Onze grijze broeder,de Docent Van Velzen
te Kampen, heeft in zijn rectorale toespraak het devies van Dr. Bronsveld tot parool gekozen, en gesproken over „Waarheid en Vrede; " maar om niet misver.staan te v/or den, dat devies vertolkt in „Vereeniging van Waarheidsliefd e en Verdraagzaamheid." Doch welk verschil nu met den man der Kroniek! In die Kroniek maand aan maand lieve knikjes voor de bestrijders der waarheid; luchtig opgezette beschouwingen, waaronder de wortel der waarheid bedolven wordt, en voorts druppel na druppel gif gemengd in den beker, dien zij aan de belijders des Heeren Jezus toereikt.
Hier daarentegen bij den ouden Van Velzen één warme uitgieting van het nog altoos jeugdig hart, dat in geestdrift voor 's Heeren Woord en voor zijn verkoren volk brandt.
Hier niets dat knarst of kraakt of vlijmt, maar teedere liefde aan het woord en een fijn gevoel om te waardeeren wat waar en lieflijk is.
En onder dat alles één machtig, één bruisend, één overstelpend verlan gen, om toch, mocht het zijn, nog eer hij stierf, al Gods trouwe volk in kerkelijke vereeniging saam te aanschouwen.
Mocht dan alles, waardoor de vereeniging van waarheidsliefde en verdraagzaamheid onder de geloovigen verhinderd wordt, zoo spoedig mogelijk worden weggenomen! Ik heb thans het oog alleen op hen, die moeten geacht worden met elkander hetzelfde geloof te belij-den, met en hun godsdienst in overeenstemming dit geloof in te richten. Onberekenbaar groot is het nadeel, dat zij veroorzaken, indien zij met elkander niet in vereeniging leven. Laat mij slechts op één geval wijzen. Alle geloovigen houden merigmaal het Avondmaal dés Heeren, als eene heilige instelling, en zeggen daarbij met Paulus: »Eén brood is het, zoo zijn wij velen één lichaam, dewijl wij allen ééns brood deelachtig zijn." i) Denkt hierbij aan onze kinderen. Wat maken nu van hen? Als die kinderen op eenige wij plaats opgroeien, waar zich nog eene gemeente van geloovigen bevindt, maar die twee gemeenten niet kunnen besluiten vereenigd te leven, zullen die kinderen, zoodra zij belang in den godsdienst stellen, vragen naar het onderscheid, en van het Avondmaal zeggen : „Wat hebt gij daar voor eenen dienst ? 2) Ik huiver om te zeggen, wat gij van hen maakt, indien gij met de Schrift het antwoord geeft. Immers beide die gemeenten belijden, zelfs voor de wereld, hetzelfde geloof. Beide hebben dezelfde voorvaderlijke kerkinrichting en gebruiken. Beide dragen in den doop hunne kinderkens den Heere op, en doen het met dezelfde woorden. Beide zoowel de eene als de andere gemeente, erkennen elkander als eene geloovige gemeente; en beide gebruiken het Heilig Avondmaal des Heeren, nadat zij vooraf openlijk hetzelfde woordelijke voorschrift hebben voorgelezen, waarbij zij belijden: »Eén brood is het, zoo zijn wij velen één lichaam, dewijl wij allen ééns broods deelachtig zijn, " Er is soms geschreven bruiken in de kerk, wij hieraan geven ? over mismaar wat naam moeten
En nu geniet hij reeds bij het inleven in wat dit saamgaan en saamleven van al Gods trouwe volk zijn zou.
Denken wij nu daarentegen aan het voordeel en den zegen, welke verwacht mogen worden, indien waarheidsliefde en verdraagzaamheid algemeen onder de geloovigen bevorderd werden. Welk een schoon vooruitzicht doet zich dan voor ons op!
Het zou strekken tot bevordering van de broederlijke liefde. Gods Woord, dat ons menigmaal doet beschaamd staan, als wij de geschiedenis der kerk, ook van ons vaderland lezen, zou dan meer in vervulling komen. Het wordt toch zoo duidelijk gezegd: »liieraan. zullen zij allen bekennen, dat gij mijne discipelen zijt, zoo gij liefde hebt onder elkander." i) Nuttige inrichtingen konden naar Gods Woord bezorgd worden. De arme, onwetende menseben yan ons eigen volk zouden bezocht, de rij'lceren niet vergeten, en onze buitenlandsphé bezit-; tingen, met vereeniging van krachten, het Evangelie kunnen gebracht worden. Heilzaam zou de vereeniging der geloovigen op de opleiding tot de bediening des Woords kunnen werken. Het onderwijs, in overeenstemming met den godsdienst, wat andere faculteiten betreft, zou, het kan niet anders, voor geheel de maatschappij uiterst voordeelig zijn, indien alle geloovigen zich vereenigden. Hoe vele en groote voordeden zouden, bij zulk eene vereeniging, mogen verwacht worden!
Dit is gezonde ireniek.
Geen oogenblik voor de waarheid koud, voor de waarheid onverschillig, of de waarheid verbloemend, maar toch aflatend van dat purisme, dat door een rusteloos haarfijn pluizen aan het weefsel der waar? heid, ten slotte alle brQe4erliefd? vcr« moordt.
Mocht ook dit kalme en toch zoo warme woord nog ingang in veler hart vinden.
De liefde mag de waarheid niet verstikken, maar de waarheid mag ook de liefde niet dooddrukken. En in het vin-
1) I Corinth. 10':
2) Exodus 12 ; 26.
O Joh. 15 ; 35.
den van de juiste grens voor beider eischen ligt al het probleem der echt Christelijke ireniek.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 29 december 1889
De Heraut | 4 Pagina's