Buitenland.
Engeland. Uit het Parlement. Spurgeon in het Britse h en Buitenlandsch B ij belgenootschap. Elk jaar wordt in het Engelsch Parlement het voorstel gedaan, om het tweede huwelijk met de zuster der overleden vrouw te wettigen. Telkens neemt het Lagerhuis het voorstel aan, doch dan wordt het afgestemd door hetHoo gerhuis. Met eene meerderheid van 67 stemmen ging dit jaar bedoeld wetsontwerp bij tweede lezing er door. Wat zal het Hoogerhuis doen ? De Lords erkenden voor eenige jaren, dat het verbod om te huwen met de zuster zijner overleden vrouw niet op schriftuurlijken grondslag rust, maar om het familieleven rein te houden, opdat geen man bij het leven zijner vrouw het oog zou slaan op zijne schoonzuster, moest het verbod toch gehandhaafd worden. De voorstanders der afschaffing wijzen er op, dat jaarlijks in Engeland ongeveer 1000 mannen de zusters hunner overledene vrouw tot vrouw nemen, zoodat het aantal onwettige huwelijken verbazend groot is.
In het Lagerhuis is eene motie voorgesteld om tot afschaffing der staatskerk in Schotland te komen. Het spreekt wel van zelf dat men zeer verlangend was om te vernemen, hoe de 82-jarige leider der liberale partij in Engeland, Gladstone, zich over die zaak zou uitlaten, want hel is toch bekend dat hij een voorstander is van de hoogkerkelijke partij in de Episcopale kerk. Toch streed hij voor de afschaffing der Staatskerk, van oordeel zijnde, dat alleen om de volgende redenen deze recht van bestaan heeft: i*. wanneer de staatskerk geestelijken arbeid doet, die geen ander lichaam kan tot stand brengen; 2*. wanneer de staatskerk leeringen brengt die geen ander godsdienstig lichaam zoo goed kan leeren; tot die kerk de overgroote van het volk behoort, of 4". staatskerk die kerk is, die de van het volk, ook al behoort 3". wanneer meerderheid wanneer de meerderheid zij niet tot haar, toch in hare positie als eene nationale kerk wenscht te handhaven. De heer Gladstone toonde aan, dat aan niet een dezer voorwaarden de Schotsche Staatskerk kan voldoen en haalde het gezegde van lord Harlington in 1877 aan, die verklaarde: »Wanneer de opinie in Schotland zich geheel heeft gevormd, al is het slechts onder de liberale partij, ten opzichte van dit punt, dan meen ik uit naam van de liberale partij als een geheel te mogen zeggen, dat zij gereed is om over die zaak te handelen", en voegde er aan toe, dat volgens zijne meening dit punt gekomen was. Ten slotte werd de motie voor de afschaffing der Schotsche staatskerk afgestemd, maar door eene zwakke meerderheid, vandaar dat er een gejuich opging in het kamp der liberalen (die met onze antirevolutionairen het meest overeenkomen) omdat de uitslag aldus was. Wij zien hieruit, wederom, dat de beweging der geesten naai de afschaffing der gepriviligeerde staatskerk is; in Ierland is het reeds zoover gekomen, trouwens • was daar de handhaving der Episcopale kerk, als staatskerk, de grootste onrechtvaardigheid, omdat de overgroote meerderheid des volks getoond had te willen blijven; in Wales zal het wellicht spoedig daartoe komen, omdat aldaar de meeste menschen overgingen tot vrije kerken; in Schotland omvat de staatskerk lang niet de helft der bevolking; in Engeland staat de Episcopale staatskerk nog het sterkst. Doch wanneer men in laatstgenoemd land zich uit beginsel gaat kanten tegen de staatskerk, niet omdat de groote meerderheid der leden haar verliet, maar omdat God wil dat zijne kerk vrij zal zijn, dan valt ook in Engeland eene instelling, die als God het niet genadig voorziet, het groote werk , der reformatie ongedaan maakt.
