Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In zijn jongste

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In zijn jongste

5 minuten leestijd

In zijn jongste vlugschrift: Nog eens, de werkelijkheid van den godsdienst, zijn door Prof. Gunning verklaringen afgelegd, die ons hartelijk verblijd hebben.

Ook hij is nu tot het inzicht gekomen, dat de Christelijke religie zich niet laat ccördineeren met andere vormen van religieus leven; dat de Christelijke religie met alle andere religiën een tegenstelling als van waar en valsch, echt en onecht vormt; en dat dus elke • poging om de Christelijke religie als een phase, zij het ook de hoogste phase, in de ontwikkeling van de idéé der religie te huldigen, onhoudbaar is en het wezen der Christelijke religie vernietigt.

Zoo nu is het onzerzijds steeds beschouwd; zoo is het sinds 1880 aan de Vrije Universiteit altijd gedoceerd; aan een andere opvatting is in Gereformeerde kringen nooit gedacht; en steeds is het onzerzijds betreurd, dat Prof. Gunning afdoolde op zoo bedenkelijke paden.

Zijn terugkeer van die paden begroeten we dus met blijdschap. Hij staat nu zuiverder.

En toch is er in dit vlugschrift ook weer iels, dat ons tegen de borst stuit.

Prof. Gunning doet het namelijk voorkomen, alsof zijn voltejace i i deze een > onbeduidendheid" ware, een kl._inigheid in zijn aaibttlijk leven, waarvan het nauwelijks de moeite waard is notitie te nemen. Voorts raadt hij zijn leerlingen aan om bij den Mjdernen professor Tie.'e ditzelfde vak te gaan hooren, dat hij verklaart niet te kunnen doceeren. En eindelijk gaat hij nu zelf de „Geschiedenis van deleer van God" doceerto, wat een even onmogelijk theologisch vak is.

Neen, het is geen „onbeduidend" iets, als de eerste belijder van den Christus, die na lange j aren weer aan de Leidsche Hoogeschool als theoloog optreedt, nu zelf moet komen erkennen, dezen leerstoel aanvaard te hebben, zonder dat hij zich nog behoorlijk rekenschap had gegeven van het vak zelf dat hij doceeren zou. Immers, er is hier een wijziging niet in een détail, niet in eenig stuk van het vak, maar in het beginsel zelf, waaruit het vak zijn recht van bestaan trok. Een wijziging niet minder sterk, dan die andere waarmee Prof. Gunning voor nu twaalf jaren eerst in de geschiedenis van Bethlehem een mythisc'n bestanddeel aannam, en kort daarop deze uitspraak herriep; waar nog bij komt dat beide wijzigingen hetzeifJe karakter dragen. E; rst gaf Dr. Gunning beide malen aan de Modernen toe, wat den levenswortel der Christelijke religie beschadigde; en beide malen kwam hij eerst later tot het inzicht, dat hij een stelling had prijs gegeven aan den vijand, wier bezit den vijand meester van heel de vesting maakte.

Dit nu als een „onbeduidendheid" voor te stellen, is vooral uit paedagogi.sch oogpunt, een kapitale .fout. Vooreerst toch zijn tal van vroegere leerlingen nu eenmaal door Prof. Gunning op dit verkeerde standpunt geplaatst; en ten tweede verzwakt niets zoozeer de kracht voor de leiding der geesten, dan 'het gedurig wisselen van overtuiging; bovenal zoo die wisseling dan nog bedekt wordt door de bewering, dat eigenlijk ook vroeger reeds dezelfde overtuiging aanwezig was.

Nog minder bevredigt de aanbeveling door Pi of. Gunning aan zijn leerlingen gegeven, om de colleges b'j den Modernen Prof. Tiele, over het vak dit hij, Gunning, thans zelf afkeurt, te gaan bijwonen. Prof. Gunning weet toch, dat zijn collega Tiele dat vak juist zóó doceeren zal, als de pretentie van de Christelijke religie dit niet eischt, maar verbiedt. En, eilieve, wat paedagogisch beginsel spreekt er dan in, om tot een jongen man te zeggen: Ik kan dat vak niet onderwijzen, omdat het op verloochening van de Christelijke religie als de absolute uitloopt; maar ziehier, een talentvol man, die u betoogen zal dat dit het ware is. Ga dan heen, en hoor hem!

En, cm er niet meer van te zeggen, men vat evenmin, hoe Prof. Gunning zeggen kan: Dat philosophisch vak kan ik niet behandelen; daar verzet zich mijn overtuiging tegen; maar nu zal ik u doceeren gaan „de geschiedenis van de L°er van God".

Van tweeën één toch.

Of Prof. Gunning blijft voor de dwaling, die ook in dit vak schuilt blind, of wel hij moet over twee jaar ook van dit vak komen betuigen: „Lieve vrienden, ook dat vak gaat niet.

Want wel maakt het op ons den indruk, alsof Prof, Gunning dit vak opvat, als ware het „de natuurlijke godgeleerdheid"; doch dit is het volstrekt niet.

Ook dit vak is niets dan een echt rationalistisch uiibroedsel, dat nogmaals de denkbeelden over het Hoogste Wezen, die in allerlei oude en wijsgeetige stelsels zijn opgekomen, voorstelt als vormende een geschiedenis, als uitmakende een proces van het begrip „God"; om al.'nu de denkbeelden van Mozes, Jesaia, Jezus, Paulus en Johannes over God, te doen voorkomen als schakelen in dit proces; en op deze denkbeelden dan weer de denkbeelden van Athanasius, Augustinus, Thomas Acquinas, Lulher, Calvijn, Voetius, Kant, Schleiermacher, Fichte, Schelling, Kegel, Herbart en wie niet al te laten volgen.

Ook hier moet dus Prcf. Gucning op precies hetzelfde bezwaar stuiten.

Zijn vak onderstelt ccördonatie van waarheid en dwaling, en naar zijn beginsel, dat hij nu beleed, verwerpt hij deze als zondig.

En toch doceert hij nu dit vak.

Ileusch, we vatten er niets van.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 12 april 1891

De Heraut | 4 Pagina's

In zijn jongste

Bekijk de hele uitgave van zondag 12 april 1891

De Heraut | 4 Pagina's