskracht.

Toch zal ook de kerk in mear aigemeenen zin ten deze een roeping hebben.

Immers ook de kerkrechtelijke positie van het Diaconaat moet verder ontwikkeld en beter geregeld.

Dat kon vroeger niet, omdat de kerk er zich weinig meê inliet, de diakenen hun roeping niet begrepen, en de Overeid er de hand opki.

Vandaar dat het Diaconaat in onze Kerkenordening nauwelijks even naar zijn grondtrekken beschreven is. En maar al te dikwijls maakt het den indruk, alsof centen ophalen en stuivers uitdeelen al de diaconale kunst was.

De grondtrekken zijn daarom wel goed en zuiver; maar er moet in die richting verdere ontwikkeling komen.

Ook met het oog daarop, hopen v.e van harte, dat alle Gereformeerde kerken in deze landen steeds meer de noodzakelijkheid van samenwerking gevoelen zullen, en dat pok die broederen en kerken, die nog onder de Synode zitten, niet al te lang aarzelen met het hernemen van de zoo noodige vrijheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 1889

De Heraut | 4 Pagina's

De regeling en ontwikkeling van het

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 1889

De Heraut | 4 Pagina's