Al spoedig krijgt
Al spoedig krijgt ook een redacteur berouw over de paardjes, die hij van stal liet loopen.
Zoo ook wij over ons kort stukje in zake het huwelijk.
Want al schreven we er bij, dat we dit punt eerst later, in de uitlegging van den Catechismus, wenschten af te handelen, onze correspondenten storen zich daar niet aan, en van alle kant zendt men ons vragen over het huwelijk in.
Nu is dit op zichzelf een gezond teeken.
Het toont, dat het huwelijk nog altoos in hooge mate de belangstelling prikkelt, en dat over het trouwen ernstig wordt nagedacht.
Toch moeten we blijven bij ons voornemen, om de bespreking van dit onderwerp tot laler uit te stellen, om de eenvoudige reden, dat het alleen zoo in samenhang ter sprake kan komen.
Slechts vóór één vraag maken we hierop eene uitzondering, en zullen een kort woord zeggen over het huwelijk met personen van andere kerkelijke belijdenis of gemeenschap.
Een onzer correspondenten toch vroeg of een Doleerende broeder ook niet wel een Modern meisje mocht trouwen, daar toch in de Schriften ook gesproken wordt van Christenen, die gehuwd waren met Heidensche vrouwen. Voorts werkte hij dit thema breed uit. Met een „Afgescheiden meisje" meende hij, zou het wel gaan. Maar ook over het huwelijk met een „Synodaal meisje" wenschte hij. wel inlichting.
Hierop nu dit korte woord ten bescheid.
Is iemand wat hij heet, en staat hij als „Doleerende" te boek, dan gaat de vreeze Gods hem bovenal, dan kent hij den Heere zijn God in al zijn wegen, en zal hij dus bovenal in zoo gewichtige, en voor heel zijn leven beslissende zaak als het huwelijk, den Heere zijn God kennen.
Hij zal dan ook het huwelijk in diep ernstigen zin opvatten als het aangaan van een gemeenschap, die leiden moet tot de innigste vereeniging van ziel en ziel.
En is dit zoo, dan is het hiermee van zelf uitgesloten, dat hij ten huwelijk iemand vragen zou, die in de diepste roerselen des harten en in den wortel der levensovertuiging van hem verschilt.
Zoo sluit dus de vreeze Gods, de persoonlijke oprechtheid en de diepere opvatting van het huwelijk, welbezien elk huwelijk uit, met iemand die in zijn belijdenis van ons verschilt.
Zoo kan dus een Gereformeerde alleen een Gereformeerd meisje huwen.
En wat de Doleantie aangaat, zoo zeggen we eveneens: Zijt ge Doleerede, of heet ge het slechts?
In het tweede geval hebt ge geen recht van spreken.
En in het eerste geval, wanneer derhalve uw medegaan met de Doleantie metterdaad steunt op de zielsovertuiging, dat wie onder de Synodale organisatie blijft, voortleeft in een toestand van zonde en de Koningskroon van Jezus hoont, hoe zoudt ge dan een huwelijk kunnen aangaan met iemand die in deze zonde staat, en er geen afstand van wil doen?
Immers het huwelijk slaat niet buiten de kerk, maar is door de teederste banden in het kerkelijke leven ingevlochten.
Al spoedig zal dus dit diepgaand ver-
schil een scheur in uw huislijk leven trekken, of u omtrent het kerkelijk leven onverschillig maken. Twee gelooven op één kussen, is, tenzij het oppervlakkige personen gold, nooit goed gegaan.
En wat het beroepen op de Schrift betreft, zij opgemerkt:
1°. dat er sprake is in den brief aan de kerk van Corinthe van personen die gehuwd waren, toen ze nog als Heidenen leefden en sinds tot Christus bekeerd waren geworden. Iets wat hier dus niet toepasselijk is;
2°. dat als er sprake is van Grieksche mannen, dit niet beduidt dat ze nog Heidenen waren, maar van Grieksche afkomst, en sinds óf tot bet Jodendom als proselieten óf tot het Christendom door den Doop waren overgegaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 8 februari 1891
De Heraut | 4 Pagina's