Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De inspanning, die men zich

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De inspanning, die men zich

7 minuten leestijd

De inspanning, die men zicb van meer dan ééne zijde g€troost, om, op eigen kosten natuurlijk, aan het Calvinisme een verder strekkenden invloed op ons volksleven te verzekeren, mag zich niet beklagen over teleurstelling.

Over de scholen voor lager onderwijs spreken we nu niet. Want wel begint ook op die scholen het paedagogisch-Gereformeerd karakter steeds meer tot zijn recht te komen, maar de voorspoed, v/aarinonze strijd zich op het gebied van het lager onderwijs verheugen mocht, is te tastbaar, om nog aanwijzing te behoeven.

dien opzichte heeft na een strijd dertig jaren Thorbecke voor Groen Te van van Pritisterer.de vlag moeten strijken, en is Kappeyne voor Mackay, uit den weg gegaan.

Maar wel dient de aandacht van ons publiek steeds meer gevestigd op de pogingen die ook voor het hooger onderwijs zijn aangewend, om het voor den Christus te herwinnen.

Men rekent tot het hooger onderwijs — terecht of ten onrechte zij nu in het midden gelaten — eenerzijds de gymnasia en anderzijds de hoo^escholen.

Nu is, wat de gymnasia betreft, het initiatief voor onzen strijd genomen door Ds. Van Lingen, wiens verdiensten op dat terrein nimmer mogen vergeten worden.

Toen nog een ieder zijn zoons naar zoogoed als heidensche gymnasia zond, is bij hem het plan opgekomen, om een gymnasium te stichten, waar de vreeze des Heeren zou kunnen wonen.

Dat plan liet hem geen rust.

Uit die oorzaak is zijn stichting geboren, en dies blijft hem de eere toekomen, dat hij lange jaren de cenige man in Nederland is geweest, die op dit belangrijk terrein de daad bij het woord voegde.

e Dat hieruit een monopolie ontstond, zoodat het verbode8j20u zijn geweest een tweede en derde gymnasium in gelijken geest óp te richten, is noch door hem noch door iemand ooit beweerd.

Veeleer is het een succes te m^er voor het Zettensch Gymnasium, zoo het voor anderen voorbeeld ter navolging wordt, en de uitkomst heeft dan ook geleerd, dat dit Zetten niet schaadt en elders nieuwe vrucht afwerpt.

Althans er is te Amsterdam een tweede gymnasium in soortgelijken geest opgericht, en toch ontvangen we uit Zetten het verblijdend bericht, dat het aantal novitii nog grooter was dan voorheen.

Van dien kant dus geen zorg.

Eerst is het voor een eenig Icind wel wat vreemd, als er straks een zusje of broertje bijkomt, en kost het Benjaminnetje-af soms wel tranen; maar het duurt niet lang, of in een goed huisgezin is het eind van de historie altoos, dat het oudere broertje straks, ^ o, zoo dol is op het nieuwe broertje dat er bijkwam.

Vooral wanneer, gelijk hier het geval is, dat jongste broertje zoo goed gedijt en zoo flink uit de kluiten schiet.

En dat is hier metterdaad het geval.

Het eerste Jaarverslag dat het Amsterdamsch Gereformeerd Gymnasium in druk zond, is dan ook, in wat bescheiden en kalmen toon ook, een ware triomfkreet.

Nu reeds bezit dit gymnasium drie klassen, en in elk van deze drie klassen telt het een goede twintig leerlingen. Gaat dit zoo dóór, dan kan het, wijl het op zes klassen is aangelegd, tot een cijfer van 120 leerlingen klimmen; en ook al komt het zóó hoog niet, toch een cijfer van 100 als normaal beschouwen.

Dit nu overtreft verre de verwachting. Zulk een cijfer is juist wat het zijn moet om, zonder parallelklassen, een gymnasium flink te Jaten loopen, en wie de paedagcgische talenten van Dr. Woltjer v/eet te v/aardeeren, verkeert geen oogenblik in de , onzekerheid over den goeden naam, dien t dat gymnasium zelfs tegenover de Overheidsgymnasia verwerven zal.

Dat er toch nog altoos Christen ouders zijn, die het van hun geweten verkrijgen kunnen, om hun eigen kinderen aan de heidensche scholen toe te vertrouwen, zou een volslagen raadsel zijn, zoo we de zwakheid niet kenden, waarmee zoo menig Christen nog in zijn karakter te worstelen heeft.

