Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De broederen, die in Ds

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De broederen, die in Ds

7 minuten leestijd

De broederen, die in Ds. Wyminga, van Zaandam, zoo welwillend een boodschapper vonden, zullen thans ' wel reeds, met ons, ontkennend antwoorden op de eerste onzer bïide vragen.

Z5 luidde: Is iemand, naaf formeel recht, gehouden en verplicht, om tot zijn dood toe lid te blijven van het kerkelijk instituut, waartoe hij eenmaal behoort.''

Zijt ge nu hiertoe niet verplicht noch ook gehouden, zoo staat het u dus omgekeerd vrij, te breken met het instituut, waartoe ge tpetraadt, of waarin ge geboren zijt.

Daar is dan ook, tenzij ge u op Roorasch standpunt stelt, niets steekhoudends tegen in te brengen. Dat leert de overgang uit Oud in Nieuw Testament. Dat leert de geschiedenis en ce leer en de pr.^ctijk der apostelen. Dat leert de kerk aile eeuwen door. Dat leert met name de Hervorming der i6i eeuw.

Ook toen toch hebben cnze vaderen niet met de kerk van Christus; in vele steden en dorpen zelfs niet met de plaatselijke openbaring dier kerk; maar in alle steden en dorpen en vlekken met het hiërarchischkerkelijke instituut van Romes organisatie gebroken, en dat alhoewel ze er allen in geboren waren, en er dus oorspronkelijk toe behoorden.

Ja, deje geheele zaak is zoo klaarblijkelijk en duidelijk, dat we ons zelven soms afvragen, hoe ter wereld het nog noodig kan zijn, zoo daghelcjere, zonneklare waarheid nog met het matte lantaarnke van een breed betoog bij te lichten.

Als ge in het gewone leven ook aan de Zaansche bezwaarden van Ds. Wymenga de vraag stelt, of een Roomsche niet Gereformeerd mag worden, en of, als hij dit doet, de pastoor of bisschop nog iets over hem te zeggen heeft, dan is er niet één onder hen, die u niet verbluft zal aanzien, als wilde hij zeggen: Maar vriendlief, dat is immers geen vtaag!

En, neen, dat is het ook niet; maar toch is dit precies dezelfde vraag, die de Zaansche vragers ons deden. Immers al hun vraag kwam hierop neer: Of b. v. de heeren Van Limmik c. s., te Amsterdam, al dan niet hetformeele recht haddan, om de Ned, Geref. kerk te dezer stede, nadat deze beweerde tot reformatie gekomen te zijn, te verlaten en aan haar den rug toe te keeren.

Wij beweerden: Dat formeele recht hadden deze heeren seer zeker, en ze hebben er gebruik van gemaakt. En daartegenover nu rees de klacht: Neen, dat recht hadden ze niet, en dus hooren ze nog tot uw instituut, zoolang de kerk ze niet afsnijdt, En toch is het niet moeielijk den knoop aan te wijzen, waaruit deze verwarring van denkbeelden voortsproot.

Misschien toch heeft de schranderder lezer er reeds op gelet, hoe wij in onze repliek aan de Zaansche klagers, altijd door van , ^jormcel recht" spraken.

En deze bijvoeging van formeel geschiedde opzettelijk, omdat juist in dit woordeke formeel hier het fijne puntje schuilt. Iets wat terstond duidelijk zal worden, als ge aan een goed Calvinist achter elkander deze twee vragen stelt: i". Mag iemand van Roomsch Gereformeerd worden.? ; en 2", Mag hij van Gereformeerd Roomsch wordeni" Dan toch antwoordt ralkeen gewis en stellig op de eerste vraag: „Een Roomsche mag niet alleen, maar moei Gereformeerd worden"; maar omgekeerd op de tweede: „Van Gereformeerd Roomsch worden, mag hij nooit."

En zoo is het ook; niettegenstaande hij ook tot dit laatste formeel het recht bezit, mag hij het toch niet, omdat wie meerder licht gekend heeft, niet tot minder mag afdalen. Formeel dus bezit hij dat recht wel, maar zedelijk niet. Wel voor de men schelijke huishouding, maar niet in het Koninkrijk Gods.

