Een Dienaar des Woords
Een Dienaar des Woords zond ons deze bedenking in:
»Indien ik mij niet vergis, zou de Dienaar des Goddelijken Woords of de candidaat tot den Heiligen Dienst bij het onvoorwaardelijk opvolgen van den regel, door u in de Heraut van 9 Febr. 1.1. gesteld, »om eerst de steden en grootere dorpskerken te voorzien, en daarna de kleine dorpen", gevaar loopen om veelmeer met zichzclven en anderen te raadplegen, in zake eene beroeping, dan wel in de eerste plaats en bovenal den Heere, die een Hoorder des gebeds is.
Oprecht gesproken verstaan we deze tegenstelling niet.
Naar de leer der Voorzienigheid, gelijk ze steeds door de Gereformeerde kerken beleden is, gaat het Goddelijk Voorzienig bestuur over alles, en komt er dus een stemme Gods tot ons in alle gebeurtenissen die op ons aandringen.
Het onderscheid tusschen grootere en kleinere kerken, het feit dat eenkerkeraad een beroep uitbrengt, de meerdere of mindere aandrang die én de roepende gemeenteén de gemeente waar men staat, op den beroepene uitoefent, de verlegenheid om onderwijs voor zijn kinderen te vinden, kortom geheel het beroep, zooals het, met al zijn bijomstandigheden, op ons aankomt, staat dus niet buiten dit Voorzienig bestuur, maar er in. Derhalve wie in ernste bij zulk een beroep met zijn God wil raadplegen, begaat een fout en verzuim, zoo hij redeneert alsof dit alles zaken buiten God waren, en alsof de eenige goddelijke raadpleging bestond in het opmerken van wat God de Heere gedurende de dagen der beroeping werkende is in het verborgene der ziel.
Neen, wie als goed-Gereformeerd en ernstig man zijn God wil raadplegen, eert ten eerste zijn ordinantiën in zijn kerken, ten tweede zijn stemme in de leer der historie, ten derde de omstandigheden, die onder zijn Voorzienig bestuur zulk een beroep verzeilen, en laat, om het kort saim te vatten, niets buiten aanmerking, maar heeft een luisterend oor voor al wat de Heere hem in deze velerlei dingen te zeggen heeft.
Juist daarom zal de beroepene dan ook uist in zulke dagen in dubbele mate den zegen des gebeds zoeken, en volstandig in de lezing van het Woord zijn. Niet alsof hij op magische wijze een aanduiding van zijn God wacht, maar om in zulke gewichtige dagen zeer dicht nabij zijn God te leven; daardoor een geopend oor te hebben; aan alle vleeschelijke overleggingen het zwijgen op te leggen, en, zooveel Gods genade het gunt, een man vol des Heiligen Geestes te zijn.
Wat de geachte inzender wfil, is dus ongetwijfeld niet alleen nuttig, maar volstrekt onmisbaar. Het moet in alles een raadpleging met zijn God zijn. Alleen het moet niet zijn, eerst een rekenen met de feiten en omstandigheden, als lagen die buiten Gods Voorzienigheid, en daarna een mystiek of magisch wachten op een ingeving, maar beide moeten elkander steeds doordringen. Een overzien van de toestanden en gebeurtenissen buiten God is ijdel spel, en evenzoo is een zoeken van God buiten de realiteit van het leven, mystiek zelfbedrog.
Eerst waar beide in elkander grijpen, heeft men godzalige praktijk.
Bestond er nog een Urim of Thummim, oodat men rechtstreeks te weten kon komen, of God de Heere wil dat men gaat of niet, dan zou het natuurlijk goddeloos zijn, deze niet te raadplegen.
Maar deze Urim en Thummim niet bij het Nieuwe Verbond. bestaan
Thans maakt de Heere zijn knechten zijn heiligen wil op ongemerkte wijze bekend, en zij moeten er deze angste om doorstaan en moeten er om worstelen.
En dan is het de Heere, die weet, en hun van achteren wel in hun conscientie bekend maakt, of hun keuze geleid wierd door zelfzuchtige berekening, dan wel of wat hen dreef niets anders was dan een zoeken van de eere Gods.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 16 maart 1890
De Heraut | 4 Pagina's