Het onedelst bedrijf der Synodalen bij
het jongste Conflict bestaat wel in hun toeleg, om de Doleerenden te taten betalen.
Niet genoeg dat zij de Landstraktementen trekken uit de kas waar heel het land aan meebetaalt; noch ook dat zij voor zich alle kerkgebouwen en goederen nemen, ook al raken ze verlegen met de beschikbare kerkruimte; neen, de Doleerenden moeten ook bloeden.
Niet alleen toch zullen deze voortaan uit eigen beurs in het onderhoud van hun predikanten mogen voorzien, en alle kosten van den eeredienst en de arm verzorg ing, met inbegrip van het bouwen hunner kerken, pastorieën en scholen, zelven riiogen dragen, maar bovendien moet hun nog op allerlei wijs geld uit den zak geklopt.
Ze moeten zoolang en zooveel betalen, tot hun eindelijk hun stoutigheid, dat ze voor het Koningschap van Jezus in zijn kerk dorsten en durven opkomen, betaald is gezet.
Zoover is men zelfs gegaan, • dat in Groningen op een dorp terugbetaling is gevorderd van gelden die door broederen Diakenen aan armen en behoeftigen waren uitgedeeld.
Ook de processen zelve, die tegen de Doleerenden op touw wierden gezet, droegen dit karakter van booze vervolgzucht.
Men wist van meet af, dat de Doleerenden bereid zouden worden gevonden, om zich onverwijld naar de beslissing van den hoogsten rechter, in stofifelijke zaken althans, te voegen.
Ware het er dus beiderzijds op aangelegd, om als fatsoenlijke burgers, en vaak broederen in het belijden, één enkel principieel proces te voeren, en ware bij dit proces door den Hoogen Raad eene principieele beslissing gegeven, dan zouden de Doleerenden zich onverwijld, ook bijaldien de uitspraak hun tegen ware geweest, in alle overige steden en dorpen hiernaar hebben gehandeld.
Dat dit geen grootspraak is, blijkt uit drieerlei.
Ten eerste uit den modus vivendi, die hunnerzijds nog eer het Conflict uitbrak, is aangeboden.
Ten tweede uit hun passieve houding in zooverre zij hunnerzijds nimmer tot de vermeerdering van het aantal processen hebben bijgedragen.
En ten derde uit het feit, dat ze in elke provincie, of juister gezegd in het ressort van elk Hol, dat principieel gesproken had, zonder verder verzet gebouwen en goederen hebben overgegeven.
Had dus even nobele geest bij de Synodalen voorgezeten, hoe nobel, met wat kerkelijke waardigheid, hoe eervol had dan deze strijd niet kunnen verloopen.
Desnoods had men beiderzijds gecommitteerden kunnen benoemen, om te bepalen over welk dorp men het proces voeren zou.
Er had kunnen zijn aangeboden, om het desnoods dubbel te voeren, eenerzijds in een dorp door de Doleerenden, anderzijds in een dorp door de Synodalen aan te wijzen, opdat elke partij keuze van goede kans zou hebben; en zulks met onderlinge afspraak, om a's beide processen in één geest uitvielen, zich over heel de linie naar deze uitspraak te voegen.
De Synodalen hadden daarbij nog altoos dit voor, dat de thans geldende juridische opvatting hun Collegiale denkbeelden steunt, en dat in de rechterlijke colleges honderd en meer Synodalen zaten tegen éénDoleerende.
Door zóó te handelen hadden ze zichzelven geëerd, getoond dat het hun om geld noch goed, veel min om het plagen, kwellen en vervolgen van anderen te doen was; en doen uitkomen, édA rechtszekerheid & \\QS was wat zij begeerden. Natuurlijk zou zulk een houding niet geoorloofd zijn geweest, als men gestaan had voor malversatie, of zoo men te doen had gehad met een fractie zonder God of godsdienst, die er op uit was, om goederen te naasten en onder elkander teverdeelefl.