Meewerken om anderen van zulke schoen af te houden, o, gaarne. Geld zelfs geeven om het onderwijs voor anderen op betere scholen te helpen bekostigen, o, zeker. Maar als het nu aankomt op zijn eigen zoon, en nu de Christelijk moed moet opwaken, om de andersgezinde neigingen van zijn kind te weerstaan; den invloed van ongereformeerde familieleden te trotseeren; en uit diepe heilige overtuiging het ook met zijn eigen kind op God en God alleen te wagen; dan helaas, bezwijkt zoo menigeen, die betere dingen van zichzelven gehoopt had, en sticht in dat bezwijken ook voor anderen zoo onnoemelijk veel kwaad. Vooral bij de hoogere standen schuilt die zwakheid, zooals men dat telkens ziet, wanneer er een universiteit moet gekozen. Voor de Vrije Universiteit, o, Gewisselijk. Er geid voor oiïeren zonder aarzeling. Maar dat is alles goed voor de zonen van anderen, mits snen zijn eigen zoon nog maar kan laten gaan, waar de fatsoenlijke klasse, de coterie, het ongeloof haar scholen op weelderigen voet heeft ingericht.

Dan wilde men het wel anders, maar men durft niet anders. Men heeft verzuimd van jongs af bij zijn kinderen den indruk te vestigen, dat het vanzelf spreekt, dat ze alleen naar een school waar Gods Woord in eere is, gaan ktmnen. En als vrucht van dat verzuim vindt men nu bij zijn kinderen tegenstand; voor dien tegenstand deinst men terug, vooral omdat de familie het ook zoo „naai" zou vinden; en het einde is, da men in liefde voor zijn kind te kort schiet en zijn zoon toch zendt, waar men weet dat hij niet gaan mocht.

Natuurlijk vindt men bij onze burgerklasse dit minder, omdat voor baar de bezwaren zoo veel minder zijn; maar onze hoogere stand vergeet dat hij van Godswege een roeping heeft, om ten goede voor te gaan; en dat hij, waar deze hooge roeping verwaarloosd wordt, rijp is om als hoogere stand door God te worden verworpen.

Toch behoeft daarom ook de Vrije Universiteit geenszins te klagen.

Het getal harer studenten neemt nog steeds^toe en nadert nu reeds de negentig, doordien er dit jaar thans reeds een kleine twintig nieuwe werden inge.schreven.

Alle profetie van haar naderenden val is dan ook ijdel gebleken.

Ze leeft en ze zal blijven leven, omdat ze een wortel in ons volksleven heeft, en omdat Gods gunste elke stichting verzelt, die het zich tot een eere rekent voor de eere zijns naams op te komen.

Dit maakt dan ook, dat haar beteekenis algemeen begint erkend te worden, gelijk dit nog onlangs op zoo humane en loyale wijze door Prof. Dr. A. Pierson is geschied.

En zoo staan metterdaad de vooruitzichten gunstig,

Een tijdlang gold ook van ons: „Er was geen smid in Israël." Er waren wel Calvinistische lieden, onder onze burgers en boeren. Maar dat Calvinistisch volk had geen tolken, geen organen, geen mannen die uit het beginsel van het Calvinisme het leven konden opbouwen, en in de kringen van het hoogere volksbewustzijn voor zijn eere pleiten konden.

En d^t staat nu anders te worden.

Eer we twintig jaren verder zijn — en wat zijn twintig jaren voor den loop van ons volksbestaan? —zal ons Calvinistisch volk een korps van honderden gestudeerde personen bezitten, die aan zijn hoogere ontwikkeling arbeiden kunnen, en in allerlei rang en stand, op allerlei post, en door allerlei orgaan de kracht onzer beginselen kunnen doen schitteren.

De schimpnaam van de Nachtschool zal dan gewroken zijn; en terwijl de Ethischen, huns ondanks, al meer verloopen zullen in de moderne dwaling, en alzoo hun zelfstandigheid zullen inboeten, zullen het de door hen zoo gesmade en verachte Gereformeerden zijn, die de eere van den Christus ook op wetenschappelijk terrein hoog houden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 oktober 1891

De Heraut | 4 Pagina's

De inspanning, die men zich

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 oktober 1891

De Heraut | 4 Pagina's