In sommige kerken
In sommige kerken stelt men de vraag, of openbare belijdenis des geloofs noodzakelijk is.
Hierop diene ten antwoord, dat art. 61 der Dordsche kerkorde bepaalt, dat dit geschieden zal „naar de gewoonheid der kerken."
Nu zijn er enkelen kerken die van ouds de belijdenis lieten afleggen alleen voor den kerkeraad, terwijl alle anderen het doen lieten voor de geheele gemeente.
Formeel is er dus niets tegen in te brengen, dat ook nu aan elke kerk de vrije keuze hierin kan gelaten worden.
Maar men bedenke wel, dat deze vrijheid van keuze oudtijds óf een noodmiddel in de vervolging was, óf daaruit voortsproot, dat men bij het belijdenis doen publiek in de kerken ondervraagd werd. Wat men nu abusievelijk de „aanneming" noemt, viel toen met de belijdenis saam; en omdat velen hier tegen opzagen, en dan niet vrij genoeg waren om te antwoorden, lieten sommige kerken de zaak toen afloopen voor den kerkeraad.
Thans nu er geen vervolging is en het onderzoek allerwegen door of namens den kerkeraad geschiedt, en de belijdenis alleen het ja antwoorden op bestaande vragen geldt, is alzoo, voor wie redelijk oordeelt, alle aanleiding voor een private belijdenis vervallen; tenzij b.v. bij overgang uit een andere kerk beduchtheid voor verstoring der orde of anderszins dit onraadzaam maakt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 5 april 1891
De Heraut | 4 Pagina's