Niet genoeg kan gewaarschuwd tegen de
telkens meer insluipende gewoonte, dat de predikant bij de Bediening des Woords zijn predicatie bijna geheel voorleest.
Dit hoort zoo in de deftige Bisschoppelijke kerk van Engeland. Daar staat de prediker, vooral in de High Church, liefst roerloos, zonder actie in hoofd en hand, en zonder zijn gehoor ook maar even aan te zien, doodbedaard, met neergeslagen oogen zijn opstel voor te lezen.
Maar dat mdg niet en k4n niet in de Gereformeerde kerken, waar de Dienst des Woords zoo sterk op den voorgrond treedt, v/aar een zoo groot deel van den te weeg te brengen indruk afhangt van oog en gelaat, van gebaar en stem, van heel de houding, en heel de wijze van optreden.
Een advocaat, die op die wijs zijn pleidooi las, zou van den honger sterven kunnen.
Niemand zou van hem gediend zijn.
Een Kamerlid, dat nog zulke stukken kwam voorlezen, zou men laten praten, of juister gezegd, iaten lezen, en niemand zou toeluisteren.
Lezen hoort bij een lezing, niet bij een I predicatie. En slechts dan, als er geen eigen ' Dienaar des Woords is, en men in plaats daarvan een gedrukte predicatie laat voordragen, staat er aangekondigd: Lezen eener predicatie.
Maar reeds daaruit blijkt, dat het anders nooit het lezen eener predicatie mag zijn.
Ds ouden noemden eene predicatie een homilie, en homilie beteekent: onderhoudend gesprek.
Het moet bij den Dienst des Woords een wederzijdseha onderhouding zijn tusschen den spreker en de vergaderden.
Zelfs van Migne hoorders te spreken, deugt eigenlijk bij den Dienst des Woords niet.
Die daar zitten, komen niet als „hoorders", maar als „geloovigen" die saam vergaderen, Vandaar dan ook, dat het zoo slecht is, als er in elke predicatie niet minstens tweehonderdmaal gij en u voorkomt.
Al die men's en hijs en zifs in de predicatien zijn insluipselen van den booze, om voorganger en geloovigen van elkander te
scheiden en bei.Ien te bedwelmen.
Dat heet dan „voorwerpeiijk" „ L j. is voor alle echte prediking de 'dooï*^ Iets waarmee natuurlijk niet gezegd is dat de Dienaar des Woords . . v S g . ï moet. Ten mmste eens is dit voor wie twee malen optreedt, in den regd altoos phcht. Improviseeren mag alleen wie het leerde, en daarom kan.
Maar ook al houdt men dan het geschrevene voor zich, en al gunt een scherp en geoefend oog u de kansen, om het geschrevene nu en dan terloops in te zien de vergadering der geloovigen ma^ hier mets van merken.
Zoodra die het merken, is minstens één
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 29 december 1889
De Heraut | 4 Pagina's