Dienst des Woords (4.)
Dienst des Woords (4.) Ons vorig artikel zocht duidelijk te maken, in welk een zin geprotesteerd moet tegen de poging, om den Dienst des Woords om te zetten in »Evangelieverkondiging" en „Evangeliebediening". Een protest, rustende op tweeërlei grotid : i". daarop dat men valschelijk het Evangelie tegen het Oude Testament overstek; en 2". op de ongeoorloofde gelijkstelling van een dienaar des Woords met een apostel, of ook met een zendeling, die het Evangelie komt aankondigen aan wie het nog niet kent.
Evenwel is er nog een andere, een rijkere opvatting van het Evangelie', in dien zin dat het is begonnen verkondigd te worden door God zelf in het Paradijs, met name in Gen. 3:15. Zoo verstaat ook onze Catechismus het, als hij in het antwoord op Vraag 19: Waaruit weet gij dit alles? " dit bescheid geeft:
„Uit het heilig Evangelie, hetwelk God zelf eerst in het paradijs geopenbaard heeft, en daarna door de heilige patriarchen en profeten heeft laten verkondigen, en door de offeranden en andere plechtigheden der Wet laten voorbeelden, en ten laatste door zijnen eeniggeboren Zoon vervuld."
Zoo nu opgevat, is „Evangelie" de volle raad Gods tot behoudenis van zondaren, met inbegrip van geheel de openbaring, waarin die raad Gods uitkwam, en omvat het Evangelie dus heel het Oude en Nieuwe Testament. En natuurlijk, zóó verstaan is , ^d!enst des Woords" en „dienst des Evan gelies" bijna volkomen gelijkluidend, en vervalt elk beswaar.
Maar dit neemt niet weg, dat het doorgaande gebruik dat in de Heilige Schrift van het woord Evangelie gemaakt wordt, toch altoos op zeker onderscheid wijst tusschen het geestelijke werk der Openbaring en de historische lijst, waarin dit geheel der Openbaring gezet is. En even zoo zeker onderscheid laat uitkomen tusschen de voorbereiding en de vervulling van dit Evangelie, met dien verstande, dat het ivoord Evangelie zelf meest voor het vervulde Evangelie gebezigd wordt, Johannes de Dooper treedt op predikende het „Evangelie des Koninkrijks" als een nieuwe, nu pas, in Christus komende openbaring; en als Jezus zelt zijn ambtelijke bediening ia Israël begint, vangt ook hij aan met het Evangelie des Koninkrijks te p.-ediken. Marcus vangt zijn geschrift aan met de woorden: „Begin des Evangelies van Jezus Christus, " En de vier Evangelisten dragen dien eigenaardigen naam, omdat zij het zijn, die ons het bericht en omstandig verhaal geven van de wijze waarop het vervulde Evangelie in de wereld intrad, A!s de discipelen (eerst 12, daarr.a 70) uit worden gezonden om het Evangelie te prediken, gaan ze uit in de steden en vlekken van Israël, waar allerwegen synagogen waren en dus het Oiide Testament bekend was, > en als Jezus vóór zija hemelvaart den last aan zijn apostelen geeft, om het Evangelie aan alle creaturen te prediken, heeft de Heere bepaaldelijk het oog op de volken der Heidenwereid, gelijk hij dan ook onder de teekenen van zijn toekomst het feit opsomt, dat zijn Evangelie vooraf aan de geheele wereld moet gepredikt worden.
Daarna komt het woord Evangelie in het Nieuwe Testament uitsluitend voor in verband met de apostelen, die uitgaan, om aan de Heidenwereld de openbaring van Gods barmhartigheid in Christus Jezus te brengen; waarbij , het opmerkelijk is, dat in dm brief aan de Hebreen, die niet aan Heidenen, maar aan Joden geschreven werd, het woord Evangelie slechts twee malen voorkomt, de eerste maal in Hebr. 4:2: Want ook ons is het Evangelie verkondigd gelijk ook hun, d. i. den Joden in de woestijn"; en in Ilebr. 4:6: Degenen, wien het Evangelie eerst verkondigd was, zijn niet ingegaan vanwege hun ongeloof"; beide plaatsen, die kennelijk niet op den dienst des AVoords zien; maar op de algemeene aankondiging van het heil in zijn meest zuiveren vorm.
