Vrije Universiteit.
Vrije Universiteit.
Zooals de vrienden onzer stichting zullen weten, is de belangrijke toespraak, die Ds. Klaarhamer uit Middelburg heeft gehouden, ter gelegenheid van de ure des gebeds, ter inleiding der jongste jaarvergadering onzer Vereeniging voor Hooger Onderwijs, in het licht verschenen bij den uitgever K. Ie Cointre te Middelburg. De lezing en herlezing van dit stuk is zeer der moeite waardig. Daarin wordt met warmte en overtuiging bepleit j> het recht, de kracht en de grond der hope" tot stichting en instandhouding onzer Hoogeschool met den Bijbel.
Vooral voor het ncht van bestaan onzer school is het pleidooi zeer belangrijk.
»Wij ontkenen ons recht van handelen, " zoo sprak hij, »zoomin als het bestaansrecht onzer stichting aan ons zelven, noch aan partijbelang, maar aan het recht van Hem, die bekleed is met alle macht in hemel en op aarde. Daar is tweeërlei wetenschap. Er is een wetenschap des geloofs en eene des ongeloofs. De eene zoekt haar zaligheid in den Christus, de opperste Wijsheid, de eenige bron van zuivere kennis; de andere meent de voldoening der hoogste behoefte ook op het gebied van het weten, te zullen vinden bij den boom der kennisse des goeds en des kwaads. Deze tweeërlei wetenschap eischt tweeërlei school. — Vóór de Vrije Universiteit in het leven was geroepen, bestond er slechts éénerlei school, waarin niet volgens Gods Woord, doch naar de beginselen der revolutie wordt onderwezen. De omstandigheid, dat het den Heere behaagd heeft ook uit die school mannen tot de kennis der ware beginselen te brengen, ligt niet aan het onderwijs, doch aan de barmhartigheid Gods, ondanks het onderwijs, dat zij ontvingen. Regel is het, dat hetgeen gezaaid wordt
in de school, later in het leven zal worden gemaaid. Daarom -Dmoet er" — om wederom te spreken met de woorden van Dr. Klaarhamer — »een kweekplaats der wetenschappen zijn, die ook langs den redelijken weg God leert kennen, die opvoert tot God." — Hoe kan een Christen ooit toegeven, dat de wereld wel het recht zou hebben haar beginselen te verbreiden en ingang te doen vinden, en de discipelen van den van God gezalfden Koning lijdelijk en machteloos daartegenover zouden moeten staan? — Neen dat nooit. Ten volle onderschrijven wij dan ook, wat Ds. Klaarhamer hierover uitsprak : «Oudtijds droegen de dienaren der vele heeren en graven en hertogen een kleedij, waarop de kenmerkende kleuren waren afgedrukt van het wapen des heeren of vorsten, dien zij toebehoorden en dienden. Dat kleed sprak dan van hun recht, hun roeping, hun plicht, om op te komen met alle geoorloofd en gewettigd middel voor den naam, de eere, het recht van den heer, wiens kleuren zij bekenden. Welnu in onzen doop hebben wij het teeken, dat wij gerechtigd, geroepen, vermaand en verplicht zijn, om als het volk van den levenden God, als de onderdanen van Koning Jezus op te komen voor zijn eere en voor zijne rechten. Wij zijn tot een nieuwe geiioorzaamheid op elk levensterrein verplicht."
De Heere geve, dat deze heilige roeping meer en meer door zijn volk worde gevoeld en met geestdrift beleden! Moge de lezing of herlezing der rede van Ds. Klaarhamer daartoe ook dienstbaar worden gemaakt, onder zijnen zegen!
W, HOVY.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 24 augustus 1890
De Heraut | 2 Pagina's