Men vraagt wat we verstaan
Men vraagt wat we verstaan onder Antinomianen op kerkelijk gebied.
Toen we dezen term bezigden, scheen hij ons duidelijk genoeg; en nog houden we vol, dat hij aan duidelijkheid niets te wenschen overlaat, voor wie in de historie van het Antinomianisme geen vreemdeling is.
Toch geven we niet ongaarne eene voorloopige verduidelijking van onze bedoeling.
Tegen de Wet moet met alle macht en alle kracht gestreden, zoodra die Wet zich aan een zondaar voordoet, als kon ze, den zondaar ooit tot zaligheid brengen.
Zaligmakende kracht, om een zondaar ten leven te brengen, bezit de Wet geen grein; en omgekeerd staat alle vastklampen aan de Wet den zondaar in den weg, om ooit tot zaligheid te komen.
Door het doen der Wet, zoo goed zoo kwaad het lukt, d, i. door dusgenaamde goede werken is voor een zondaar nooit eenig heil hiernamaals noch hier op aarde vrede met God te gewinnen.
Vandaar de strijd der profeten tegen de mannen van het raak niet en smaak niet, die regel op regel en gebod op gebod stapelden. Vandaar de strijd van Johannes den Dooper en Jezus tegen de Parizeen, Vandaar de] strijd door Paulus tegen de „ingeslopen valsche broederen" gevoerd. Vandaar de strijd der oude Christelijke kerk tegen allerlei Joodsche sekten. Vandaar Augustinus' strijd tegen Pelagius, Van Luther tegen den Paus. Van Dordt tegen Arminius, En nu weer van de Gereformeerden tegen de hedendaagsche Arminianen.
Nu ontstaat hiermee echter het gevaar, waarop reeds Paulus in zijn dagen de aandacht vestigde, dat men, omdat de Wet buiten machte is zalig te maken, de Wet als zoodanig aantast.
Dit dreven vooral een deel der Gnostieken, die geheel de openbaring van de Wet voor een uitvinding van Satan uitkreten en ten slotte in opzettelijke overtreding van de Wet een essch van het geloof zagen.
In dezen meest krassen vorm is echter het Antinomianisme al spoedig onderdrukt. En toen het in de dagen van Agricola het hoofd weer opstak, om door Melanchton en Luther bestreden te worden, trad het in geheel anderen vorm op, en stelde de vraag: Of de prediking van de Wet tot boete en berouw moet leiden, om zoo eerst tot het geloof te komen.' Dit stelde Luther, maar ontkenden Agricola en de Antmomianen, leerende, dat men midden in zijn zonde liggende, zonder voorafgaande prediking van de Wet, opeens het Evangelie heeft aan te grijpen, en dat daarna eerst uit dat geloof het berouw volgt.
Korter gezegd, de Reformatoren leerden allen: Prediking eerst van de Wet en dan van het Evangelie, terwijl de Antinomianen oordeelden, dat men de prediking der Wet kon nalaten, en niets dan het Evangelie had te prediken. Een trek, dien men ook thans bij het Leger des heils weervindt, en in sommige Neo-Kohlbrüggiaansche kringen openlijk ziet drijven.
Toch kon het Antinomianisme ook in dezen tweeden historischen vorm geen stand houden, en woekerde na de Hervormingseeuw in allerlei sekte meer in den algemeenen vorm voort, dat wij Gods geopenbaarden wil toch niet kunnen houden; dat naar Gods verborgen wil onze eigen zonden oordeelen zijn over vroegere zonden; en dat v/e eenmaal in zulk een zonde liggende, die wel klaarlijk hebben in te zien, maar nochtans geen hand mogen uitsteken, om er uit te geraken.
Dit in de plaats stellen van Gods verborgen wil of raad voor zijn geopenbaarden wil of Wet was een kwaad, dat ook hier te lande telkens weer opdook, en nu nog de meest gevaarlijke en meest verspreide vorm van het Antinomianisme is.
Men ziet zijn zonden wel in; meet die zelfs breed uit; maar er iets tegen te doen, ware slechts nieuwe zonde van ongeloof; en daarom leeft men er half sluimerend in voort; en misleidt zich door de dubbele belijdenis: i". dat als men uitverkoren is, ook de zonde ten goede zal medewerken; 2". dat God te zijner tijd die zonde wel breken zal; en 3". dat het strijden er tegen slechts een nemen van het werk uit Gods hand zou zijn.
Welnu, in dezen algemeenen vorm wordt thans dit Antinomianisme door bijna alle Gereformeerden die onder de Synode bleven, ook op het kerkelijk leven toegepast, maar theoretisch alleen verdedigd door de Geref. kerk.
Immers erkend wordt, dat er een geopenbaarde wille Gods omtrent de inrichting van zijn kerk op aarde is. Erkend wordt ook, dat de Synodale organisatie lijnrecht tegen dien geopenbaarden wil of wet van God over zijn kerk indruischt. En erkend wordt niet minder dat het leven in zulk een toestand voor elke kerk en voor de geloovigen in die kerk grootelijks zonde is. Zoo zelfs, dat het niet persoonlijk met Gods wet in strijd handelen deze zonde geenszins opheft, want dat de zonde der gemeenschap allen raakt, die er in leven.
Maar als men hieruit dan nu het gevolg trekt: Dus is het onze roeping om op staanden voet met dezen ongoddelijken toestand te breken, en weer naar den regel des Woords in onze kerk te gaan leven, dan springt deze Antinomiaan opeens achter Gods verborgen wil weg, en zegt u, dat in dezen toestand een oordeel Gods openbaar wordt; dat God te zijner tijd deze plage van ons zal nemen; dat eigen werk hier slechts aanranding van Gods hoogheid is; en dat stil den Heere verbeiden alles is wat ons in onze zonde rest.
Nu laten we voorshands de opmerking rusten, dat niets zoo onschriftuurlijk is als dit overbrengen van hetgeen geldt van een onbekeerd zondaar op de kerk, die een „vergadering der geloovigen" is; maar vestigen er de aandacht op, hoe dit kerkelijk Antinomianisme den misleiden aanhanger er van veroorlooft om i", op hoogen toon de Organisatie van 1816 als diepzondig te verfoeien; 2", desniettemin met de handen in den schoot onder die Organisatie - te blijven leven en er al de voordeden van te trekken; en s", om in schijn een hoog vrome taaL te voeren.
Maar wie als belijder des Heeren en kenner der Heilige Schrift weet wat de roeping is die de Heere voor zijn getrouwe dienstknechten en dienstmaagden in zijn kerk heeft weggelegd, kan moeilijk een kreet van verontwaardiging inhouden bij het aanhooren van zoo ziekelijke, zoo onheilige, zoo aan allen ernst gespeende verwarring van Gods verborgen met zijn geopenbaarden wil.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 19 januari 1890
De Heraut | 4 Pagina's