In verband waarmee het de aandacht trekt, dat de heilige apostel Paulus in de brieven aan Timotheüs en Titus, die althans eenigermate de positie van dienaren des Woords hadden, hun met geen enkel woord zegt, dat zij de roeping ontvingen, om het Evangelie te prediken; en slechts vier malen van het Evangelie melding maakt: n 2 Tim, i : 10, om te zeggen, dat Gods verborgen raad nu door het Evangelie aan het licht is gebracht; 2 Tim. i : 8, om Timotheüs te vermanen, dat hij het lijden om des Evangelies wille niet ontwijken zou; I Tirn. 2:5, om te betuigen, dat Christus uit den zade Davids is naar zijn Evangelie; en I Tim, i : li, om te doen beseffen, dat het Evangelie des Koninkrijks geen verdrag met de zonde toelaat.
Al geven we dus volmondig toe, dat het woord Evangelie zóó kan worden opgevat, dat het met het Woord gelijk staat, zoo blijkt dan toch, dat dit nist de gewone, de meest voor de hand liggende opvatting is; en we kunnen het daarom niet anders dan loven, dat onze vaderen, om elk misverstand af te snijden, liever niet van den Dienst des Evangehes, maar schier altoos van de Dienaren des Woords gesproken hebben. Verbi Divini Minister was hun de vaste titel voor een predikant.
Zoo spreekt dan ook onze Belijdenis in art. 31, en waar onze Catechismus in Vraag 83 spreekt van de »verkondiging van het heilig Evangelie", slaat dit zeer bepaaldelijk terug op de rijke ea volle verklaring, die, in Vraag 19 van het Evangelie gegeven was.
Al zou er dus, mits goed verstaan, op zich zelf niets tegen wezen, om den prediker Evangeliedienaar te heeten, toch strookt ditnïet met de doorgaande usantle onzer Gereformeerde kerken; drukt het de eigenlijke roeping van een gevestigd predikant niet dan onvolkomen uit; heeft deze zegzwijze lange jaren dienst gedaan, om de integriteit van de Heilige Schrift te ondermijnen; werkt deze naam de vermenging van de oefening en den diëtist des Woords in de hand; en is er alzoo vooral in onze dagen, ter afsnijding van alle misverstand, alleszins oorzaak en reden aanwezig om van het constante gebruik onzer aloude Gereformeerde kerken niet af te gaan.
Natuurlijk moet het vervulde Evangelie steeds het middelpunt in allen dienst des Woords blijven, en waar Christus en die gekruist niet m.eer de zenuw der prediking is, derft ze haar kracht. Hetgeen bestreden moet is alleen, dat men dat Evangelie uit het Woord uitlichte, en alzoo het Evangelie eere, om het Woord van zijn gezag te berooven.
En is het om. die reden reeds niet oorbaar den naam van „dienst des Woords" door dien van „dienst des Evangelies" te vervangen, nog veel minder gaat het aan, thans nog van Evangelisten te spreken. Evangelisten waren er in de oude kerk, maar zijn er thans niet meer. Dit waren mannen van een buitengewone roeping, die thans niet meer bestaat. En wat den term „Evangeliseeren" en „Evangelisatie" aangaat, ook hier schuilt Phariztïsme in.
Immers men bedoelt hiermee, dat aan gedoopte mannen en vrouwen en kinderen, die door de kerk verwaarloosd zijn, nu van particuliere zijde de Verlosser van zonden zal worden gepredikt. En natuurlijk zit de kerk stil, dan moet dit wel. Maar dan lette men er toch op, dat al zulke Evangelisatie een volkomen wegcijferen van , den Doop is, tenzij men beginne met schuld-'. bekentenis, en inzie en erkenne, dat deze ; verwaarloosde gedoopten, verwaarloosden van onsc eigen kerk zijn, en dat de schuld dier kerk ook voor onze rekening ligt.
Dit rag de Réveil geheel voorbij. Vandaar dat men o, zoo gaarne evangeliseerde, maar geen hand uitstak, om de kerk van Christus weer gezond te maken. Een misgreep, die in drieërlei school. Vooreerst hieiin, dat men geen oog voor de waardij van den Doop had, en és: ze, verwaarloosde personen op één lijn stelde met heidenen en Joden. Ten tweede daarin, dat men geen oog had voor het ambt, en op dien grond meende, dat particulieren zeer wei de kerk vervangen konden, en een door particulieren gezonden Evangelist evengoed was als een door de kerk gezonden dienaar des Woords. En ten derde in de weinige behoefte, die men zelf aan kerkelijk leven had. Wel zocht men „gemeenschap van heiligen" maar niet gemeenschap der heiligen. Dies leefde men in een eigen getrokken kring van eenige warme vrienden en vriendinnen; maar de gemeenschap der kerk van Christus liet koud.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 4 januari 1891
De Heraut | 4 Pagina's