De aard van ons blad laat
De aard van ons blad laat ons niet toe, een bespreking te leveren van elke predicatie die uitkomt. Ook niet van elke afscheidspredicatie of intreerede.
Toch maken we ditmaal een kleine uitzondering voor de afscheidsrede van Dr. Geesink, getiteld: Het s; ebed voor de voU making der gemeente en uitgegeven bij den heer J. H. Dunk te Rotterdam.
Hier m^g een uitzondering gemaakt, omdat er een uitzondering in zijn aftreden als Bedienaar des Woords ligt. Immers voor geen andere kerk zou Dr. Geesink de hem zoo na aan het hart liggende kerk van Rotterdam verwisseld hebben, en indien de Vrije Universiteit hem niet als hoogleeraar had begeerd, zou de smart over zijn heengaan aan de kerk van Rotterdam zijn bespaard geworden. Een heengaan, dat te dieper zal gevoeld worden, nu ook Ds. Lion Cachet voor geruimen tijd deze kerk verlaten gaat.
De kerk van Rotterdam heeft, gelijk van algemeene bekendheid is, meer dan eenige andere, nog altijd met pijnlijke moeilijkheden te worstelen, en hoe kan het dan anders, of een leemte als nu in de Bediening des Woords voor haar ontstaat, dreigt opnieuw haar kracht te breken.
Al de energie van haar geloof zal ze behoeven, om ook deze nieuwe moeilijkheid te boven te komen, en de Dienaren des Woords, die ze roept, mogen wel in dubbele mate zich den nood dezer kerk op het hart laten wegen.
Maar juist daarom was het van Dr. Geesink een zoo goede gedachte het „gebed voor de volmaking der gemeente" als zijn testament aan haar achter te laten.
„Ik sla de oogen naar het gebergte heen, van waar alle mijn hulpe komen zal", is toch ook voor de kerk van Rotterdam het plechtanker harer hope.
Van boven, van den Vader der lichten, zal ook haar de goede gave toekomen.
Daarop wees de scheidende leeraar zijn gemeente. En hij deed het iii een rede, die in menig opzicht als gelegenheidsrede een model mag heeten. Weinig over zichzelf, veel over zijn God. Bediening des Woords evenals_ anders. Een volkomen afwezigheid van dien gemaniëreerden toon, waarin velen bij zulk een gelegenheid kracht zoeken.
Er heerscht in dit woord eenvoud, er spreekt overtuiging en manlijke ernst uit.
Het spreekt niet maar van bidden, maar het brengt tot bidden.
Geesink had zich zelf doen vergeten, en de gemeente bad om volmaking tot haar God.
En zoo moet het immers zijn ?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 31 augustus 1890
De Heraut | 4 Pagina's