Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor Kinderen.

5 minuten leestijd

DE KLOK.

Aan het hiervolgend vers, dat ons werd toegezonden, willen we gaarne een plaatsje geven omdat, al is de vorm niet fraai, de inhoud leerzaam is. Het schijnt niet van gisteren te wezen. Daarom hebben we hier en daar iets veranderd om het duidelijker te maken. Enkele versjes moesten we geheel weg laten.

Een ieder moet in deze tijden, De goedheid onzes Gods belijden. En zijn naam prijzen met de daad. Ja, 't heil dat God ons hier wil schenken. Is ons wel noodig t' overdenken, Zoo dikwijls als de klokke slaat.

Slaat de klok Één, 't maakt ons gedachtig. Dat er is maar één God Almachtig, Één Zaligmaker groot en goed. Één geloof, één doopsel daarneven. Ons is ook maar één., Naara gegeven. Waardoor men zalig worden moet.

Slaat de klok twee, laat ons gedenken. Dat God ons wou twee lichten schenken. Twee tafels gaf God in de wet: Twee wegen vinden wij beschreven. Twee teekens heeft Hij ons gegeven. Die 't nieuw verbond heeft ingezet.

En als de klok heeft drie geslagen. Laat ons gedenken aan drie dagen. Die 't graf eens onzen Heer omgaf, Den derden dag is Hij verrezen. Drie dagen was ook zoo wij lezen De walvisch Jona als tot graf.

Hoort men de klok vijf slagen geven. Vijf boeken Mozes heeft geschreven. Vijf steenen David nam weleer; Vijf snoode steden God mishaagden. Vijf wijze en vijf dwaze maagden. Stelt 's Heeren Woord ons tot een leer. w v B

Is 't klokke zeven, wilt dan merken, God rustte eenmaal van al zijn werkeiij, , ^ ^^ .; „ En heiligde den laatsten dag. fiSél? Hij deed aan Farao openbaren. De zeven goede en kwade jaren, Die hij reeds in een droom voorzag. i l

Slaat de klok negen, denkt dan heden, Hoe Christus eenicaal heeft geleden, Aan 't kruis terzelfde negende uur. egen melaatschen ondankbaar waren. oen Jezus hun hielp uit bezwaren. Gelijk wij lezen in de Schriftuur, o t A

laat twaalf de klok, denk bij die tonen, an 't groote twaalftal, Jakobs zonen. Twaalf uren zijn er in een dag. ok twaalf apostelen had de Heere, n die wel leven naar hun leere. Men wel gelukkig noemen mag.

Welaan, dan laat ons ook terdegen. lle deze dingen overwegen. Als wij de klokken hooren slaan. at zoo, al wat ons komt te voren, etgeen wij zien, hetgeen wij hooren. Ons moge strekken tot vermaan.

Een voorbeeld.

Josia, de zoon van Amon, was nog aar acht jaar toen het volk hem koning aakte. Hij heeft 31 jaar te Jeruzalem gereeerd. Hij was een vroom vorst en deed wat cht was in de oogen des Heeren. M N B

Er wordt van hem getuigd, dat hij in het B i-achtste jaar zijner regeering, toen hij dus 16 er ; jaar oud was, den God van zijn vader David n n begon te zoeken. Toen kwam hij meer openlijk voor den naam en de zaak des Hèeren uit. Toen hij twintig jaar oud was, in net twaalfde jaar zijner regeering, begon hij Juda en Jeruza-er er k lem van de hoogten en de bosschen en de h gegoten beelden te reinigen. Dat is een navolis genswaardig voorbeeld, om in de jeugd met zulk een beslistheid, vrijmoedigheid en ernst i­ n r ij den Heere te dienen en Zijn gezag openlijk te erkennen en Gods wil te doen. Waren alle jongelingen en jonge dochters in dezen aan Jozia gelijk. De jeugd is de beste tijd, om den Heere te dienen.

l­ n s ­ t, t-Men is maar eenmaal jong en daarom ook maar eenmaal in de gelegenheid om de jeugdige kracht den Heere te wijden. Die in zijn jeugd den Heere niet zoekt, zal straks wellicht in den ouderdom (als die komt) naar den Heere niet vragen. Bedenkt wat gezegd wordt in Prediker XII: i.

s s n BEST VERSCHIL.

­ n p n , Een vroolijke zangvogel die zich op een boomtak had neergezet, zong zijn morgen-of avondlied en gaf daardoor blijk van het genot, dat hij smaakte. Terzelfder tijd kwam onder dien zanger op den tak een mol uit de aarde kruipen en zeide :

- »Hoe zingt ge daar boven toch zoo vroolijk ? "

r ­ De zanger antwoordde : »omdat de natuur zoo schoon is, het licht zoo aangenaam en het lommergroen zoo verkwikkend en streelend voor mij.''

. De mol zei dat hij dat niet begrijpen kon. Het dier kroop geheel zijn leven in de aarde en zag daar geen enkelen lichtstraal doordringen ; daar was geen enkel groen takje en van de natuur bespeurde het dier daar bijna niets, uitgezonderd in zoo ver als de wormen en insecten onder de oppervlakte der aarde tot het rijk der natuur behoorden.

Deze fabel heeft iemand overgebracht op het groote verschil tusschen de kinderen Gods en de wereldlingen.

De eerste leven hier in de gemeenschap met God. Zij zijn nieuwe menschen. Zij mogen zich hier in meerdere of mindere mate in die gemeenschap met (ïod verblijden en zingen alzoo, gemoedigd hun morgen-en avondliederen. De wereldling die alleen op de aarde ziet, begrijpt daar niets van en is als de mol zoo blind er voor.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 augustus 1891

De Heraut | 2 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 augustus 1891

De Heraut | 2 Pagina's