De groote jaarvergadering van het Britsch en Buitenlandsch Bijbelgenootschap is dit jaar te Londen gehouden in Exeter Hall, onder voorzitterschap van Graaf Harrowby. Het glanspunt dier vergadering was eene toespraak van den bekenden Spurgeon. Hij begon met te kennen te geven, dat hij niet gekomen was om te discussieeren over de wijze, waarop de vereeniging had te arbeiden, »Ik trouwde gisteren een paar", zeide hij, »en sprak tot hen over vele dingen, hun raad gevende hoe zij zich in den huwelijken staat te gedragen hebben, maar ik leverde geen kritiek over den neus der bruid of de oogen des bruidegoms, ik kon mij daarmee op een anderen dag bezig houden, maar niet op dien dag. Zoo komen wij ook dezen dag, meen ik, te zamen om God te danken, moed te grijpen en elkander op te wekken; de rest kan tot andere dagen bewaard blijven. Ik kwam hier om in de eerste plaats mijn grooten eerbied te betuigen voor het boek, dat deze vereeniging verspreidt. Ik herinner mij den dag, waarop ik voor 't eerst het woord »Bijbelvergoding" hoorde; het was voor mij eene nieuwe beleediging, mij afvragende of ik daaraan ook schuldig stond, en toen kwam ik tot het inzicht dat ik half geneigd was om die zonde te begaan, indien ik haar nog niet had gedaan. Ik vereer het boek niet, maar ik bemin het zoozeer, dat ^ik met David kan zeggen: »mijne ziel beeft voor uw woord." Gij moogt tot mij spreken zooals gij wilt en ik kan trachten het op te vatten gelijk ik wil, maar wanneer God spreekt, dan wordt elk geluid tot zwijgen gebracht, om te hooren wat Hij heeft te zeggen, en het geheele hart beeft voor het woord van den levenden God. Het is geen gewoon boek; ik haat de wetenschap, die den Bijbel gaat vergelijken met andere boeken; ik ken maar één boek en alle andere zijn afgoden; ik heb een afkeer van alle vergelijking van gewijde boeken, ik ken er slechts één, en al de andere beweren ) slechts iets te zijn, en niemand die ze ooit gelezen heeft, zal ook maar een seconde denken, dat zij voor heilige boeken kunnen gehouden worden.
Zij hebben niets van den toon, den stijl, de majesteit of de diepte van ons wondervol boek. Het staat alleen, het is het eenig boek van God. Ik wilde mijn geloof in den bijbel uitspreken, gelijk de aartsbisschop zoo goed gedaan heeft, om den toets van het criticisme te wederstaan. Wij hooren den bijbel dikwijls critiseeren, maar ik weet niet, waarom Gods Woord zoo gecritiseerd moet worden, terwijl zoovele andere boeken meest schotvrij ontkomen. Werden zij evenals den bijbel onder het ontleedmes der critiek gebracht, er zou geen stukje van over blijven. Nu is er niet het geringste deel der Heilige Schrift voor ons vernietigd. Geen essentieele leer der Schrift is in gevaar gebracht, door de strengste critiek over den origineelen tekst of door eenig andere soort van critiek. Somtijds moet ik in deze dagen verbaasd staan over de menschen, die zich als rechters over den bijbel stellen. Een hunner zeide tot mij, toen ik over Paulus sprak : »Ik ben het niet eens met Paulus!"
Spurgeon dreef den spot met de dwergen die zich vermaten om Gods Woord op de onbeschaamdste wijze te bestrijden en gaf eene getuigenis van de kracht van het Woord, dat hem dierbaar werd, die niet naliet groote indruk te maken. Wel is het noodig, dat er in Engeland opgekomen wordt tegen eene critiek die niets ontziet en reeds op weg is, niet enkel om de staatskerk te ondermijnen, maar ook de vrije kerken heeft aangetast, waarin velen niet meer bouwen op het fundament der apostelen en profeten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 25 mei 1890
De Heraut | 4 Pagina's