Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De zaak der Zending onder de Heidenen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De zaak der Zending onder de Heidenen

6 minuten leestijd

Amsterdam, 21 Nov. 1890.

De zaak der Zending onder de Heidenen en Mahomedanen is door de jongste gebeurtenissen op staatkundig gebied een geheel nieuw tijdperk ingetreden.

Niet alsof de Zending ooit teren kon op politieke aandrift. Vooruit ten doode opgeschreven is elke Zending, die niet voortvloeit uit drang der liefde voor Christus, uit drang van deernis met de afgedoolden, en uit drang tot uitbreiding der kerk op aarde.

En daarom niet aan de politieke mannen, die thans de vruchten der Zending oogsten, of een nieuw arbeidsveld voor de Zending ontsluiten willen, maar aan de stille Christenen, die onder smaad en hoon het werk der Zending gedreven, er hun geld voor geofferd en voor gebeden hebben, komt de onvergankelijke eere toe van door dit kostelijk werk ten zegen van ons geslacht gearbeid en geijverd te hebben.

Maar dit neemt niet weg, dat ook dit heerlijke werk der Zending onder de leiding van het Godsbesluur staat, en dat de vrienden der Zending ook op dit Godsbestuur hebben te letten.

En is dan de keer niet opmerkelijk, die ook ten onzent in de publieke opinie kwam?

In de Gids een keurig artikel van Prof. Van den Berg uit Delfc om voor de vrijheid van de Christelijke Zending op te komen. In het Handelsblad der vorige v/esk een stuk van „Dag tot Dag", om de waardij der Zending te betoogen. Een Nederlandsch Minister van Koloniën, die van Den Haag naar Amsterdam reist, om een Zendingsconferentie bij te wonen. En in het politiek debat het werk der Zending een bestanddeel geworden, waarmede alle partijen rekenen.

Waarlijk men verachte den dag der kleine dingen niet. Er ligt in deze schijnbaar kleine dingen iets kostelijks en iets groots.

Iets groots vooral, zoo men er op let, hoe niet alleen onze koloniale, maar ook de internationale politiek al meer met de Zending begint te rekenen.

Er ruischt door de toppen der boomen een wind des daags, die ons belet langer vrede te hebben met den smadelijken toestand, dat nog 850 millioen menschen ia heidensche duisternis voortleven, en 180 andere millioenen den Islam volgen, terwijl nog slechts 450 millioea (alle naam-Christenen hieronder begrepen) als Christenen tegen deze 1000 millioen overstaan.

Alleen in Afrika leven zeker 200 millioen menschen, die, voor een klein gedeelte Mahomedaansch, nog meestallen Heidenen zijn, en Heidenen van het laagste gehalte. Meest Fetisch-aanbidders.

En terwijl nu heel Afrika, op een smal zoompje ten Noorden en ten Zuiden na, dusver beschouwd werd als een deel der wereld dat niet meerekende, en dat men, als ongenaakbaar, liet voor wat het was, heeft zich thans in een tiental jaren aller aandacht op dit donkere werelddeel gericht; poogt ieder volk van macht er zijn invloed te vestigen; is het ten Oosten en ten Westen onder Europeesche staten verdeeld; en schijnt de drang onweerstaanbaar, die aan de slavernij en de slavenjachten, aan' denstammenmoord en Je beestachtige wreedheid in dit land van Cham een einde wil maken.

Stanley deed daarbij dienst als pionier. Maar reeds nu zijn de berichten, die over Stanleys tocht uitkomen, van zulk een aard, dat zelfs een liberaal blad dezer dagen schreef: „Liever één Livingstone dan tien Stanleys." En metterdaad zijn het niet de Emins en de Stanleys en de Bartelotts maar alleen de Livingstones, van grooter en kleiner afmeting, die, omdat ze in de liefde Chrisli komen, Afrika ten zegen kunnen zijn.

Ongemeen is dan ook, Gode zij dank, de nieuwe bedrijvigheid, die zich in schier alle landen onder de Zendingsyrienden openbaart. „De velden zijn wit om te oogsten, Zend, ^ Heere, arbeiders uit in uw wijngaard!" is de bede die van mond tot mond gaat.

Slechts is de \ taak te groot, te reusachtig, fe overweldigend, en staat men een oogenblik over deze wending der zaken verbijsterd en verbaasd.

Toch is het aan geen twijfel onderhevig, of de Zending gaat, juist ten gevolge van deze onverwachte gebeurtenis, een nieuwe toekomst te gemoet.

Alle kerken zullen daarbij wedijveren. En ook de kerken in Nederland zullen niet achterblijven, .

En we! grieft het daarbij, dat niet alle Christenen in Nederland, die nog den Christus Gods belijden, zich bij dat heerlijk werk als één man, in eenparigheid des geestes, kunnen opmaken, om saam één groot werk tot stand te brengen, maar, in allerlei missiën gesplitst, soms elkaar meer tegenwerken, dan steunen. Edoch ook uit deze verwarring zal God orde scheppen, en ook deze veelvormigheid zal de eere zijns Naams verhoogen.

Ontwake slechts bij elke groep Christenen, die zich, dank zij haar eenheid van bedoelen, in staat gevoelt om een gemeenschappelijk Zendingswerk te ondernemen, de lust en bezieling, om niet door anderen in de volvoering van zoo hooge taak voorbij te worden gestreefd^.

Zij dit vooral zoo bij onze Nederlandsche Gereformeerden.

Schoon was hun arbeid in de dagen onzer vaderen, al schoeiden ze dien ook op andere leest.

P/ijselijk was het initiatief door de Christelijke Gereformeerden reeds sinds lang genomen.

En niet minder lofwaardig waren de pogingen door wijlen Dr. Schwartz in de Gereformeerde Zendingsvereeniging gewaagd, en nu almeer door de Ned. Gereformeerden in kerkelijk bedding geleid.

Zoo komt het in goede richting; zoo ontwaakt men allengs; zoo heeft men zijn standpunt gevonden.

Moge het nu maar blijken, dat de liefde Christi dringt.

Ga er nu maar een heilig vuur uit, dat veler hart in vlam zet, om voor die heilige, teedere zaak offers in geld, offers van het woord en hetnite^fer van zijn persoon te brengen.

Bovenal zij men toch praclisch.

' Dale men uit de geestelijke wolken toch wat meer af tot de practische werkelijkheid.

Ons volk heelt geen kennis van de Heidenwereld, het weet niet van de Zending af. En daarom moet op scholen en catechisatiën, moet op meetings, conferentiën en bij bidstonden, niet enkel gedrongen op de geestelijke motieven, maar de kennis van de feiten der historie en van de feiten der realiteit op den voorgrond staan.

Geen bidstond voor de Zending in den vorm van een predicatie, alsof het een dienst des Woords ware, maar een zaakrijk woord over de Zending zelve.

Dat eerst prikkelt de belangstelling, doet ons kerkelijk publiek in de zaak der Zending inleven, en kan haar jonge mannen wakker schudden, om in dezen weg den Heere hun leven toe te wijden.

Ook in den wedloop om Afrika behoeft Nederland niet achter te blijven. Juist nu onze Transvaalsche broeders tegenover de Kaffers nog zoo verkeerd staan, is óns de schoone gelegenheid geopend, om van de Kaap uit, waar het HoUandsch nog landstaal is, Afrika in te dringen en het verzuim onzer Transvaalsche broederen in te halen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 november 1890

De Heraut | 4 Pagina's

De zaak der Zending onder de Heidenen

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 november 1890

De Heraut | 4 Pagina's