Gelijk het Gymnasium
Amsterdam, 20 Juni 1890.
Gelijk het Gymnasium te Zetten onlangs zijn vijf en-tu)intig; -']9ix\g bestaan kon vieren, zoo mocht de veel jongere stichting der Vrije Universiteit in den loop dezer week reeds haar tienjarig bestaan herdenken.
Een volgende week geeft ons blad van deze feestviering een uitvoerig verslag. Dit kan nu niet, wijl anders ons blad niet vóór Zondag de afgelegen dorpen kan bereiken. En we stellen er prijs op, dat ons blad vóór Zondag op alle plaatsen aan zijn adres kome, en niet op Zondag bezorgd worde.
Toch mag reeds nu een woord van dank aan den Heere onzen God niet uitblijven, over de vreugde, waarmee Hij veler hart vervuld heeft.
Toen in 1880 de Vrije Universiteit optrad, kon niemand vermoeden, dat niet slechts de vijanden van Gods Woord, maar ook de minnaars van 's Heeren dienst, zulke bittere fiolen van gal en alsem over deze stichting zouden uitgieten.
Zonder overdrijving mogen we zeggen, dat er letterlijk geen boosheid in het menschelijk hart kan schuilen, die niet op is gewekt, om deze stichting tegen te staan, aan spot en smaad over te geven, te belasteren en, zoo het kon, te vernietigen.
Waardeering vond ze buiten den engen kring harer vrienden bij niemand.
Het was aller hand tegen haar!
En zelfs van hen, die oorspronkelijk met haar liepen.t en ons een eindweegs op onzen weg verzelden, zijn een menigte broederen allengs teruggekeerd, om zich te voegen bij haar bestrijders.
Zou het dan wonder geweest zijn, indien een zoo kostbare en teedere stichting onder zooveel steenen, als op haar geworpen werden, ten leste ware bezweken ?
Zou het iemand bevreemd hebben, zoo ze reeds na eenige jaren van gewrongen en beklemd bestaan, een vroegtijdigen dood gestorven ware>
En zie nóg leeft en bloeit ze.
Toch heeft het haar nog niet aan leeftocht op den weg ontbroken.
Het getal harer leerlingen wies steeds.
En haar invloed in het land en op den strijd der geesten nam steeds toe.
En nu, wien anders dan onzen God komt daarvoor de eere toe.' Hem die zich onzer erbarmde, als er bij menschen geen ontferming meer was. Hem, die om zijns Woords wille, dat dsze stichting beleed en in eere hield, onzen ondergang verhoed heeft.
Zij daarom alle zelfverheffing uit ons midden gebannen. Niet ons, o, Heere, uwen naam alleen geef eere !
En zij, mits die toon nimmer uit ons hart en van onze lippen wijke, de tienjarige herdenking van wat in 1880 tot stand kwam, een moedgevende^ een bezielende, een hope wekkende profetie van wat de Vrije Universiteit zijn zal, als ook zij eens aan haar vijf-en-twintigjarig feest zal zijn toegekomen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 22 juni 1890
De Heraut | 4 Pagina's