In sommige kerken aarzelt men, om
te beslissen, of het beter is, de inzameling der gaven voor kerk en armen onder of na den Dienst te doen plaats hebben.
In den regel werken in zulke aangelegenheden historische toestanden na, Zoo zal het in Zeeland b. v. wel in de meeste kerken een collecteeren na afloop van den Dienst blijven, wijl het darr sinds onheuglijke jaren zoo in bruik was.
Veel hangt bij de beslissing dezer quaestie natuurlijk af van de vraag, in welk licht men zulk een inzameling beschouwt. Ziet men er niets in, dan een bijeenbrengen van eenig geld, om aan de armen uit te deelen en enkele rekeningen of schulden van de kerk te betalen, dan is er zeker niets tegen, dat dit zoo ongemerkt mogelijk geschiede; liefst door bij den ingang der kerkdeur een offerbus op te hangen, waarin ieder naar het hem het gemakkelijkst is, bij het binnenkomen of bij het uitgaan iets inwerpt.
Doch dan kon men evengoed ook nog verder gaan, en in of bij de kerkganschelijk niet collecteeren, en pogen de noodige 1 gelden bijeen !e brengen door aan huis te collecteeren of een inschrijving te openen.
Ja, desnoods kon men het dan nógves-eenvoudigen, en aan de zorg van elk diaken een twintigtal armen toevertrouwen, en hem omgekeerd zekere wijk aanwijzen, waar hij geld voor die hem toevertrouwde armen kon inzamelen. Iets wat dan in zijn consequentie u, met een klein brugje ai heel spoedig tot de particuliere philantbropie zou brengen. Immers, de kerk kon er zich dan geheel buiten houden, en de menschlievende burgers konden optreden.
Maar men kan de zaak ook uit een heel ander oogpunt beschouwen, en zeggen, dat de kerkelijke inzameling strekt, om de knechten en dienstmaagden des Heeren eiken Sabbatdag het bestemde deel van het hun in gebruik gegeven goed op 's Heeren altaar te doen nederleggen, opdat het nu niet van hunnentwege, maar in den Naam des Heeren voor zijn kerk en zijn armen besteed worde.
In de Gereformeerde kerk van Engeland heeft men deze gedachte tot uiting zoeken te brengen, door midden onder den Dienst een tiental minuten opzettelijk voor dit werk af te zonderen. Er wordt dan niet gepreekt; er wordt niet gezongen; rustig zit de vergadering der geloovigen neder; en dank zij eea groot aantal helpers, loopt de collecte door heel de kerk in 7 a 8 minuten af. Onderwijl worden uit de Heilige Schrift bij tusschenpoozen een tiental uitspraken van de Heilige Schrift over de barmhartigheid voorgelezen. En is de inzameling ten einde gebracht, dan wordt het bijeengebrachte geld op een tafel voor den kansel neergelegd, en hernemen al de inzamelaars hun zitplaatsen. Waarna dan dit deel van den Dienst door een dankzegging besloten wordt, dat God de Heere het aan zijn geloovigen vergunt, Hem ook van hun goed te mogen dienen.
Nu gevoelt men terstond, dat deze wijze van doen veel rijker en schooner is.
Zoo wordt het volgens de verklaring van den Catechismus over het 4e Gebod een deel van het Sabbatswerk. Zoo v/ordthet een daad niet van de burgerij of van N. N., maar van de „vergadering der geloovigen."
Zoo wordt het niet maar een afstaan van eenig geld, maar een deel van den Dienst.
En bovenal zoo wordt het een hulpe voor den Dienst der barmbartighe-d, doordien niemand weet van wie het geld komt, en het nu in 'a Heeren naam wordt gebruikt of uitgedeeld.
Wat de arme dan ontvangt, dat ontvangt hij van Jezus, En wat de Heere voor het onderhoud van zijn kerk en de in.standhouding van den Dienst des Woords en der Sacram.enten noodig heeft, dat laat Hij door zijn knechten en dienstmaagden op zijn altaar van het hun door Hem toebetrouwde geld nederleggen, om het niet als gegeven geld, maar als zijn geld voor zijn kerk en dienst te besteden.
En zoo voelt men dan ook tevens, dat er eigenlijk ia de kerke Gods niets dan deze wijze van geven» moest bestaan. De collecten in de vergadering der geloovigen moesten zóó overvloedig zijn, dat er alle nood uit kon bestreden. En het kerkelijk leven moet er dan ook op gericht zijn, om allengs aUe andere contributie enz. al te schaffen, en alle geven in deze collecte te concentreeren.
Alleen zoo toch gaan we op weg naar het heilig ideaal, dat de rechterhand niet wete wat de linkerhand doet, en dat aller Ontfermer en Verzorger alleen < f^//^^^^ zij.
Maar vergeet niet, van dien idealen toestand zijn we nog zeer verre.
En inmiddels moet de kerk leven en moge de armen geen gebrek lijden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 22 december 1889
De Heraut | 4 Pagina's