Maar nu men stond tegenover een groep, die aan de aloude belijdenis der kerk vasthield, en geen ander begeeren had, dan om de goederen aan hun oorspronkelijke bestemming te hergeven, en dus al het geschil zich oploste in de vraag, of de regel der „stichtingen" dan wel die der „zedelijke lichamen" stond gevolgd te worden, was er letterlijk niets, wat het bewandelen van dezen weg der eere en des vredes kon verhinderen.
Maar zoo heeft het aan onze Synodalen niet goedgedacht. Hun toeleg bleek aldra te zijn, om wrake te oefenen; om toe te geven aan zekere booze drift; om jmisbruik te maken van een hun gunstige jurisprudentie; en zich door advocaten te laten aanwijzen, op wat wijs ze de Doleerenden het zwaarst konden beboeten.
Niet van allen wordt dit gezegd.
Er zijn ook Synodalen geweest, met name onder de Modernen, wie een gevoel van meerdere billijkheid dreef, en die zich aan alle boosheid, bitterheid en wraakzucht gespeend hebben.
Maar met name onder, de Orthodoxen waren deze nobeler geesten zeldzaam.
Zooveel processen mogelijk wierden op touw gezet; soms drie \ vier in één dorp.
Bij elk proces wierd na afloop de hoogste rekening van kosten ingediend; eens zelfs voor het niet uitleveren van een boek een schadeloosstelling per dag geëischt, die in één jaar over de duizenden liep. En wat er bovendien nog gesneden, gekorven en gevild kon worden, lieten deze kerkelijke heeren, nu ze eenmaal in rechten triomfeerden, heusch niet na.
Hierin nu schuilt etn.zonde.
Hier was afwezigheid van beteren zin f opwelling van haat en boosheid; zucht naar wraak; wegwerping van de kerkelijke en van de Christelijke eere.
En donker zal de bladzijde in onze vaderlandsche historie blijven, waaruit het nageslacht leerén zal, hoever kerkelijke en Christelijke mannen, in het vuur van boozen hartstocht, zichzelven en de eere der kerk en de nog hoogere eere van den Christennaam konden vergeten.
Niet lang meer, of het verdict der historie wordt hierover met eenparigheid van stemmen geveld.
Toch zeggen we dit niet, als viel ons deze geldelijke offerande te zwaar.
Want wel is het hard, op een oogenblik dat men zelf in eigen kosten en allerlei exceptioneelcn nood moet voorzien, buitendien nog een tonne gouds voor proceskosten te moeten betalen.
Maar wie onzer mag vergeten, dat de eerste Christenen hun strijd voor de eere Christi vaak met hun levengébosthébhsw?
Vergeten, hoe onze vaderen in de dagen der Reformatie al hun goed zagen verbeurd verklaren, naakt als ballingen uit het land werden gejaagd, en bij duizenden tot het schavot veroordeeld wierden? Wie vergeten ook, hoe de vrije kerken in Schotland en elders gelijken last gedragen hebben, als nu op onze schouders wordt gelegd? En wie eindelijk vergeten, hoe ook onze Christelijke Gereformeerde broederen, evenals Budding en anderen, even enorme sommen aan geldboeten te betalen hadden, en nog dragonade en gevangenisstraf er op den koop toe bij kregen.
Neen, we dragen dezen last met blijmoedigheid, en kunnen er onzen God niet genoeg voor danken, dat het Hem behaagd heeft, ons de vrijheid onzer kerken te herschenken tegen zoo kleine offerande. Want metterdaad, nooit hebben in eenig land Gereformeerde kerken dusver vrijer gestaan dan de onze thans staan, en nog nimmer is de vrijheid onzer kerken tot betrekkelijk zoo kleinen prijs verkregen.
Slechts over. nog één punt blijft ter regeling
Er zijn namelijke Synodale colleges die de booze vervolgzucht zoover drijven, dat ze Doleerenden in rechten aanspreken ter betaling van een hoofdelijken omslag ten bate van de Synodale machthebbers.
Hiermede werpen deze heeren uiteraard hun eigen eer te grabbel.
Wie het van zijn eigen fatsoen en eer verkrijgen kan, geld van Doleerenden bij dwangvonnis af te persen, om er de Synodale organisatie mee in stand te houden, staat voor niets meer.
