Buitenland.
Franltrijli. Engène Bersier.
Het Protestantsche Frankrijk heeft in den persoon van Engène Bersier een van zijn schitterendste vertegenwoordigers verloren. Ook in Nederland had de overledene naam als kanselredenaar. Bij werd plotseling, op den leeftijd van 58 jaren, door eene beroerte getroffen, die hem kort daarna deed sterven.
Bersier was een man van buitengewoon talent en van groote energie. Toen hem in Frankrijk de middelen ontbraken, om voort te studeeren, ging hij naar Amerika en kon daar zijne studiën voltooien. Maar naar Frankrijk trok zijn hart. Daar ging hij niet de Gereformeerde staatskerk dienen, maar sloot zich aan bij de Vrije kerk. Maar in dat verband kon bij geen vrede vinden, de vormen der vrije' kerken waren hem te stijf; vandaar dat hij een geheel vrije of liever losse gemeente stichtte.
Bersier had namelijk een ideaal. Hij was van meening, dat velen in de Roomsche kerk, na de afkondiging van het leerstuk van de onfeilbaarheid van den paus, te winnen zouden zgn voor het protestantisme, indien men hun maar wat tegemoet kwam. Bersier zelf kon zich in den eeredienst, gelijk de Fransche Gereformeerden dien ontvangen hadden van hunne vaderen, de Hugenoten, niet vinden. De naakte witte wanden der kerkgebouwen trokken hem niet aan, ook de omstandigheid, dat de prediking bij de godsdienstoefeningen op den voorgrond treedt en de liturgie slechts een klein deel daarvan inneemt, stuitte hem in de kerken van Gereformeerden oorsprong.
Hij meende, dat Roomschgezinden veelmeer genegen zouden zijn, Rome den rug toe te keeren, indien de kerken wat bekoorlijker waren voor het oog, indien het kerkgezang ging beantwoorden aan de eischen der kunst en daarom meer streelend was voor het oor en zoo aan de liturgie een ruimere plaats werd geboden.
Hij kon deze denkbeelden verwezenlijken.
Het kerkgebouw zijner gemeente werd schoon opgetrokken, ja' kon weelderig genoemd worden ; er werd uitnemend gezongen en hij voerde eene liturgie in, waarbij de gemeente, gelijk in de Anglikaansche kerk in Engeland, en in de Luthersche in Duitschland, een werkzaam aandeel nam in de godsdienstoefeningen, ook door de z.g. responsoria, d. w. z. door te antwoorden op de liturgie, door den voorzanger voorgelezen.
Stroomden nu de Roomschgezinden zijn kerkgebouw binnen? Men zou het hebben kunnen verwachten; want bij alles, dat aan de weelderige vormen van den Roomschen eeredienst herinnerde, was Bersier een man, die zijn gehoor door zijn uitnemende redenaarsgaven wist te boeien.... Doch niets daarvan. Ja, hij predikte niet voor stoelen en banken, maar degenen die hij trekken wilde, lieten zich onder zijn gehoor niet vinden. In 1877 was hij zelfs genoodzaakt, een door hem samengesteld gezangboek terug te nemen, omdat zijn gehoor er aanstoot aan nam.
Toen de laatste officieele Synode der Gereformeerde staatskerken in 1872 een »déclaration de foi" aannam, d. i. toen deze Synode een korte, nieuwe geloofsbelijdenis aannam, meenden sommigen, die tot hiertoe de vrije kerken gediend hadden, dat zij die mochten verlaten, om tot de staatskerk over te gaan. Dien stap deed Bersier niet aanstonds. Maar hij is er ten slotte toch toe gekomen. Wellicht is hij hiertoe genoopt, omdat het op den duur niet best ging met de financiën zijner gemeente.
Den laatsten tijd arbeidde de heer Bersier aan de opstelling eener nieuwe liturgie. Met zijne kerk had hij zich aangesloten aan de officieuse synodale organisatie, en aan de kerken, die daartoe behooren, bood hij een ontwerp voor een liturgie aan. Dit werd, hoewel velen zich; wat hunne geestesrichting aangaat, op dezelfde lijn bevonden als Bersier, niet gunstig ontvangen. Zulke diep ingrijpende veranderingen wilde men toch niet. Den geest, dien Bersier daarbij bezielde, kunnen wij het best leeren kennen, als wij weten, dat hij o. a. voorstelde, om in de »Confession de pécbé, '' een liturgisch rrieesterstuk, ook onder de liturgische schriften onzer kerken opgenomen, de uitdrukking: «ontvangen uit zondigen zade en in ongerechtigheid geboren" weg te laten, omdat dit hem niet schriftuurlijk voorkwam. Toch was Bersier niet onder de liberalen te rekenen.
Men heeft gemeend de nagedachtenis van Bersier niet beter te kunnen eeren, dan door zijn lijk een uitvaart te beschikken, in overeenstemming met zijn streven gedurende zijn leven. Den 2 2 sten November is er daarom in de Etoile een lijkdienst gehouden, waarbij zulk een menigte menschen saamstroomde, dat het kerkgebouw slechts een vierde deel ervan kon bevatten. Geheel Protestantsch Parijs was er
vertegenwoordigd; ook vele geletterde lieden en politieke personen, die, zonder tot de Gereformeerde kerk over te gaan, toch zich nu en dan onder het gehoor van Bersier lieten vinden. De kerk was geheel met zwart omhangen en de lijkbaar bijna geheel onder bloemen bedolven. De predikanten schaarden zich allen in het koor. Vele toespraken werden gehouden; een lijkrede van den heer De Pressense werd voorgelezen, omdat een keelaandoening hem belette, zelf te spreken. Toen de redevoeringen gehouden waren, zoiig men een gezang en werd de liturgie gelezen. Daarna bewogen zich de bezoekers der kerk langs de lijkbaar. Dit duurde een uur lang; middelerwijl speelde het orgel de Heroïca, eene sonate van Beethoven. Daarna bracht de lijkkoets het stoffelijk overschot van Bersier naar de laatste rustplaats.
Bersier heeft in het laatst van zijn leven zijn streven, om een standbeeld voor den vromen admiraal De Coligny opgericht te krijgen, bekroond gezien. Het standbeeld werd verleden jaar onthuld en Bersier sprak bij die gelegenheid een krachtige redevoering uit over dien held der Fransche Hugenoten. Jammer maar, dat de heer Bersier er niet toe gekomen is, om te onderzoeken, welk wapen de vaderen gebruikten tegen ongeloof en bijgeloof. Deze verstonden het zeer goed, dat Rome alleen te bestrijden is met de verkondiging van Gods onfeilbaar Woord. Dit is door Bersier niet ingezien. Zijn verwaterde Gereformeerde leer en de weelderige vormen van zijn eeredienst konden het publiek niet trekken, dat hij zoo gaarne onder zijn gehoor gehad had. Het is daarom te betreuren, dat zooveel gaven, als de heer Bersier onmiskenbaar toonde te bezitten, niet besteed zijn aan de vernieuwde reformatie der Gereformeerde kerken in Frankrijk. Mocht er nog eens in Frankrijk een man opstaan, die met machtige stem de kerken terugriep tot de wet en de getuigenis. Als er niet naar dit Woord gedaan wordt, zal er voor Frankrijk geen dageraad zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 22 december 1889
De Heraut | 4 Pagina's