Buitenland
Diiit$chlttiid. Ontslag derhofpredikers Stöcker en Schrader.
In het liberalistische kamp van Duitschland wordt uitbundig gejubeld. Waarom? De jeugdige keizer heeft den hofprediker Stöcker op zijn verzoek ontslagen! Toen de keizer een leeraar van meer gematigd orthodoxe richting, gelijk men het noemt, aangewezen had om den werkelljken dienst van een hofprediker te volbrengen, terwijl hij Stöcker voorbijging, zag daarm Stöcker een wenk om heen te gaan en hij vroeg en kreeg zijn ontslag. Treurige gebeurtenis! In plaats van een man als Stöcker te eeren, die al zijne gaven besteedt om het volk te waarschuwen om zich toch niet door socialistische drijvers te laten vervoeren, gaat men hem nopen om heen te gaan!
Wij hadden goede verwachtingen omtrent P den tegenwoordigen keizer bij den aanvang ts zijner regeering, juist omdat men verluidde, dat hij een vriend van Stöcker was en van k zijne antirevolutionaire beginselen geen geheim tn maakte. Doch reeds aanstonds deed het ons pijnlijk aan, dat de jeugdige vorst bij zijn kro j ning tot keizer van Duitschland, zulk een buitengewone pracht ten toon spreidde, nadat zijn vader aan den vrecselijken kanker'gestorven was. Ook het feit, dat hij zoo kort na den dood van zijn grootvader en vader aan het reizen ging om de bevriende hoven te gaan bezoeken, stemde ons niet beter. Daarbij de omstandigheid, dat de keizer op den dag des Heeren zich liet begroeten, ja, op den Zondag ergens aankwam, deed ons vreezen. Ook het bevel, dat men aan het keizerlijke hof weder de kleedij der middeneeuwen zou gaan dragen, achtten wij een bewijs van ijdeltuiterij, des te meer nu zooveel maatschappelijke ellende aan den dag kwam. Wel was er in het optre den van keizer Wilhelm II een lichtpunt, al was het enkel zijn manifest tot het leger aandringende op eenvoudigheid van leven en het kweeken van godsdienstzin. Ook hoopten wij, dat, toen hij vorst Bismarck noopte af te treden, dit nede geschied was omdat de vorst die zoolang de teugels van het bewind in handen gehad had, zich steeds verzet had tegen het van staatswege nemen van maatregelen, om meerdere Zondagsrust te verkrijgen, en omdat de groote staatsman zich steeds afkeerig betoond had om meer vrijheid toe te staan aan de Evangelische kerk. Wij hadden gehoopt dat de keizer een dieperen blik in den socialen nood had leeren slaan en daa.rom alles in het werk wilde stellen om het positief christelijk element in zijn rijk te versterken, en dat Von Bismarck het veld had moeten ruimen omdat hij daarin niet mede wilde werken, — doch wij werden in onze verwachtingen bedrogen. De keizer is steeds meer naar links gezwenkt, maar in niets is dit meer openbaar geworden dan door het geven van ontslag aan den bekenden hofprediker Stöcker, den man die het hoofd is der christelijk sociale partij, die vooral in den laatsten tijd met groote energie opgetreden is tegen de socialistische beweging, om de volksmassa's te bewegen met de Evangelische kerk te breken; den man, die volkomen te recht zijne stem verheven heeft tegen het drijven van eene Joodsche-liberalistische pers, die alles wat christelijk is verguist.
Het is dus geen kleinigheid als zulk een man door den keizer wordt losgelaten op een oogenblik, waarin juist de oplossing der sociale quaestie op den voorgrond staat. De Duitsche keizer gaf daardoor slechtweg te kennen, dat hij eene oplossing van het maatschappelijke vraagstuk niet in christelijken zin zoekt. En dat dit te betreuren is, vooral in het hoofd van een land, dat in de rij der volken voor het machtigste gehouden wordt, spreekt van zelf.
Natuurlijk heeft het ontslag van den bekenden hofprediker, dat gepaard ging met dat van zijn ambtsbroeder Schrader, groote ontroering teweeggebracht, gelijk een twaalftal jaren geleden het geval was, toen de grijze keizer de predi kanten Kogel en Baur tot hofpredikers benoemde, een daad waarover de Duitsche liberalisten zich geweldig vertoornden.
