Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dr. Dc Lind van Wijngaarden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dr. Dc Lind van Wijngaarden

3 minuten leestijd

Leidscbe Univensiteit gepromoveerd op een dissertatie over professor Walaeus, den bekenden hoogleeraar die in de dagen van Dordt, een onzer vijf grootste en uitnemendste Gereformeerde theologen was.

Eerst geeft hij een schets van zijn leven. Dan bespreekt hij Walaeus als dogmaticus. Daarna als canonicus. Voorts als leeraar der zedekunde. En eindelijk als voorstander der zending, in verband met zijn Seminarium. Een portret, een facsimile, en drie onuitgegeven brieven sieren deze uitgave.

Dezen arbeid ontvingen we rnet ingenomenheid ; én om het onderwerp, én om de degelijke, meestal onpartijdige, zij het dan ook nog onvolledige behandeling.

Dit zijn juist de goede onderwerpen voor dissertaties, die de kennis van heel het Gereformeerde leven in zijn bloeitijd bevorderen kunnen. Prof. Acquoy legt met deze soort dissertatiën eere in.

Ook in zijn resultaten sluit de geachte doctor zich bijna op elk punt aan de Calvinistische school aan.

Zoo in zijn eerste stelling die luidt:

De Dordtsche Leerregelen sluiten het gevoelen van Gomarus c. s. aangaande het voorwerp der verkiezing niet uit en konden dus ook in dit opzicht door hem en de zijnen met vrijmoedigheid worden onderteekend.

Een stelling waaruit Prof. De Cock van Kampen en Ds. Felix mogen zien, dat hun averechtsche voorstelling, alsof de Supralapsarii te Dordt veroordeeld waren, geen steek houdt.

Ook de tweede stelling trok ons aan:

Algemeen worde bij de bevoegde autoriteiten aangedrongen op Zondagsr^/ji", opdat een ieetelijk m üe gelegenheid' gesteld worde, den Zondag te heiligen. Deze heiliging blijve eene conscientiezaak.

Alleen mag gevraagd, of door dezestellingi gelijk ze hier staat uitgedrukt, de Overheid niet te zeer tot sociaal werktuig verlaagd wordt, en ontdaan wordt van de majesteit Gods, die op haar rust.

Stelling drie zegt:

De Roomsche kerk wilde geene gewetensvrijheid, bijgevolg ook geene godsdienstvrijheid. De Gereformeerden der i6de, 17de en i8de eeuw eischten gewetensvrijheid, maar duldden geene godsdienstvrijheid. Het tegenwoordig streven moet zijn volkomene godsdienstvrijheid.

Ojk dit is in hoofdzaak juist, al geldt wat Dr. Wijngaarden zegt, niet zoo absoluut van alle Gereformeerden, althans niet van Voetius.

Stelling vier:

Bij de algeheels scheiding van Staat en Kerk is het beginsel van godsdienstvrijheid gebaat;

beweegt zich op de goede lijn, maar verzuimt, bij gebrek aan bestudeering van het onderwerp, te rekenen met het publiek recht der kerken.

Merkwaardig is vooral stelling twaalf:

Het Hooger Onderwijs in de Godgeleerdheid moet uit den aard der zaak het weligst bloeien, wanneer het onafhankelijk is van Kerk of Staat.

Te Leiden dus de stelling verdedigd, dat alleen de Vrije Universiteit goed staat, wat het Theol^pg^sch onderwijs betreft.

Zoo ziet men, hoe de Calvinistische denkbeelden doorwerken, zoodra men in levend contact komt met de helden uit den bloeitijd van het Calvinisme.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 28 juni 1891

De Heraut | 4 Pagina's

Dr. Dc Lind van Wijngaarden

Bekijk de hele uitgave van zondag 28 juni 1891

De Heraut | 4 Pagina's