Het besluit der Voorloopige Synode
Het besluit der Voorloopige Synode te Leeuwarden, om zich nogmaals tot de Christelijke Gereformeerden te Vvenden, met de dringende bede, om een einde te maken aan het gescheiden kerkelijk leven, is niet genomen in geheime zittirg.
Geheel dit punt is behandeld in een vergadering, waar ook Christelijke Gereformeerde broederen toegang hadden. Niets van hetgeen over dit punt gesproken of beraadslaagd is, behoeft dus voor deze broederen een geheim te zijn; en ook wij behoes^en er geen geheim van te maken, dat de Voorloopige Synode tot dit besluit kwam, niet na contradictoir debat, maar zonder eenige nadere spécifieering, alleen gedrongen door het verlangen, om elk struikelblok, dat aan de vereeniging in den weg lag, weg te nemen.
Er is dan ook geen sprake van, dat dit besluit door een mildere groep ter Synode tegen den zin en wil van een strengere groep zou zijn doorgedreven.
alge-Het besluit ging zoogoed als met meene stemmen door.
Men overwoog, dat de onderhandelirgen, gelijk ze daarover gevoerd waren, ongelukkigerwijze, door allerlei misverstand, vast schenen gereden. Dat men op die wijs allicht niet verder kwam. En dat het daarom aan de overzijde wenschelijk kon schijnen, voor de hervatting der onderhandelingen een geheel nieuw uitgangspunt te kiezen, waarbij men niet aan antecedenten of gemaakte formuleeringen gebonden was.
Niet dat de Synode van Leeuwaarden het eens geconcedeerde introk. Integendeel, uitdrukkelijk heeft ze aan de Kampensche deputaten verklaard, dat ze te allen tijde bereid is en blijft, om het eens toegestemde gestand te doen, en op den ingeslagen weg van onderhandeling voort te gaan.
Maar omdat dit niet wel vlotte, niet opschoot, en afstuitte op allerlei gevoeligheden, verklaarde ze zich óók bereid, om aan den gang der onderhandelingen een andere wending te geven, en uit te gaan van datgene, waarover geen geschil behoefde te bestaan.
Beiderzijds openbaarde zich telkens weer de genegenheid, om de Drie Formulieren van eenigheid als geldende belijdenisschriften en de aloude Kerkenordening weer als leefregel der kerken te erkennen.
Wat dus natuurlijker, dan dat men begon met deze eenheid van inzicht te constateeren, en nu beproeven wilde, om, uitgaande van dit beiderzijds toegestemde, een pad te zoeken dat tot kerkelijk saamleven leiden kon.
En nu verstaan we wel, dat de Kampensche deputaten eerst geïnformeerd hebben, . of er ook nadere inlichting te geven viel over den zin en de bedoeling, waarmee dit aanbod geschiedde; maar toch ligt het in den aard der zaak, dat men hierop het antwoord wel schuldig zal moeten blijven.
Dien weg had men bij de eerste, mislukte onderhandelingen ingeslagen. Toen hadden deputaten onzerzijds in een stuk, dat de moeder der latere concept-acte wierd, hun denkbeelden, eigener autoriteit, zoo duidelijk en breed mogelijk geformuleerd, om [aanstonds tot een practische conclusie te komen.
Maar juist dit was hun toen euvel geduid. Het heette toen, dat zij alles vooraf 1 beraamd en pasklaar gemaakt hadden. En dat dit niet alzoo had moeten geschieden Dat alle „uitwerking" daarna had moeten komen.
Welnu, juist om op die klip niet een tweede maal te stooten, werkte de Synode van Leeuwarden thans «? V/.J uit, en gaf voor uitwerking aan haar deputaten geen enkel mandaat.
Opzettelijk wierd thans niets vastgesteld dan het uitgangspunt, en kan dus de uitwerking van wat hieruit volgt, slechts vrucht worden van saamwerking tusschen de beide partijen.
Voorshands behoeft men onzerzijds dus niets te weten dan dit ééne, of dit aangeboden uitgangspunt ook door de Synode van de overzijde onvoorwaardelijk aanvaard wordt.
En is dit eenmaal geschied, dan rust op hen, die daartoe door beide Synoden gecomitteerd zullen worden, de gewichtige taak, om aan de kerken beiderzijds duidelijk te maken, wat uit deze confessioneele en canonische eenheid voor haar wederzijdsche verhouding volgt.
Dit nu zal er o. i. toe moeten leiden, dat er niets geschiedt, alvorens de Christ. Geref. kerk nogmaals in Synode is saam geweest, en zich cordaat en met beslistheid over deze basis heeft uitgesproken; terwijl dan bijna gelijktijdig door beide Synoden de deputaten kunnen worden aangewezen, om de zaak uit te werken.
Met opzet daagt daarom onzerzijds de Synode van 1891 pas in September.
Want wel ware het denkbaar, dat deputaten beiderzijds nu reeds de zaak eenigszins voorbereidden.
Maar ons komt zelfs dit min gewcnscht voor.
Zulk een voorbereiding zou ook nu toch een geheel ofjicieus., geen ofjicieel karakter dragen, overmits niemand hiervoor gelast is.
En de ondervinding heeft ons nu eenmaal deze harde les geleerd, dat ongevraagde adviezen evenmin op heusche bejegening als ongevraagde arbeid op betamelijke waardeering rekenen kan.
Er zijn er nog altoos te velen, die zich kwalijk kunnen voorstellen, dat iemand zijn moeite en tijd met een ander doel ten koste legt, dan om bot te vieren aan zijn heerschzucht.
Aan de slechtste neigingen van het menschenhart wordt nog maar door al te velen het eerst, in stede van het laatst gedacht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 31 augustus 1890
De Heraut | 4 Pagina's