De afscheidsrede door Ds. Fortuyn, eer
hij naar Hilversum ging, te Barendrecht gehouden, zag bij Flörke en Witzel te Hilversum het licht.
Deze afscheidsrede ontleent haar beteekenis aan het feit, dat Ds. Fortuyn het voorrecht had, de kerk van Barendrecht van onder de Synodale organisatie uit te leiden, en sinds dagen van ernst en spanning met haar doorleefd heeft.
Dit verbloemt hij dan ook niet, maar zegt er van:
Ook is het mij niet onbekend, dat er wankelenden onder U zijn, wien de Satan strikken spant, om ze tot afval te brengen. Niet waar, hij de wereld kunt ge het niet meer vinden en toch voor den Naam en de zaak uws Heeren vrijmoedig uit te komen, dat kost strijd en zelfopoffering.
O, ware er aan het roepen voor het recht "> de waarheid Gods, waartoe de Kerk des Heeren geroepen is, lof en eere verbonden, gij zoudt eens zien, hoevelen ook in onzen tijd uit hun schuilhoek te voorschijn zouden treden; maar nu er, gelijk het vooral sinds de reformatie onzer Kerken weer is uitgekomen, ook nu nog, gelijk in de dagen van Petrus, zij het in een anderen vorm, lijden en strijd mede gepaard gaan, onttrekken velen zich. Waarlijk, als er gekozen moet worden tusschen de eere Gods en de eere der menschen, dan zijt ge vaak al gevallen, voor ge het weet. Waakt daarom en bidt, »want uwe tegenpartij, de duivel gaat om als een brieschende leeuw, zoekende wien hij zou mogen vershnden." i) Hij . weet zich zelfs in een Engel des lichts te veranderen, om zwakken de meeningen der menschen als gedachten Gods op het netvlies van hun ziel te tooveren.
Neen, wat er ook gebeure, nimmer weer terug j tot de kerkvsrvvoestende Synodale Organisatie, j niaar ook nooit geduld, dat in uw eigen boezem op eenige wijze het recht en de waarheid 1 Gods gekrenkt worden. Vergeet toch het Woord | van Uwen Jezus niet: »die mij belijden zal voor i de menschen, dien zal Ik belijden voor mijnen Vader, die ^in de Hemelen is; maar die mij verloochend zal hebben voor de menschen, zal Ik ook verloochenen voor Mijnen Vader, die in de Hemelen is."
Juist dit is de rechte toon.
Wat ons standpunt aangaat zoo beslist en onwrikbaar mogelijk staan, maar tevens nimmer vergeten, dat de uitgeleide kerken zeer kranke kerken waren, en dat het werk des Heiligen Geestes steeds onder ons moet doorwerken, om te zuiveren, om te heiligen, en om te brengen tot steeds dieper' en ootmoediger aanbidding van Gods heiligen naam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 28 juni 1891
De Heraut | 4 Pagina's