De plaats waarop voor korten tijd Stöcker, Kogel en Schrader stonden, is plotseling ledig geworden, zoodat men in Christelijke kringen het gevoel heeft, dat er een tiffoon over Berlijn gewaaid heeft. De opper-hofprediker Dr. Kogel vertoeft in het buitenland, door een zenuwziekte .aangetast. Ofschoon hij een geweldig sterk lichaam had, schijnt de last die op hem drukte te zwaar te zijn geweest; zij die het weten kunnen wat op hem rustte, verwonderen er zich over, dat-hij, zonder in een te zinken, zijn arbeid zoo lang heeft voortgezet. Maar niet enkel overmatigen arbeid heeft zijn kracht gebroken; vooral het verdriet dat hij bij zijne ambtsbediening had greep hem zoo aan, dat hem een onbepaald verlof tot herstel zijner geschokte gezondheid moest worden gegeven. Bij de begrafenisplechtigheid der echtgenoote van den hofpredilcer Von Hengstenberg, bleef Dr. Kogel midden in zijne rede steken en begon toen onsamenhangende geluiden uit te brengen. Eenige pijnlijke minuten verliepen, totdat eindelijk de spreker zich zoo had weten te herstellen, dat hij het handschrift van zijne rede voor den dag haalde en toen het slot voorlas. Dit werd den keizer bericht, die daarop den door velen geliefden prediker een verlof aanbood, dat door dezen aanstonds werd aangenomen. De keuze van zijn plaatsvervanger heeft plaats gehad, zonder dat Dr. Kogel daarover geraadpleegd is, hetgeen naar men zegt den kranke pijnlijk heeft aangedaan. Voorloopig zullen de hofpredikers Stöcker en Schrader hun ambt blijven waarnemen, de laatste tot in het voorjaar omdat er moeilijk voor hem aanstonds een dienst te vinden is.
Aan welke invloeden den loop der zaken aan het Duitsche hof zgn toe te schrijven? Sommigen denken dat Dr. Miquel, minister van finantiën, achter de schermen zit. Het is niet te ontkennen dat deze minister feitelijk de leider is der binnenlandsche politiek in het koninkrijk Pruissen. Miquel behoort tot de nationaal liberalen, eene partij die zeker niet aan kracht en invloed wint. Miquel is de eenige man van talent, die de nationaal-liberalen hebben, om niet te spreken van den reeds bejaarden Bennigsen. Of hij in staat zal zijn om zich lang in zijne positie te handhaven, blijft zeer de vraag.
Ook bij vele tegenstanders der z. g. «hofprediker partij" heeft het ontslag van Stöcker en Schrader bezorgdheid gewekt. Men denkt: «heden gij, morgen ik; " de keizer schijnt althans weinig piëteit te bezitten tegenover per sonen, die zijn door het Duitsche volk zoo vereerden grootvader gediend hebben. Maar bovendien vreest men, dat Stöcker eene beweging om de landskerk prijs te geven, op touw zal zetten, om elders de hindernissen die van 1 staatswege in den weg gelegd worden om de Evangelische kerk meer vrijheid en zelfstandigheid te geven, uit den weg te ruimen. Wij hebben geen reden om aan te nemen dat deze vrees eenigen grond heeft, hoe gaarne wij dit ook zoaden willen. Wat echter gebeuren zal, wanneer de overheid het uitspreekt onder geen beding de kluisters, waarmede de kerk gebonden is, losser te willen maken, is nog niet te voorzien. Het denkbeeld van de vrije kerk is haast nog niet doorgedrongen in Duitschlands Christelijke kringen, men schijnt er de schoone ontboezeming van Pascal: Bel état de PEglise, qui n'est soutenu que de Dieu (Heerlijke staat der kerk, wanneer zij alleen van God, d. i. van vrijwillige offers afhangt) niet te beamen'
Maar niet velen koesteren die vrees; de groote meerderheid der liberalen hebben een «weldadigen" indruk gekregen, van „het strafgericht" aan Stöcker voltrokken en — zoo danst men op den vulcanischen bodem voort.
En^i-land. Niemand kan zeggen, dat de Presbyteriaansche kerk in Ierland uit een geestelijk oogpunt er minder op geworden is, sedert zij het Regium Donum (de gift van koningswege) moest missen. Ook kunnen cijfers toonen, dat uit een financieel oogpunt de kerk niet verloren heeft, en zij niet van jaar tot jaar door de overheid wordt onderhouden. Op den huldigen dag zijn hare inkomsten grooter dan ooit het geval was toen de kerkedienaren uit de staatsruif aten. Jaarlijks wordt er voor het commutation fund en voor predikantstractementen 6 ton goud bijeengebracht. De meening, dat de kerk ineen zal vallen als een kaartenhuis wanneer het prestige der overheid haar niet schraagt, is in Ierland wel weersproken en het verbaasd ons, dat terwijl de proef in Ierland genomen, buiten verwachting goed is uitgevallen, men de scheiding van kerk en staat noch in Engeland, noch in Wales, noch in Schotland heeft aangedurft. Toch schijnt de scheiding van kerk en staat (disestablishment) op het programma van actie der liberale partij in Engeland geplaatst te worden. ï> The grand old man" (de heer Gladstone), schoon persoonlijk een voorstander der Episcopale kerk, is er mede voor gewonnen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 23 november 1890
De Heraut | 4 Pagina's