Uit Leiden kwam
Uit Leiden kwam dezer dagen het onverwachte bericht, dat Prof, Dr, J, H. Gunning een vak met Prof. Tiele geruild had, en dat de Regeering in dezen ruil had bewilligd.
Voor hen, die niet geheel op de hoogte mochten zijn, zij hierbij herinnerd, dat de Moderne professor Tiele dusver o, m. een vak behandelde, waaraan men den zonderlingen naam had gegeven van: de ., ., leer van God"; en dat de Ethische professor Gunning zich o, a, zag opgedragen het onderwijs in: de wijsbegeerte van den godsdienst.
Nu weet men hoe Professor Gunning nog pas kort geleden te Leiden optrad, en bij zijn optreden juist in verband met ^? Vhem opgedragen vak het onderwerp voor zijn rede koos. \ En, mocht reeds hieruit opgemaakt, dat juist dit vak hem bijzonder aantrok, door die rede zelve werd men in dit vermoeden bevestigd. Zelfs kende Prof. Gunning er een waarde en beteekenis aan toe, die dit vak o. i. volstrekt niet heeft. Ook bleef wat sinds uit zijn pen vloeide en onder het publiek kwam, zich bijna uitsluitend op dit gebied bewegen, zoo zelfs dat hij over een zijner stellingen desaangaande in vrij heftige polemiek met de Modernen geraakte.
En zie, thans reeds, nu nauwlijks de eerste kruitdamp optrok, en er nog zelfs geen poging door Prof. Gunning kon gedaan zijn, om dat vak, van uit zijn eigen beginselen, op te bouwen, verneemt men plotseling dat Dr. Gunning dit vak aan Prof. Tiele, zijn Modernen collega, overgeeft, en in ruil daarvoor aanneemt: de leer van God.
Hoe dit psychologisch te verklaren.'
Ge hebt een vak dat u boeit. Ge treedt in dat vak op, met een tegenstelling tusschen u en de Moderren op den voorgrond te schuiven. Ge raakt hierover in schermutseling en zijt niet al te gelukkig in uw verweer. En nu na afloop van die schermutseling zegt ge tot uw tegenstander : „Eilieve, neem gij mijn vak maar over; 't hoort beter bij u thuis."
Slechts in één geval ware zulk een ruil dan ook gerechtvaardigd, indien namelijk in ruil van dit vak een ander nóg gewich tiger vak te bekomen ware.
Doch ook dit zal Prof. Gunning kwalijk beweren kunnen.
Wat toch is de „leer van God? "
Natuurlijk is hiermee niet bedoeld dat hoofdstuk der dogmatiek, hetwelk van het Goddelijk Wezen handelt; want dogmatiek mag in deze Moderne theologische faculteit ganschelijk niet onderwezen worden.
Dit vak is ook geen poging, om de leer van God uit de openbaring op te bouviren; want uit de Heilige Schrift mag aan de Leidsche Academie geen enkel bewijs geput.
Neen, het is een „leer van God" die geheel buiten de Christelijke dogmatiek en de Heilige Schrift omgaat, en bedoelt datgene wat in onderscheiden eeuwen en bij onderscheiden volken al zoo over het Goddelijk Wezen gedacht en beleden was, en sinds ook onder Christenen is.
Zoo kwam het in de plaats, voor wat mem vroeger »de natuurlijke godgeleerdheid" noemde, d. w. z. de wetenschap die onderzocht, wat buiten de heilsopenbaring om, uit de gevallen natuur van God en goddelijke dingen nog kennelijk is; een vak dat eigenlijk bij de philosphie en niet bij de theologie thuis hoort, en dies thuis hoort in de letterkundige faculteit.
Daarvan heeft men nu, met een ander etiket, de Leer van God gemaakt, voornamelijk onder de leiding van Prof. Doedes.
Het is dus een vak met een onwaren naam, verkeerd ingekwartierd, en bovendien in zijn wezen verbasterd.
Immers de „natuurlijke godgeleerdheid" omvatte veel meer dan nu met de leer van God wordt bedoeld; veel van wat nu onder „de leer van God" wordt verstaan hoort thuis in „geschiedenis der godsdiensten" of in de geschiedenis der wijsbegeerte. En wat ook niet mag vergeten, door de „leer van God" af te zonderen van hetgeen in dezelfde stelsels omtrent de wereld, den mensch, de zonde, enTde eeuwigheid geleerd werd, kwam men tot een door en door onwetenschappelijk isolement voor dit vak.
Eigenlijk is het dus geen presentabel vak. In een goed geordende theologische faculteit zou het nooit worden opgenomen. En dat is nu het vak, dat Prof, Gunning in ruil voor de wijsbegeerte der godsdiensten aanneemt.
Gelijk gezegd, hierin ligt voor ons óf het overgeven van den sleutel der veste óf een zielkundig raadsel, aan welks oplossing we doelloos onze kracht zouden verspillen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 1891
De Heraut | 4 Pagina's