In de nu eindelijk dan toch beslechte
zaak-Lieftinck waren nog twee Actestukken verschenen. Het ééne een adres van den kerkeraad te Sliedrecht, er op dringende dat de lang gewenschte loochenaar van den Christus toch kome. En het andere een schrijven van het Classicaal bestuur van Dordrecht, waarin het de reden handhaaft, waarom het aan dezen loochenaar van Christus nog geen approbatie gaf.
Lees nu dit stuk eens van het Classicaal bestuur van Dordrecht, samengesteld uit mannen, die allpn den Christus belijden, en dat in een zaak waar het de vraag geldt, om een wolf op de schaapskooi los te laten.
Het luidt na een inleiding aldus: »De grieven vm apellanten komen nu hierop, neder: SI", dat dit class, bestuur zijn onderzoek naar het vereischte getuigschrift van zedelijk gedrag verder heeft uitgestrekt dan tot de vraag, of het overeen]|wam met het formulier G, als bijlage gevoegd"èü"het regl. op de vacaturen; »2*. bij dat onderzoek heeft gelet op hetgeen het class-bestuur van Sneek in zijne uitspraak van 9 Mei 1889 over dat getuigschrift heeft verklaard.-»Het class, bestuur meent beide grieven tegelijk te kunnen behandelen en er op te kunnen wijzen, dat de Synode in haar geciteerde missive van 30 Juli 1870 No 127 aan de class, besturen gerigt, welke missive in het Kerk.
Wetb. met aanteekeningen door J. Douwes en Mr; H. O. Feith in de tweede uitgaaf op bladzijde 138 voorkomt, juist van de class, besturen heeft verlangd, dat deze zich niet zouden tevreden stellen met eene vergelijking van bedoeld getuigschrift met het formulier G voornoemd, maar met de meeste nauwgezetheid zouden nagaan, of dit getuigschrift geheel en al met de waarheid overeenkwam?
»Het zal wel geen betoog behoeven, dat de grief van de bezwaarden met deze aanschrijving in lijnregte tegenspraak is, en dit bestuur meent dan ook, met alle eerbiediging van de beschikking ucai, iuK.iiiiig van van Jiet diet prov. prov. kerkbestuur KerKOestuur van Friesland van 18 Mei 1889, waarbij het dictum is vernietigd van de uitspraak van het class. bestuur van Sneek van 9 Mei 1889, volkomen teregt te hebben gelet op hetgeen het class bestuur van Sneek bij die uitspraak heeft verklaard.
»Die verklaring toch kon door een vonnis van een hooger college niet ongedaan worden gemaakt; trouwens heeft het prov. kerkbestuur van Friesland de verklaring van het class, bestuur van Sneek intact gelaten.
»Ook uit uwe beslissing van 12 Aug. jl. in deze zaak gegeven, blijkt, dat uw college het bewijs van goed zedelijk gedrag niet in orde achtte.
»Wij meenen dan ook, dat aan het bezwaar van den kerkeraad van Sliedrecht alleen kan worden gevolg gegeven, wanneer uw college de missive van de Synode van 30 Julij 1870 No. 127 voornoemd, opzijde zet.
»Laat uw college zich in deze revolutionaire daad op aandringen van den kerkeraad van Sliedrecht niet bewegen, en ons college vertrouwt, dat het prov. kerkbestuur van Zuid-Holland hiertoe de hand niet wil leenen, dan betwijfelen wij geenszins, of uwe beschikking kan geen andere zijn dan een, waarbij onze beschikking van 27 Nov. jl. wordt bevestigd.
»De vorm en de keus van woorden van het bezwaarschrift van den kerkeraad van Sliedrecht mogen wij niet waardig noemen.
»Wij achten het echter beneden uwe en onze waardigheid, daaraan meerdere aandacht te vestigen."
Van het adres van den kerkeraad van Sliedrecht aan het Prov. kerkbestuur van Zuid-Holland. {Dordr. Ct.)
Eilieve, wie zijn het die hier antwoorden } Herders der kudde, van wier hand het bloed der zielen zal geëischt worden.' of wel Byzantijnsche advocaten, die matadors in het haarkloven zijn.'' En dan, waar gaat het over.' Loopt het over een akkergrens, die de één zus, de ander zóó wil leggen.? Of wel over een kudde des Heeren, waarop men een wolf in de schaapsvncht afstuurt.'' En toch is de houding van het Provinciaal kerkbestuur van Zuid-Holland nóg bedroevender.
In dat bestuur zitten tien leden, waaronder Ds. Cesar Segers van Leiden, Ds.
A. Loefï van Dordrecht, Dr. Van der Flier te 's-Gravenhage, Jhr. Gee.vaerts van Simonshaven, Mr. F. van den Brandeler, en, ...
Ds. W. Zegers van Gorinchem, die lange jaren naar de gunst der Gereformeerden dong. Dus zonder op de anderen te letten, reeds zes van de tien leden, die betuigden den Heere Christus naar de Schrift te belijden. En toch deze mannenbroeders, in zulk een college zittend, hebben dan nu den euvelen, den ontzettenden moed gehad, om eerst in allerlei stukken tegen geloovige predikers des Woords, ouderlingen, diakenen en gemeenteleden den ban te slingeren, en om thans in de zaak-Lieftinck te bevelen, dat de kerk van Sliedrecht dezen wolj in het schaapskleed in haar midden ontvangen moet.
De Heere die het ziet en er tegen toornt, zal er te zijner tijd wrake over doen.
Want hoe ook zijn knechten met het heilige spelen, Hij laat zich niet bespotten.
En dat is Het hier!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 29 december 1889
De Heraut | 4 Pagina's