Vrije Universiteit.
Vrije Universiteit.
Nog een paar dagen, en vele vrienden onzer Hoogeschool hopen elkanders aangezicht weer te zien op onze jaarvergadering te Rotterdam. Moge ons samenzijn gekenmerkt worden door een recht broederlijken zin, maar ook door degen ernst, gelijk Christenen betaamt, die met Nehemia zeggen mogen: »ik doe een groot werk .. . Waarom zou dit werk ophouden, terwijl ik het zou nalaten." Zeker zijn de dagen, die wij doorleven, wel in staat ons tot ernst te manen. De vijanden des Heeren juichen over hun schijnbare overwinning bij de stembus; en met hen juichen mannen — ik was er juist dezer dagen getuige van — die bij elke gelegenheid, in het openbaar en zelfs bij het geopende graf, uitspreken, dat Jezus Christus alleen hun hope is, en dat er geen andere Naam is, door Wien ook zij moeten behouden worden. Deze zelfde mannen gaan nu arm in arm met hen, die, volgens het getuigenis van een onzer groote dagbladen, het gebed een verouderd gebruik noemen, waarmede »liberalen" reeds lang hebben afgedaan. Het is merkwaardig, dat deze soort belijders van den Naam des Heeren juist dezelfden zijn, die er zich op beroemen nooit den Heidelbergschen Cathechismus te hebben geleerd. — Waren ze in hun jeugd in de Gereformeerde leer onderwezen, ze zouden thans, menschelijkerwijs gesproken, niet op deze droeve doolpaden gevonden worden. Zij zouden geleerd hebben de souvereiniteit des Heeren op elk gebied des levens te erkennen. Zij zouden zich thans waarschijnlijk met ons scharen rondom de banier van zijn kruis, om ook op het gebied der wetenschap den Naam des Heeren en van zijnen Christus hoog te houden. Zij zouden stellig bij de stembus niet bhndelings meegewerkt hebben (gelijk ze nu doen) aan den triomf van het ongeloof — Ja, waarlijk, deze weten niet wat zij doen. Moge de Heere hun oogen nog eens openen!
Voor ons echter zijn deze verschijnselen een ernstige spoorslag, om voort te gaan, om al onze aandacht te wijden aan den bloei der Hoogeschool, wier levensdoel het is de Gereformeerde beginselen weer mgang te doen vinden onder ons volk, en op dat beginsel de mannen te vormen, die eenmaal voorgangers zullen zijn in kerk en staat.
Zeer jammer is het, dat onze Universiteitsdag juist samenvalt met den dag der verkiezingen in het district Middelburg. Natuurlijk gaat deze vóór alles. Niemand mag van de stembus wegblijven. Daarvoor zijn de belangen, die op het spel staan, te gewichtig. Onze geliefde broeders en zusters in dat district zullen zeker in den geest in ons midden zijn, gelijk wij hunner in liefde zullen gedenken.
W. HOVY.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 21 juni 1891
De Heraut | 4 Pagina's