Niet genoeg kan
Niet genoeg kan er op aangedrongen, dat onze kerken toch doen wat in haar vermogen is, om de Diaconieën weer in eere te brengen.
De Diaconie is het ambte'ijk college dat de' barmhartigheid des Heeren vertegenwoordigt voor zooveel het uitwendige lijden en den uitwendigen nood aangaat.
De Christus kwam twee dingen doende, zorgende voor den nood der zielen, maar ook zorgende voor den nood des lichaams. Hij predikte het Koninkrijk en stierf voor onze zonden, n: aar ook genas hij de kranken en die met ziekte bevangen waren.
Nu gaat dit in het ambt uiteen.
De opzieners zijn dienaren des Heeren in zake de ziel; de diakenen zijn dienaren des Heeren in zake het lichaam.
Niet alsof ge beide scheiden moogt, want waar goede ^zf> rge in het geestelijke is, ' krimpt de nood vanzelf in en is de armoede minder, terwijl de weldadigheid overvloediger wordt.
Maar de bediening 13 onderscheiden en gaat naar anderen maatstaf.
En zelfs dan, als er in de kerk geen enkele behoef cige is, moet er toch een diaconie zijn, want de diaconie handelt naar den regel, dat onze Vader die in de hemelen is zijn zon doet opgaan over boozen en goeden en regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
Ze zorgt wel in de eerste plaats voor het lijden der broederen; doch waar dit lijden gelenigd is, daar strekt zij de hand der ontferming even mild en gul uit naar hen die buiten staan, onverschillig of het Heidenen zijn of Joden,
Doch natuurlijk dan moeten de diaconieën ook beschikken kunnen over veel wijs inzicht in de beste wijze om nood en lijden te lenigen, en beschikken over veel geld, om die vroede denkbeelden te realiseeren.
Dan moet niet een ieder denken: „Ik doe liever zeil het werk der barmhartigheid", maar moet uitgegaan van het vertrouwen, dat de diaconieën hier het snelst en zekerst helpen kunnen,
Ea ook, dan moet door onze kerken niet gevraagd met hoe weinig kan de diaconie toe, maar moeten haar de middelen zoo ruim toevloeien, dat ze ook over de grenzen der kerk de helpende hand kan uitstrekken.
Zoolang dit schoone ideaal nog niet bereikt is, blijft daarom de positie onzer diaconieën uiterst moeielijk.
Ze willen wel anders en beter, maar ze kunnen nog v-aak niet breeder de vleugelen uitslaan.
Dat drukt; dat verlamt de kracht; dat is geschikt veler ambtelijken geloofsmoed te blusschen.
Eiï toch dit mag niet.
Geworsteld moet er tegen den stroom op. De eere der barmhartigheid mag niet aan de particuliere weldadigheid noch aan de burgerlijke armverzorging gelaten.
Van alle onheilige nawerking van het Synodale wezen moeten ook onze diaconieën zich losmaken.
Ook het ambt van diaken moet weer een ambt van Christus worden. Door hem geschonken en in zijn naam bediend.
En dat zal ook wel komen, zoo in onze broederen diakenen het vuur van heilige geestdrift maar onverflauwd branden blijft, en het geloofsleven der gemeente maar gezuiverd wordt van zijn geestelijke, of liever overgeestelijke eenzijdigheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 februari 1891
De Heraut | 4 Pagina's