S. J. SEEFAT
Vrije Universiteit.
Bij het eindigen van den academischen cursus hebben weder drie »hospitanten", die hun studietijd alhier voleindigd zagen, ons verlaten, 't Zijn nu reeds omstreeks een twintigtal »alumni" van onze geliefde stichting, die de vrucht hunner studiën mogen doen ten goede komen aan de kerk en aan de school. Zij hebben allen een loffelijk getuigenis onder ons achtergelaten. En voor zoover zij ondersteuning ontvingen uit het studiefonds, ter itgemoetkoming in de meest noodzakelijke onkosten, die de tijd van het studentenleven, hoe sober ook aangelegd, altijd meebrengt, mogen wij met dankbaarheid zeggen, dat de hulp, door zoo veler liefde geboden, aan hen goed besteed is.
Nu zijn
intusschen
de sollicitanten, nieuw
aankomende
studenten, voor de leeggevallen
plaatsen
in het Hospitium, en ter verkrijging
van
eene toelage uit het studiefonds, al weer
meerderen dan het getal dergenen die ons verlieten.
Wij weten er geen raad mee. En zien
daarbij
tevens de noodzakelijkheid in om de
toelagen, die tot nog toe toegewezen zijn, aanmerkelijk
in te
krimpen vanwege het voortdurend
tekort, waarmee de rekening van het
studiefonds
telken jare, en niet het minst het
laatste jaar, sluit.
Wij zijn zoo vrij vrienden en belangstellenden, inzonderheid hen die den zegen, welken de Heere in de Vrije Universiteit ons schonk, reeds op de proef hebben mogen leeren kennen, op de noodzakelijkheid van voortdurende en steeds overvloediger hulp te wijzen. Het zou ons moeielijk vallen jongelingen die zich met goed getuigenis, en als zulken die »van goede hope" zijn, bij ons aanmelden, te moeten afwijzen. Laat dit, indien 't al moet, niet behoeven te geschieden uit oorzaak van onze traagheid en onverschilligheid. Integendeel! een ieder onzer doe ook hierin wat zijne hand vindt om te doen; wekke anderen mede daartoe op; eri worde zelf opgewekt tot een blijmoedig geven, in ootmoedigen dank voor de rijke en onverdiende zegeningen, waarmee de Heere ons telkens voorkomt; en onder veel dankerkentenis dat het Hem behaagt nog eer in onzen lande te doen wonen!
DE HARTOG. In dank ontvangen: Voor de Vereenigiiig: Aan coiitribatiën: Door denheerPh.de Wolff te Sneek ƒ 157: aan Collecten: door Ds. C. AV. E. Ploos van Amstel van de Ned. Ger. kerk te Hantum c. a. ƒ 8.87, door den heer Jb. Rievit van de Ned. Ger. kerk te den Bommel, ƒ 7.50; aan schenkingen: door den heer A.rie Verduijn van de Stuiversver. : Alfen- Oudshoorn /" 18 50; door den heer W. Hovy van H. V. d. Snel te Anjum bijeengebrachte ü centen / i.i6; door den heer Ph. de Wolff van A. M. te S. ƒ 10; door den heer H. J. de Heer te Leiden van J. M. voor het lezen van de Heraut f i; van den heer B. ƒ0.60, gecoll. in de kerk ƒ i, samen ƒ2.60.
N. P. Tui-
? oor het Studiefonds:
Bij Prof. Dr. A. H. de Hartog ninga te Franeker ƒ 5.
Hilversum.
S. J. SÊEFAT, penningmeester.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 27 juli 1890
De Heraut | 2 Pagina's