Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Naar aanleiding van

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Naar aanleiding van

5 minuten leestijd

Naar aanleiding van onze critiek op de invoering van een zangkoor bij de Utrechtsche Synodalen, ontvingen we van Mr. J, M. Schout Velthuy^ onderstaand schrijven:

utrecht, 30 Maart 1891.

Hooggeachte Redactie!

Het zij mij vergund u, naar aanleiding van het stukje, voorkomende in de Heraut van 29 dezer, omtrent een zangkoor in de Synodale kerk alhier, eene inlichting te verzoeken.

In dat stukje wcrdt o a. gezegd, dat Utrecht het eerst het droeve schouwspel bood van een orthodoxen kerkeraad, die zulke dingen toelaat.

Ik heb aan een der ouderlingen verzocht tegen het optreden van een zangkoor gedurende de godsdienstoefeningen, zooals dat geschied is, in de vergadering van den kerkeraad op te komen, doch kreeg ten antwoord, dat de kerkeraad daarin niet gekend werd en daartegen ook niets doen kon. Dit strookt niet met het «toelaten", waarvan in de Hermit gesproken wordt.

Ik heb tegen het optreden van een dergelijk zangkoor, het gezang der gemeente afwisselende, een ander bezwaar, nl. dat de gemeente aan dat gezang geen deel mag nemen en soms niet eens weet wat er gezongen wordt, zooals bij het eerste op 15 Februari door het zangkoor gezongen lied het geval was.

Wilde men de kunst U't de keik bannen, dan moest ook aan het orgel het zwijgen worden opgelegd; mij dunkt dat tegen een zangkoor, het gezang der gemeente, evenals het Orgel, begeleidende, geen bezwaar bestaat.

Doch eene godsdienstoefening ontaarde niet in een concert, waarbij de gemeente toeluisteren mag, maar waai bij ha aan het gezang geen deel mag nemen. Kan daartegen iets worden gedaan? Zoo ja, op welken grond en op welke wijze ?

Het zou mij genoegen doen, indien een der volgende Herauten mij en anderen daarop het antwoord gaf.

Hoogachtend heb ik de eer te zijn.

Uw div. dr.

J. M. SCHOUT VELTHUVS.

Aan de Redactie van de Heraut.

Het standpunt, dat de heer Schout Velthuys hier inneemt, is volkomen jui.st. De kunst kan niet als zoodanig uit de kerk gebannen, want noch de kunst der welsprekendheid noch de kunst van het zingen kan er gemist. Er moet gepredikt, en de gemeente moet zingen.

De vraag is slechts, of de kunst hulpdienst zd verrichten, of wel zelve als priesteresse zal optreden in Gods huij. En nu antwoordt Mr. Schout Velthuys zeer juist: De kunst moet hulpdienst doen. Het orgel moet niet in de kerk zijn, om God door dat orgel te verheerlijken, maar om het gezang der gemeente te begeleiden; waarom dan ook in een Gereformeerde kerk een goed organist juist daarin zijn kunst zal toonen, dat het orgel zooveel mogelijk op den achtergrond trede, en slechts het gezang der gemeente helpe, leide en steune. Organisten, die wanen het nu eens bijzonder te hebben gemaakt, - als ze door voorspel, in terludia en naspel eens Heten hooren wat hun orgel kon, en hoe mooi zij spelen, verraden dan ook slechts hun eigen gebrek aan inzicht, in de roeping die voor hen is weggelegd.

In dien zin nu opgevat, is er dan ook niets tegen, dat eenige goede zangers de gemeente steunen en leiden bij haar gezang; vooral waar geen orgel is. Dit heeft de Gereformeerde kerk altoos zoo begrepen, en daarom een voorzanger aangesteld. En of men nu een of tien voorzangers neemt, dit raakt natuurlijk het beginsel niet. Mits, en dat is vaste conditie, dit tiental niet er op uit zij, om zich zelven te laten hooren, maar om de gemeente te helpen; en dat de gemeente niet ga luisteren naar dit tiental, maar zeL'e zinge. Ande.s toch gaat het weer den verkeerden weg op, zooals men dat ziet ia de Episcopale kerk, die juist op die wijze een koor van zangers instelde, en nu reeds zoover is, dat in tul van kerken de gemeente zwijgt en het koor alleen zingt.

Onze grief tegen hetgeen te Utrecht plaats greep was dan OO'K juist tegen hetgeen Mr. Schout Velthuys zoo terecht wraakt: het concert in de ^(^r/ïf; d. i. kunstvertoon, terwijl de gemeente zwijgt, en gelijk in casu niet eens weet wet er gezongen wordt.

En wat nu den kerkeraad betreft, daarover kunnen we kort zijn.

Interessant is de mededeeling van Mr. Schout Velthuys dat ce predikanten te Utrecht ook deze nieuwigheid weer hadden ingevoerd, zonder er den kerkeraad in te kennen. Dat is zoo het echt Synodale. De kerkeraad een wassen neus, en de dominee de baas in het heilige.

Toch mogen we daarom onze uitdrukking, dat de kerkeraad zulks toelaat, niet terugnemen.

Een vader wordt geacht het kwaad van zijn kind toe te laten, ook als hij het niet belet en er niet tegen waakt.

En dit is hier het geval.

Natuurlijk kan de kerkeraad er niet tegen, dat, buiten zijn weten, zoo iets de eerste maal plaats greep. Maar wat deed de kerkeraad daarna?

Heeft de kerkeraad deze predikanten ter verantwoording geroepen.? Heeft ze hun deze nieuwigheden verboden?

Neen, zal men zeggen; maar dat kan de kerkeraad ook niet, want.... de Synodale reglementen laten den dominee vrij om te doen wat hij wil!

Juist zoo.

Maar hierin oordeelt dan ook zulk een kerkeraad zichzelf.

Immers, dan toont hij, ganschelijk te vergeten, dat de ouderlingen ambtsdragers van Christus zijn, die zich door geen menschelijke verordeningen mogen laten afhouden van het doen van hun plicht.

En zegt men: „Ja, maar dan kunnen we niet onder de Synode blijven, " dan zij ook dat toegegeven, maar op onze beurt gevraagd: Is het God de Heere, die dat blijven onder de Synode van u eischt.'

Ons standpunt was steeds, om anderen vrij te laten in de keuze der middelen. We eischen volstrekt iiiet, dat een iegelijk onzen weg navolge.

Wat we vragen is alleen maar, dat deze broederen onder de Synodale hiërarchie trouw blijven en hun plicht doen, en niet voor de reglementen uit den %veg gaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 12 april 1891

De Heraut | 4 Pagina's

Naar aanleiding van

Bekijk de hele uitgave van zondag 12 april 1891

De Heraut | 4 Pagina's