Legt men nu dien laatsten maatstaf aan, dan moet ook in ons onderhavig geval verklaard: Niemand heeft het recht, om eene tot refo.'matie gekomen kerk te verlaten; veeleer is een ieder verplicht deze kerk te zoeken; en dat niettegenstaande het recht van de heeren Van Limmik c. s. te Amsterdam, om een tegenkerk tegen de Gereformeerde kerk op te richten, formeel vaststaat en niet is aan te randen.

Ja, er is een oogenblik denkbaar, waarin de kerkeraad te Amsterdam zelfs tot sommigen die bleven, zou moeten zeggen, wat Jezus eens tot zijn discipelen zei: «Wilt gijlieden ook niet weggaan.? "

Heel de ontstane verwarring is dus alleen daaruit te verklaren, dat men aan den Zaankant verzuimd heeft ten deze tusschen formeel en zedelijk recht wel en deugdelijk te onderscheiden.

De alles beheerschende regel is hier, dat een iegelijk mensch zich te voegen heef ' • j de zuiverste openbaring van Christus' kerk, die hij op aarde vindt, en dus te breken heeft met elk instituut, dat in zijn hartader vergiftigd is.

Doch juist hieruit volgt, dat uw eigen overtuiging te beslissen heeft, wat in de I plaatse uwer woning de zuiverste openbaring van Christus' kerk is. Zijt ge als Mennoniet geboren, en ziet ge later in, dat de verwerping van den kinderdoop een fout was, dan moet ge overgaan tot de Gereformeerde kerk. Waart ge Lutheraan geboren, en ziet ge later in, dat de Luthersche kerk in het heilig Avondmaaf misgaat, dan zijt ge van Godswege gehouden, de gemeenschap der Gereformeerde kerk te zoeken. En zoo ook, zijt ge onder de Synodale organisatie geboren, en ziet ge later in, dat een Synode, wier voorzitter een loochenaar van den Christus is, geen ware kerk van Christ'is kan zijn, rian legt God u de verplichting op, om deze organisatie te veroordeelen en een kerk te zoeken, die naar de ordinantiën Gods leeft.

Of dit nu zos is, kan niet het kerkbestuur, waaronder ge leeft, voor u uitmaken, want dan zeggen natuurlijk de Roomsche Bisschop, de Doopsgezinde Sociëteit, de Luthersche Superintendent, de Haagsche Synode, allen uit één mond: Mijn kerk is de ware, en zij de kerk, waarin ge leven zult.

Een ander kan hier dus niet voor u beslissen. Dit kan alleen een iegelijkVwi? ? zich zelf doen. Alleen eigen overtuiging kan hier richtsnoer zijn, en daarom is alleen de persoon zelf ten deze verantwoordelijk. Hij moet weten, wat hij doet.

Zegt dus iemand: „Mijne overtuiging is, dat in den Kinderdoop groote zonde schuilt, " dan moet zulk een de Gereformeerde kerk uitgaan en overtrekken naarde Doopsgezinde Sociëteit. En seifs als iemand, gelijk Manning, zegt: „Mijn overtuiging v/ierd, dat de Paus het onfeilbaar ovgaan van den Pleiligen Geest is", dan mag hij met die overtuiging in de Gereformeerde kerk niet blijven, maar moet hij Roomsch worden; en dan ligt zijn zonde niet in zijn overg.-ing, maar in zijn verkeerde overtuiging.

En zoo dus ook hier. Zegt iemand: „Naar mijn overtuiging is de Doleantie een werk van Satan, " dan mag hij in het kerkelijk instituut, dat door deze Doleantie gereformeerd is, geen oogenblik langer blijven, maar moet hij het verlaten; en dan ligt zijn zonde niet in dit uittreden, maar in zijn ontzettende dwaling, die hem waarheid voor leugen doet aanzien.

Weshalve onze conclusie is; dat een iegelijk formeel te allen tijde het recht bezit, om zijn kerkelijk instituut te verlaten; dat dit formeele recht dan alleen zedelijk gerechtvaardigd is, Z30 hij het min zuivere verlaat om het m-c: er zuivere te zoeken; dat wat hier min zuiver of meer zuiver, waar of valsch is, alleen door ieders eigen overtuiging kan, mag en moet virorden uitgemaakt; en dat eindelijk de verantwoordelijkheid voor elke daad ten deze rust op hem die de keuze, hetzij ten goede hetzij ten kwade doet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 april 1891

De Heraut | 4 Pagina's

De broederen, die in Ds

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 april 1891

De Heraut | 4 Pagina's