Maar juist daarom is het wenschelijk, dat althans dit looze, booze spel door een declaratie onzerzijds gestuit worde.
Zijn er dus kerken ot personen, die in gevaar verkeeren, om door zulk een proces over hoofdelijken omslag achtervolgd te worden, dan zouden we hun aanraden in tijds onderstaande declaratie in te zenden.
Aan "Kerkvoogden ^^ »den Kerkeraad Hervormde Gemeente" te , ehoorende tot »de Nederlandsche Hervormde Kerk".
De ondergeteekenden brengen ter kennisse
van "Kerkvoogden ^^^ ^^ Hervormde gemeente" «den Kerkeraad ° te , behojrende tot »de Nederlandsche Hervormde kerk",
dat zij, toen zij als lidmaten der Hervormde gemeente te werden aangenomen, in de meening verkeerden dat zij toetraden tot de volle kerkelijke gemeenschap van de te sedert de Reformatie daar ter plaatse bestaande Gereformeerde kerk, die geene andere belijdenis heeft dan die welke uitgedrukt staat in de drie Formulieren van eenigheid, en waarin de Gereformeerde Kerkenordening, laatstelijk vastgesteld door de Dordtsche Synode van 1618/1619, nimmer wettiglijk is afgeschaft, zoodat zij geene andere leeraars hebben kan, dan die hare belijdenis van harte beamen, dat zij, wel is waar, toen zij tot de volle gemeenschap van gezegde Gereformeerde kerk toetraden, die onder de heerschappij vonden van allerlei in 1816 door den Koning ingestelde hoogere besturen, en zij zich toen, zonder te weten wat zij deden en noodgedrongen, aan de verordeningen van die besturen hebben onderworpen, doch thans zich de facto vereenigd hebben met hen die zich eens voor altoos aan die besturen hebben onttrokken,
dat het schijnt (althans bij tal van rechterlijke uitspraken is aangenomen) dat er een genootschap bestaat genaamd »de Nederlandsche Hervormde Kerk, '' waarvan bovenbedoeld kerkelijk bestuur of zijne opvolgers de directie uitmaken,
dat ondergeteekenden echter van dat genootschap geene leden zijn, en ook nimmer bedoeld hebben te worden, en, voor zoover uit eenige handelingen het tegendeel mocht zijn of worden afgeleid, hiermee uitdrukkelijk verklaren, niet als leden van dat genootschap, genaamd »de Nederlandsche Hervormde Kerk" te willen worden aangemerkt,
dat zij dus op geenerlei wijze geacht willen worden te behooren tot eenig kerkgenootschap, hoe ook genaamd, hetwelk de macht erkent van eenig bestuur, berustende op het »Algemeen Reglement van de Nederlandsche Hervormde Kerk", en dat voor 't geval dat iemand mocht oordeelen dat zij ooit daartoe hadden behoord, zij vooralsdan verklaren, zich daarvan te hebben afgescheiden, gelijk zij dat trouwens reeds geruimen tijd geleden gedaan hebben,
met bijvoeging, dat zij door deze kennisgeving geenszins geacht willen worden, de qualiteit der geadresseerden te erkennen, doch dat zij die integendeel uitdrukkelijk ontkennen, geschiedende deze kennisgeving enkel opdat de geadresseerden daarvan later geene onwetendheid zouden kunnen voorwenden.
den [te onderteekenen, enkel met de namen der onderteekenaars.]
Met deze declaratie zegt men niets, wat men niet naar stipte waarheid zeggen kan en moet. O. i. bestaat er geen twijfel, of na zulk een declaratie zal geen enkele kantonrechter u meer veroordeelen. Ja, wat meer zegt, is eenmaal zulk een declaratie ingediend, dan bestaat er alle uitzicht, dat de Synodale „bloedzuigers", gelijk men ze genoemd heeft, van hun uitzuigingssysteem zullen afzien.
Zoo bespaart ge uzelven moeite en kosten, en voorkomt bij anderen een altoos booze daad.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 15 december 1889
De Heraut | 4 Pagina's